Dinsdag, 28 september, 2021

Geschreven door: Rossaert, Isabelle
Recensie door: Verplancke, Marnix

En dit zal zo voorbij zijn

Verstilde verhalen vol sfeer

De eerste zin

“‘Hi mom,’ zegt de man.”

[Recensie] Een dochter en een moeder gaan samen op cruise, ook al hebben ze in het verleden nooit echt goed opgeschoten, maar moeder wordt oud en van een cruise had ze altijd gedroomd. Ze maken uitstappen in havensteden, keuvelen met tafelgenoten en lopen al eens verloren. Vooral de moeder dan want, zo begin je als lezer gaandeweg te beseffen, ze kampt met dementie. En ook haar omgeving krijgt dat stilaan door, en die weet niet altijd goed hoe te reageren.

In de vijf verhalen uit de bundel En dit zal zo voorbij zijn gaat Isabelle Rossaert op zoek naar kwetsbare mensen die het gevecht met de wereld en soms ook wel eens met zichzelf dreigen te verliezen. Een zonderling sterft in een zelfgemaakt kamp in een bos. Twee labiele persoonlijkheden dromen ervan om van een uitgeleefd kantorencomplex een wellness te maken, wat eerder een blinde vlucht vooruit dan een afsluiten van het verleden lijkt te zijn. En dan is er meneer Edgar, die een beroerte heeft gehad en in het ziekenhuis ligt. Net zoals ieder jaar wil hij zijn vrouw Mona met Valentijn een orchidee geven, alleen weet hij niet of hij fysiek nog wel in staat zal zijn om iets op het bijgevoegde kaartje te schrijven.

Schrijven Magazine

Mona is de vrouw uit het verhaal over de cruise, zie je al gauw in, en haar dochter zou wel eens de vertelster van alle vijf de verhalen kunnen zijn, en dus de vrouw wiens huwelijk op een bepaald moment uitgeleefd blijkt en die in een ander verhaal terugdenkt aan een reportage die ze vijfentwintig jaar eerder maakte, ook al over een cruise. De kapitein van het schip had toen net iets te veel aandacht voor haar. Was ook dit een tweesprong waarop haar leven een andere wending had kunnen nemen?

Rossaert schrijft verstilde verhalen waarin sfeer een voorname rol speelt. Wanneer je in een bos bent, voel je de zwaarte van de boomkruinen. Wanneer ze beschrijft hoe moeder en dochter door de buitenwijken van Bari rijden, zie je de onafgewerkte fabrieksgebouwen en toegangsweg voor je, ‘alsof de economie hier even, als een zee bij hoogtij, over het land is gespoeld en zich vervolgens in een diepe eb heeft teruggetrokken – gebouwen en weg achterlatend als schelpen en wier op het zand.’

Drie vragen aan Isabelle Rossaert

In veel van je verhalen zien mensen zich genoodzaakt afscheid te nemen, van elkaar, het leven, een huis, een huwelijk, zelfs van iets wat er nooit was. Zie je dit zelf ook zo?

Rossaert: “Ik begin nooit te schrijven met een idee in mijn hoofd, maar wel met een verhaal dat ik wil vertellen. Waar dat over gaat zie ik soms pas wanneer het klaar is. Voor mij gaan mijn verhalen over mensen die op de rand staan. Ze zijn op een of andere manier er tussenuit aan het vallen en dreigen hun menszijn te verliezen. Soms herken je een mens pas op het moment dat hij in moeilijkheden komt, zoals wanneer je geconfronteerd wordt met dementie, psychische problemen of de dood.”

De vraag wanneer je nog een mens bent dus?

Rossaert: “Precies, en hoe we steeds makkelijker over die vraag heen stappen zonder ze te beantwoorden. Ik vind het mooi hoe mensen die op de rand beland zijn toch hun waardigheid proberen te behouden, ook al wordt hen dat soms moeilijk gemaakt. Ik was gisteren op bezoek bij mijn moeder in het wzc. Ik moest even wachten en maakte een praatje met een andere bewoonster, die helemaal alleen in haar rolstoel in de eetzaal zat. “Ik moet naar het wc,” zei ze toen ik binnen mocht bij mijn moeder. Ik was ervan overtuigd dat een verpleger haar zou meenemen naar het toilet. Tot ik anderhalf uur later iemand om hulp hoorde roepen en die vrouw nog steeds in de eetzaal bleek te zitten. Probeer dan je waardigheid maar te behouden. In Thomas Moores Utopia worden mensen die niet meer meekunnen afgezonderd naar de rand van het eiland. Het lijkt alsof we die utopie aan het verwerkelijken zijn.”

In een ander verhaal heeft een man die getroffen is door een beroerte moeite met schrijven. Extra gevoelig voor een schrijfster wellicht?

Rossaert: “Toen ik aan dat verhaal bezig was heb ik vaak aan mijn vader gedacht. Hij was een groot lezer. Zoals in sommige huiskamers de open haard centraal staat was dat bij ons thuis de leeszetel van mijn vader. Hij was ook heel zorgvuldig met boeken. Ruggen werden nooit gekraakt en ezelsoren waren uit den boze. Ieder boek werd na aankoop met plastic folie gekaft. Toen hij ziek werd, lukte dat niet meer, wat pijnlijke was, maar gelukkig kon hij nog wel goed formuleren.”

Eerder verschenen op Knack