Donderdag, 9 april, 2020

Geschreven door: Voermans, Erik
Artikel door: Jager, Koen de

Eerste hulp bij klassieke muziek

Amusante en leerzame combinatie

[Recensie] De voorkant van Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans vind ik lelijk. Ik dacht dat dit een soort ‘Klassieke muziek voor dummies’ was en die had ik al ooit gelezen. Ik had ook Voermans boek van Van Andriessen tot Zappa al gelezen dus weinig reden om hieraan te beginnen. Dacht ik. Verkeerd gedacht.

Het boek telt 336 pagina’s en bijna 150 stukjes over een veelheid aan onderwerpen over klassieke muziek. Vaak over een componist, een muziekstijl, een technische term en de meesten behoorlijk amusant en leerzaam. Het is die combinatie die het zo leesbaar maakt;

“De meest dramatische voorhouding in de muziekgeschiedenis is te vinden in de slotmaten van Johann Sebastian Bachs Matthäus-Passion. Nu zult u zeggen: ‘Een voorhouding? Wat mag dat nu weer voor iets wezen?’ Ik begrijp de vraag en zal hem meteen adresseren, want u bent een moderne mens en die hebben altijd haast. Ikzelf ook hoor.”

Op die toon. Dat neemt niet weg dat ik meteen geïnteresseerd ben want ik houd van dat werk en weet inderdaad niet wat een ‘voorhouding’ is. Ga het zelf maar lezen, ik zeg niks. Het Wohltemperierte Klavier van diezelfde Bach heb ik talloze malen gehoord, maar ik ben gerust te beroerd om uit te zoeken hoe het zit met die gelijkzwevende en reine stemming. Ik weet nu hoe het zit en ook wat de prachtige term ‘wolfskwint’ betekent.

Technisch Weekblad

Zomaar wat mooie verhalen dan, zoals over de Maatschappij van Muziekvrienden in Wenen, opgericht in 1814. Zij lieten Schubert niet toe en verboden een werk van Arnold Schönberg omdat er een akkoord in stond dat volgens de vrienden niet bestond. Het Bartók-pizzicato (zie ook Het Strijkkwartet), blijkt toch een Biber-pizzicato. Met strijkkwartetten kan je ook overspel plegen en het langste concert ter wereld is John Cage’s orgelwerk Organ²/ASLSP. Dat is begonnen in 2001 en gaat 639 jaar duren. De eerste maat is een rust en die duurde zeventien maanden en in 2003 klonk de eerste toon, door een gewichtje op de juiste orgeltoets te leggen. Ik wil zoiets wetem.

Dat laatste voorbeeld is niet direct muziek om thuis op te zetten maar zoveel andere muziek wel. Luister eens naar Drumming van Steve Reich, optisch bedrog voor je oren. Ik heb 27 minuten zitten kijken naar een Youtube-filmpje van Hoketus, een werk van Louis Andriessen. Ook de wonderlijke instrumenten van Harry Partch zijn daar te vinden. Ik heb de werken van de Amerikaan George Antheil wel eens gehoord maar heb ze weer herontdekt. Wat een einde van de tweede vioolsonate (zoek de uitvoering met Reinbert de Leeuw en Vera Beths op Youtube). Je hoort de pianist op het einde woest op de toetsen hameren waarna de violist ineens een betoverend mooie melodie tevoorschijn tovert. U ziet, ik klink ineens als een kenner maar het staat gewoon in het boek hoor.

Ik spring een beetje van de hak op de tak in mijn bespreking maar dat mag, ik maak er gewoon een rapsodie van. Dat is, zo leer ik uit dit boek, een eendelig stuk met meerdere episodes die thematisch geen verband hoeven te hebben (denk aan Queen’s Bohemian Rhapsody en ja, ook dat staat in het boek). Zo denk ik ineens aan het stuk van R. Murray Schafer, Music for Wilderness Lake. Een stuk voor twaalf trombonisten die een meer opvaren, ieder in een afzonderlijk bootje, om bij zonsopgang en zonsondergang Schafers muziek over het water te laten zweven. Het lijkt mij zeer noodzakelijke muziek.

Bekende stukken zie ik soms ook ineens in een nieuw licht. De Vijfde Symfonie van Beethoven is overbekend, het noodlot dat klopt op de deur, maar ik wist eigenlijk niet dat dit met een achtste tel rust begon, het noodlot klopt dus wel, maar met weifeling; prachtig. Zo kan ik wel doorgaan maar u moet het zelf lezen, ik geef nog één voorbeeld hoe Voermans een dorre term als polyritmiek uitlegt;

“Polyritmiek is kort en bondig samengevat de gelijktijdigheid van verschillende ritmes. Huiselijk voorbeeld, uit 1906: er loopt een gezinnetje op straat in Manhattan…Vader moeder, broertje zusje…Zusje neemt de kleinste passen. Vader de grootste. Pets, pets, pets doen hun schoenen op het trottoir, elk in hun eigen ritme. Op de weg passeert een paard en wagen. Misschien komt net ook een lorrenboer langs, die ritmisch scandeert: ‘Lorre! Lorre!’.
De ritmes van het gezin, het paard en wagen en de lorrenboer zorgen voor een mooi alledaags voorbeeld van polyritmiek…De Amerikaanse componist Charles Ives (spreek uit: Aaivz) schreef er in 1906 een stuk over. Over the Pavements heet het…Wat een zenuwenmuziek zult u misschien zeggen. Maar daar kan Charles Ives niets aan doen. Hij maakt in Over the Pavements alleen maar hoorbaar wat u zelf uw hele leven al elke dag hoort.”

Nog twee dingen dan. Dat ik die voorkant niet zo aantrekkelijk vind heeft vast met mijn smaak te maken, in het boek staan genoeg illustraties van Paul van der Steen die ik prachtig vind. Verder loop ik wel eens te zeuren over redactiefoutjes. Niet omdat ik ze zoek, ze vallen mij gewoon vaak op en dat was ook in het vorige boek van Voermans het geval. Deze uitgeverij meldt achterin het boek dat men streeft naar foutloosheid en dat men erkentelijk is voor correcties. Mij is geen enkele fout opgevallen en dat mag dan ook gezegd worden. Aanrader, dit boek.

Eerder verschenen op Quis leget haec?