Woensdag, 14 augustus, 2019

Geschreven door: Canneman, Willem
Artikel door: Slechte, Henk

Een wonder-werck, door menschen handen

Haagse wegen en begraafplaatsen

[Recensie] Kees Stal vertelt in Een wonder-werck, door menschen handen, smakelijk waarom en hoe in de 17de eeuw de eerste brede, verharde en rechte straatweg dwars door de ‘wildernis’ in Holland bij Scheveningen tot stand kwam, wie zich daarvoor inzetten en wie al dan niet terecht met de eer is gaan strijken. Hij geeft goed inzicht in de lobby voor (en de gigantische kosten van) een dit technisch en financieel buitenmodelproject. Ook de Scheveningse tol krijgt uitgebreid aandacht, omdat die tot 1889 onderdeel was van de exploitatie van de Scheveningseweg. De latere bebouwing, en alle veranderingen in de 19de en 20ste eeuw komen kort aan bod in de epiloog. Tussen het regeringscentrum ’s-Gravenhage en het vissersdorp Scheveningen was een bestrate weg nodig, voor het economisch verkeer door de duinen, maar voor de beslissers woog toch de behoefte het zwaarst om de aankomst en het vertrek van hooggeplaatste personen en hun enorme gevolg soepel te laten verlopen.

Stal beschrijft alle plannen, de makers ervan en de bijbehorende begrotingen. De belangrijkste drijvende kracht was dichterdiplomaat Constantijn Huygens. Het was echter niet zijn plan dat werd uitgevoerd, wat hem zó frustreerde dat hij in 1667 in het gedicht Zee-straet van ’s Graven-Hage op Schevening zijn <H> onmiskenbare <H> aandeel in de totstandkoming stevig uitvergrootte. Hierdoor is hij de geschiedenis ingegaan als de ontwerper van de Scheveningseweg. Stal zet dat recht. Hij geeft nadrukkelijk ieder de eer die hem toekomt en vertelt ook hoe het met de bedenkers en uitvoerders is afgelopen. Schitterend is zijn gedetailleerde beschrijving van de Bourgondische viering van de afronding, waarbij de technische man Johan van Swieten wel mocht aanzitten, maar op een bescheiden plek vanwege zijn lage maatschappelijke status. Het is een erudiet boek dat ook een niet-Hagenaar in één ruk uitleest.

Aan de Scheveningseweg verrees de eerste Nederlandse buitenbegraafplaats Ter Navolging bij Scheveningen. Willem Canneman beschrijft de geschiedenis van die begraafplaats, de aanleiding voor de stichting ervan en alle interessante mensen die er begraven zijn, zoals Betje Wolff en Aagje Deken, staatsman Guillaume Groen van Prinsterer en de in 2003 overleden historicus E.H. Kossmann. De nieuwe begraafplaats op een stukje grond uit de ‘Graaffelijkheidswildernisse’ tussen de Haag en de duinen was een product van de Verlichting: men ging doden in de natuur begraven in plaats van in en rond de kerken omdat dat onhygiënisch was en vaak leidde tot epidemieën. Dit boek is een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van het begraven in het algemeen. Net als het boek over de Scheveningseweg behandelt het een onderwerp dat bepaald niet plaatsgebonden is.

Bazarow

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine