Donderdag, 15 augustus, 2019

Geschreven door: Derks, Thea
Artikel door: Jager, Koen de

Een os op het dak

Moderne muziek na 1900 in vogelvlucht

Een os op het dak van musicologe en muziekjournaliste Thea Derks heeft als ondertitel Moderne muziek na 1900 in vogelvlucht. Dat is ook precies wat het inhoudt. In 94 pagina’s geeft Derks een overzicht van de ‘klassieke’ muziek na 1900, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Harmonie, Ritme, Klankkleur en Belangrijke cultuurcentra.

[Recensie] Die moderne of eigentijdse muziek is niet altijd makkelijk en dit boek wil een handleiding bieden voor de geïnteresseerde beginner of een naslagwerk zijn voor de gevorderde luisteraar. Nu beschouw ik mijzelf niet als kenner maar ook niet helemaal als beginner omdat ik veel beluisterd heb en ook het nodige gelezen heb over de modernere muziek, dus ik was wel benieuwd wat het boek mij te bieden had.

Allereerst vind ik de indeling prima. We worden door de auteur meegenomen van tonaliteit naar atonaliteit, naar twaalftoonsmuziek, naar het serialisme en naar toevalsmuziek enzovoort. We leren bij over de verschillende soorten ritmiek, nieuwe instrumenten, speelwijzen en elektronische en spectrale muziek. De toon is helder en de meerwaarde van dit boek vond ik al snel in de genoemde muziekvoorbeelden. Ik bleef rennen naar mijn cd-kast, naar Youtube en Spotify. Waar ik het af en toe kwijtraakte, als niet-muzikant, waren de technische termen in de uitleg van bijvoorbeeld de twaalftoonstechniek:

“Dan is er de inversie of omkering, waarbij de afstand tussen twee tonen stijgend wordt in plaats van dalend, of omgekeerd: B-C stijgend wordt dalend B-BES (een halve toonsafstand), waardoor de volgorde van de tonen verandert. Verder is er nog de inversie van de kreeftgang.”

Dit heeft een beetje te maken met het schrijven voor zowel de leek als de gevorderde; hier ging ik snel langs. Dat neemt niet weg dat Derks strooit met talloze feiten en weetjes waar ik erg enthousiast van wordt. Ik was bekend met de muziek van La Monte Young en zelfs met zijn werk Composition #7, waarin een tweeklank van de componist lang aangehouden moet worden. Ik wist niet dat er een uitvoering geweest was waarbij men stenen op de pedalen van het orgel legde, die pas na een week verwijderd werden. Dat wil ik weten!

Zo had ik nog nooit gehoord van de componist Remko Scha (1945-2015). In zijn stuk The Machines worden gitaarsnaren aangeslagen door elektronisch aangedreven ventilatormotoren, kabels, boormachines en zagen. Geen muziek om je roman bij uit te lezen, maar ik wil het wel weten. Dat geldt ook voor de muziek van Alvin Lucier (1931), die via elektroden op het hoofd via ‘alfagolven’ slagwerkinstrumenten tot klinken brengt in zijn Music for solo performer. Misschien ook geen luistermuziek, maar daardoor zoek ik wel verder en kom uit bij Lucier’s stuk voor trombone en piano, Panorama. Ik kende het niet en ik vind het prachtig.

De hoofdstukken over nieuwe instrumenten en nieuwe speelwijzen deden mij weer luisteren naar de muziek van Olivier Messiaen en van Sofia Goebaidoelina. Niet nieuw voor mij, wel weer even opfrissen en dat was prima. Even stilstaan bij al die ‘extended techniques’.

“En passant ontwikkelden componisten een oor voor de ‘onmuzikale bijgeluiden’ van instrumenten. Zij laten musici ratelen met kleppen, alleen op het mondstuk spelen, met het hout van de stok strijken, hiermee op de klankkast tikken of slaan en achter of precies óp de kam van een strijkinstrument spelen.”

In het nawoord legt Derks nog eens uit hoe dit boek tot stand is gekomen, eigenlijk als resultaat van de cursussen over moderne muziek die zij verzorgde in het Concertgebouw in Amsterdam. Ik was daar niet bij, maar zij vertelde vast vaak:

“Tijdens mijn studie leerde ik van Charles Ives dat je je oren ‘niet lui in een leunstoel moet leggen’, maar moet inspannen om ongebruikelijke of zelfs onaangename klankspectra te doorgronden. Zijn aansporing mijn grenzen te verleggen heeft mij vele spannende ervaringen opgeleverd.”

Ik kan mij daar alleen maar bij aansluiten.

Eerder gepubliceerd op Quis leget haec?