Maandag, 1 februari, 2021

Geschreven door: Goldstein, Joshua
Qvist, Staffan
Artikel door: Schut, Gerald

Een schone toekomst

Zinvol pleidooi voor ‘kernnieuwbare’ energiebronnen

Een mix van kernenergie en hernieuwbare energiebronnen is de snelste manier om de wereld CO2-neutraal te maken: ‘kernnieuwbare’ energie, ofwel ‘nuables’. Een interessant boek vraagt zich af hoe serieus we klimaatverandering werkelijk nemen als we niet voor de snelste oplossing kiezen.

[Recensie] Klimaatverandering is als een trein die op de mensheid afkomt. We staan op een spoorbrug van 10 m hoog boven een kalm meer. Met hernieuwbare energie kunnen we proberen de aanstormende trein voor te blijven. Dat helpt, maar het gaat niet snel genoeg. We komen niet snel genoeg van de brug af. De enige andere keuze die overblijft is van de brug af springen. Kernenergie is te vergelijken met die sprong. Het voelt eng, maar blijven staan is veel gevaarlijker.

In Een schone toekomst houden de Amerikaanse bestuurskundige Joshua Goldstein en de Zweedse nucleair ingenieur Staffan Qvist een boeiend pleidooi voor de inzet van kernenergie in de strijd tegen klimaatverandering. Ze onderstrepen op overtuigende manier de urgentie van het reduceren van emissies om de planeet voor onheil te behoeden. En het gekke is dat we met z’n allen best weten hoe we dat het snelst kunnen doen. Zoals Zweden tussen 1970 en 1990 deed. Dankzij de bouw van 12 kerncentrales wist het  de CO2-uitstoot per capita met 60% terug te brengen. Een wereldrecord. Als de hele wereld precies hetzelfde zou doen, bereiken we in 20 jaar ‘net zero’. Als we het Duitse voorbeeld van die Energiewende volgen doen we er vijf keer langer over. Zoveel tijd hebben we niet, schrijven Goldstein en Qvist.

De auteurs onderschatten de groeisnelheid van wind en zon, doordat het cijfermateriaal dat ze aanhalen gedateerd is. Inmiddels zijn wind en zon op veel plekken het goedkoopst. Maar hun pleidooi om de snelste oplossing te kiezen blijft staan. Zeker zolang energieopslag problematisch is. “Een goedkoop ijsje zou in een kale woestijn een koopje zijn, maar duizend meer zouden waardeloos zijn, behalve als je een vriezer hebt,” schrijven Goldstein en Qvist.

Technisch Weekblad

Goldstein en Qvist onderbouwen one liners als “Feitelijk wás er geen kernramp in Fukushima.” Ze plaatsen de hoeveelheid straling waar overlevenden aan zijn blootgesteld in perspectief en leggen uit waarom een terroristische aanslag met een vliegtuig op een kerncentrale een dom plan is. Het boek staat vol soms sterke metaforen, die helaas ook te vaak verzanden in zinledige vergelijkingen; wat maakt het uit hoeveel SUVs hetzelfde wegen als de jaarlijkse mondiale CO2-uitstoot? Daar leer je niets van.

“De ultieme vraag is of wij een technologie kunnen accepteren waarvan de veiligheid probabilistisch gemeten wordt,” citeren de auteurs natuurkundige Alvin Weinberg na de kernramp in Tsjernobyl. Die belangrijke vraag is nog altijd actueel.

Eerder verschenen op TW