Dinsdag, 5 mei, 2020

Geschreven door: Roosmalen, T. van
Lavell, M.
Fiddelaers-Jaspers, R.
Artikel door: Veen, Evert van der

Een pleister tegen tranen

Een warm hart voor kinderen met verdriet

[Recensie] Eén op de vier à vijf kinderen heeft te maken met ziekte en dood in het gezin. Dat is geen gegeven waar we direct aan denken wanneer we kinderen om ons heen zien. Die lijken in onze – oppervlakkige – optiek toch vooral onbezorgd door het leven te gaan. Het boek Een pleister tegen tranen legt de vinger bij een belangrijk deel van de kinderen voor wie het leven om een of andere reden niet gemakkelijk is en dat is soms eufemistisch uitgedrukt.

Hoewel het in de inhoudsopgave niet direct zichtbaar is, bestaat dit boek uit drie delen: ziekte, ongeneeslijke ziekte, overlijden. De inhoud is zeer toegankelijk, helder geschreven en gelardeerd met vele voorbeelden uit de praktijk van het leven. Ook zijn er talloze blogs, gedichten en citaten. De inhoud kan in feite als volgt worden samengevat: heb oog voor het kind in een situatie van ernstige ziekte, naderend afscheid en bij het overlijden van een ouder. Vertel kinderen – afgestemd op hun leeftijd en ontwikkelingsniveau – zo eerlijk mogelijk wat er aan de hand is en laat hen op die manier zo volwaardig mogelijk delen in de gebeurtenissen die er op dat moment binnen het gezin plaatsvinden.

Verschillende keren worden de ontwikkelingsfasen van het kind bondig beschreven in relatie tot de wijze waarop ze bij de waarheid van ziekte en dood kunnen worden betrokken. Openheid, afgestemd op de leeftijd van het kind, is hierin belangrijk.

Goed is ook de aandacht die er is voor gezinnen van niet-westerse afkomst omdat deze culturen soms anders omgaan met ziekte en met name de dood. Waardevol is ook de aandacht voor school en kinderopvang en hun relatie tot het kind en zijn gezin. Het delen van informatie en op de hoogte zijn van de thuissituatie en andere leerlingen daarvan op de hoogte stellen, is hierin belangrijk.

Bazarow

Dit boek brengt heel het veld van chronische ziekte bij één van de ouders en de beperkingen die dit met zich meebrengt in kaart. Ook de laatste levensfase op weg naar het einde, de periode rond het laatste afscheid, krijgen veel aandacht. Waardevol zijn de handreikingen om dan nog iets met elkaar te delen, in woorden of waardevolle momenten of iets nalaten voor de toekomst in de vorm van een doosje met herinneringen. Uit diverse verhalen blijkt hoe confronterend het afscheid voor kinderen kan zijn en hoe belangrijk het is om hier zorgvuldig met kinderen over te praten. Mooi zijn de voorbeelden over hoe aan kinderen kan worden uitgelegd wat euthanasie en palliatieve sedatie zijn. Ook de aanwezigheid van kinderen komt hier ter sprake en het boek neemt daarin een open houding aan. Waardevol is ook het pleidooi om kinderen bij het laatste afscheid een taak te geven.

Goed is de aandacht voor het feit dat kinderen op verschillende wijze hun verdriet kunnen uiten. Dat hoeven niet altijd tranen te zijn want ook achter angst en boosheid gaat verdriet schuil. Belangrijk is dat het kind niet wordt onderschat maar ook niet wordt overbelast. Dat kan gebeuren in de zogenaamde parentificatie wanneer het kind de ouderrol – gedeeltelijk – overneemt en daarmee psychisch wordt overvraagd. Dat kan uit liefde en verantwoordelijkheidsgevoel gebeuren maar toch is het voor het kind niet goed.

De auteurs benoemen de gezinsveerkracht en geven negen sleutels aan waarin overtuiging, organisatie en communicatie belangrijk zijn. Deze vormen samen de emotionele basis waarop een gezin steunt in moeilijke tijden.

Het boek sluit af met een aantal bijlagen waarin voorbeeldbrieven voor het onderwijs zijn opgenomen. Dit boek verdient dan ook een plek in de docentenkamer.

Een helder en praktijkgerichte gids, met grote liefde voor kinderen geschreven.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles