Maandag, 22 februari, 2010

Geschreven door: Veldman, David
Artikel door: Homoet, Julia

Egidius Donker ra-ra boem-boem

Vlot geschreven absurdistische verhalenbundel

Huiselijk gekeuvel wordt afgewisseld met bomaanslagen en personages die dichtbij Veldman zelf lijken te staan maken hier en daar plaats voor een ‘moede oude god’, een vergeten rockster en een koning: David Veldman (1970) speelt met het contrast tussen het alledaagse en het buitengewone. In dertien korte, prettig geschreven verhalen stort hij een veelheid aan situaties en gedachten over ons heen, die tezamen een kundig en verassend debuut vormen.

Veldman schrijft luchtige verhalen over niet zo luchtige zaken: overspel, ontslag, prostitutie en drugs passeren alle de revue. De personages verkeren vaak in een staat van angst. Zij vrezen een naderend onheil en steven daar menigmaal ook recht op af. Toch is Edigius Donker ra-ra boem-boem nooit somber of ellendig. Dat komt door Veldmans lichte toon en zijn gave om op het juiste moment een onvoorspelbaar element het verhaal in te brengen. Door ons op het verkeerde been te zetten krijgen we nauwelijks de kans ons het lot van de personages aan te trekken, zoals in het verhaal ‘Lang en gelukkig’, waarin een vrouw het moment afwacht dat haar man eindelijk zijn affaire bekend zal maken en haar zal verlaten. Uiteindelijk blijken haar verdenkingen onterecht: de man blijkt een liefhebbende goedzak en zijn vrouw de paranoïde echtgenote. De schrijver heeft de lezer bedrogen.

Veldman creëert eenheid in de bundel door enkele personages in verschillende verhalen terug te laten keren en elk verhaal te voorzien van een absurdistisch element. Dat lijkt, spijtig genoeg, soms eerder een gimmick dan een werkelijke verrijking. Was Veldman bang dat het alledaagse niet interessant genoeg zou zijn? Onterecht; zijn kracht schuilt juist in de beschrijvingen van triviale taferelen:

‘Over een kwartier komen de eerste collega’s binnendruppelen. Een olijk “Goedesmorgens”, een impressie van een weekend dat ondanks sprekende details (speeltuin, poepluier, wat een wedstrijd) toch niet tot leven wil komen en dan, alsof de afstandsbediening eindelijk boven water is: “Iemand koffie?”’

Boekenkrant

Veldman heeft een gemakkelijke en vlotte stijl, die door de hele bundel heen constant is. Zijn humor komt vooral naar voren als hij dicht bij zichzelf blijft. In het titelverhaal ‘Edigius Donker ra-ra boem-boem’ bijvoorbeeld, over een tekstschrijver die zijn geld verdient door de autocue-teksten te schrijven voor een soort tell-sell, weet Veldman het beeld van een ietwat gefrustreerde, nog niet zo succesvolle schrijver, geestig neer te zetten:

‘Onder de titel van het enige verhaal dat Egidius ooit gepubliceerd wist te krijgen stond dan ook: ra-ra boem-boem. Datzelfde pseudoniem prijkt op het voorblad van het manuscript waar hij al sinds mensenheugenis aan werkt. Een bedwelmende roman die knipoogt naar klassieken als Ulysses, Der Mann ohne Eigenschaften en Á la recherche du temps perdu. Zo staat het tenminste in de recensie waarmee Egidius zich iedere nacht in slaap droomt.’

Ook in dit verhaal zit een vreemd element, in de vorm van het herhaaldelijke, plotse opduiken van een Arabische jongeman, gevolgd door een (al dan niet illusionaire) explosie. Maar in dit verhaal weet Veldman de verhouding tussen het ‘normale’ en het absurde en tussen spanning en humor mooi in balans te houden.

Tussen de explosies door biedt Veldman in het titelverhaal nog een interessante visie op de vraag wat voor de schrijver de sleutel tot succes is:

‘Egidius Donker. Twee lettergrepen te veel voor een succesvolle schrijverscarriùre. Als Reve gelijk had, tenminste. Ger-rard Re-ve. W-F Her-mans,. Har-ry Mu-lisch. Hel-la Haas-se. Ar-non Grun-berg.’

Da-vid Veld-man? Ik durf hem nu nog niet in bovenstaand rijtje te plaatsen, maar dat hij de juiste hoeveelheid lettergrepen Ă©n potentie heeft zich in de toekomst bij de Groten te scharen, is na het lezen van Egidius Donker ra-ra boem-boem niet ondenkbaar.