Vrijdag, 6 september, 2019

Geschreven door: Littell, Jonathan
Artikel door: Leppers, Ger

Een oude geschiedenis

Even raadselachtige als gruwelijke nieuwe roman van Jonathan Littell

Menigeen vroeg het zich af: zou Jonathan Littell in staat zijn een opvolger te vervaardigen voor zijn verpletterende totaalroman De Welwillenden?   We kennen nu het antwoord: ja, dat kon hij. Maar waarover zou zo’n roman kunnen gaan?

Recensie: De Welwillenden had als hoofdpersoon een gecultiveerde homoseksuele nazi, Max Aue, die na de oorlog de dans der gerechtigheid was ontsprongen. Op zijn oude dag blikte hij zonder spijt terug op zijn eigen misdaden en op de gruwelen van de oorlog. De roman was zorgvuldig gedocumenteerd en bevatte bijzonder realistische beschrijvingen van onder meer de massamoord in Babi Yar en de slag bij Stalingrad, die mij de haren te berge deden rijzen. In het verhaal vervlochten zaten echter ook verwijzingen naar Aischylos’ tragedie De Eumeniden. De verwikkelingen volgden de opbouw van de suites van Bach, en twee detectives die als vier druppels water leken op het duo Jansen en Janssen uit de Kuifje-verhalen bereidden de onthutsende ontknoping voor. Vervreemdende elementen die de auteur vermoedelijk geholpen zullen hebben om greep te krijgen op zijn gigantische stof. Wat kon een auteur na zo’n boek nog schrijven?

Wel, nu is er dan, twaalf jaar later, Een oude geschiedenis. De Franse tekst heeft als ondertitel Nieuwe versie, want er verscheen in 2012 een eerdere uitgave. Die bestond uit slechts twee van de zeven hoofdstukken van de huidige versie. Maar de verhaalstof liet de schrijver vervolgens niet los: in de afgelopen jaren groeide het manuscript uit tot een werkstuk van zo’n 350 pagina’s. Ook ditmaal wacht de lezer een unieke, vervreemdende ervaring, die hij niet snel zal vergeten.

In meerdere opzichten verschilt Littells nieuwe boek van De Welwillenden. Die roman bevatte een lineair verhaal, en ondanks een groot aantal aanzienlijke vrijheden die de auteur zich veroorloofde ten opzichte van de realiteit, waren de gebeurtenissen stevig verankerd in de historische feiten. Een oude geschiedenis speelt zich daarentegen af in een volstrekt onwerkelijke droomsfeer, waarin elke verwijzing naar een geografische of geschiedkundige werkelijkheid ontbreekt, en de personages nauwelijks een psychologie hebben.

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

De zeven hoofdstukken hebben in grote lijnen dezelfde structuur: iemand (soms een man, dan weer een vrouw, verderop een kind, nog weer later een wellustige hermafrodiet, in het laatste hoofdstuk weer een man) stapt uit een zwembad, droogt zich af, trekt een trainingspak aan, loopt een deur door en begint te rennen door een schier eindeloze gang die flauwe bochten maakt. De hoofdpersoon stuit al hollend op een deurklink die toegang geeft tot een ruimte. Later zal hij nog in andere terechtkomen. In alle zeven hoofdstukken gaat het daarbij steeds grosso modo om dezelfde reeks van ruimten, met grotere en kleinere variaties. Eerst is er een villa, later is er sprake van een flat, een hotelkamer, een bar, een stadswijk, een oorlogszone waar opstandelingen en regeringstroepen elkaar afslachten, maar ook een keer van de set van een pornofilm en van een stad waar juist een massale deportatie van een ongewenste bevolkingsgroep plaatsgrijpt. De hoofdpersoon beleeft er een avontuur, daarna belandt hij als bij toeval opnieuw in de gang en betreedt vervolgens een nieuw territorium.

Zijn belevenissen hebben vaak een afstotend karakter, en in de beschrijvingen van het geweld doet dit nieuwe boek dan weer wèl sterk denken aan De Welwillenden. Er vinden heel wat moorden plaats, ook op grote schaal. Vaak worden ze door de schrijver in een paar laconieke woorden afgedaan. De hoofdpersonen worden regelmatig in elkaar geslagen en veelvuldig anaal verkracht, maar ze herstellen steeds na het nemen van een bad of verkwikkende douche. Het doet enigszins denken aan Donald Duck die, door een stoomwals verpletterd, op een volgend plaatje weer in model schiet. Vervolgens rennen ze een nieuwe gang in, nieuwe avonturen tegemoet. Aan het slot van zijn reis komt de hoofdpersoon telkens terecht in het vertrouwde en geruststellende zwembad en neemt hij een duik in het regenererende water: “Mijn evenwicht kwam plotseling terug en ik richtte me weer op, mijn lichaam hervond zijn as en ik dook, met aangespannen spieren en mijn benen tegen elkaar geklemd, recht als een lans het zwembad in, met mijn volle gewicht het serene, glinsterende water klievend.”

Het is een vreemde, verontrustende droomwereld die de schrijver in een zeer beeldende taal oproept, met spaarzame momenten van geluk. Dat ik ademloos doorlas is te danken aan Littells zeer levendige pen en beschrijvingskunst, maar ook aan het spel met de structuur, de wijze waarop, in elk van de zeven versies allerlei personages en decorstukken steeds weer terugkeren en anders belicht worden. Naast de personages en de gang die de ruimtes verbindt, zijn dat onder meer een grijze kat, een stroomstoring, een glas gin-tonic en een grasgroen-goudkleurige. Dat maakt je (of maakte althans mij) benieuwd naar de manier waarop dezelfde elementen in een volgende variatie terug zouden komen. Het gaf een aangename gewaarwording van herkenning, zoals wanneer in een muziekstuk een vertrouwd motief terugkeert.

De lezer van dit boek blijft achter met vragen. Verwijst het verhaal ergens naar? De titel en de Franse ondertitel doen het vermoeden, maar de schrijver is zo weinig scheutig met aanwijzingen dat daar voor de doorsnee-lezer moeilijk een vinger achter te krijgen is.  Zou de verwijzing naar Glucks opera Armide een aanwijzing kunnen zijn?

Een oude geschiedenis zal, met zijn overdaad aan seks en geweld, zeker niet ieders meug zijn. Als lezer van Littell moet je tegen een stootje kunnen. Dat neemt niet weg dat de schrijver met dit stevig geconstrueerde, raadselachtige boek waarschijnlijk de meest intrigerende roman van het jaar heeft geschreven.

Eerder verschenen in Trouw