Woensdag, 30 juni, 2021

Geschreven door: Hofmeester, Karin
Artikel door: Slechte, Henk

Een schitterende erfenis

125 jaar nalatenschap van de Algemene Nederlandse
Diamantbewerkersbond

[Recensie] De Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond was de eerste moderne (= sociaaldemocratische) vakbond. Het jubileum in 2019 was aanleiding voor het IISG en het Joods Historisch Museum voor een boek en een tentoonstelling over de geschiedenis van de diamantnijverheid vanaf de late 16de eeuw. Deze bijzondere bedrijfstak begon in Amsterdam toen daar diamanthandelaren en -bewerkers arriveerden na de val van Antwerpen in 1585. In de 17de en 18de eeuw trok ze veel geïmmigreerde Joden als werknemers omdat zij geen lid van de traditionele gildes mochten zijn, met uitzondering van dat van de chirurgijns. De diamantnijverheid werd belangrijk voor de Amsterdamse economie en de dominante rol van de Joden daarin was weer van belang voor hun relatie met de stad. De staking in 1894 van 12.000 diamantarbeiders, onder leiding van de erudiete en rechtlijnige Joodse sociaaldemocraat Henri Polak, leidde tot de oprichting van de ANDB. De bond gaf vrouwen zoals de actieve roosjessnijdster Betje Lazarus een podium, in een tijd dat zij niet geacht werden het voortouw te nemen. In de 20ste eeuw waren het vooral diamantbewerkers die de Jodenbuurt verlieten en betere woningen in de Pijp en Amsterdam-Oost betrokken; hun kinderen bereikten maatschappelijk goede posities. De Antwerpse diamantindustrie was Amsterdam blijven beconcurreren. In de jaren 1920 verhuisden, dankzij lagere lonen in Antwerpen, veel Amsterdamse diamantbedrijven daarheen. Toen ook elders de diamantnijverheid opbloeide, nam de werkloosheid in Amsterdam toe en verloor de bond veel leden.

Schokkend is het hoofdstuk Diamantjoden van Esther Göbel en Daniel Metz, over de nazi’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog behoefte hadden aan diamanten voor de oorlogsindustrie en daarom Joodse diamantwerkers een speciale behandeling gaven. ‘Diamantjoden’ werden in Westerbork tijdelijk vrijgesteld van deportatie en gingen naar Kamp Vught waar een slijperij werd geïnstalleerd en Joden een ‘Rüstungssperre’ kregen (=vrijstelling wegens werken voor de Wehrmacht).
Toen de slijperij eind 1944 nog niet functioneerde, besloten de Duitsers het project voort te zetten in concentratiekamp Bergen-Belsen, waar het ook niet functioneerde. De meeste Joodse diamantbewerkers overleefden de Sjoa niet. Na de oorlog was in Amsterdam weinig over van de diamantindustrie, en in 1958 is de ANDB opgeheven.

De grote kracht van dit rijk geïllustreerde boek is dat het een integrale geschiedenis geeft van de industrie, de vakbond, en de rol van de Joden in de bedrijfstak. Het hoofdstuk ‘Diamantjoden’ is een indrukwekkende bijdrage aan de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Het boek had meer aandacht kunnen geven aan de rol van de SDAP en het NVV. En het is jammer dat veel spelers een biografische kadertekst hebben, maar uitgerekend hoofdrolspeler Henri Polak niet. Dat gemis kan worden opgevangen met de biografie van Polak op https://socialhistory.org/bwsa/biografie/polak-h.

Bazarow

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine