Dinsdag, 7 september, 2021

Geschreven door: Jong, Timon de
Haar, Robin van 't
Artikel door: Stoel, Jan

... en ik hoop nog vele brieven

Een persoonlijk eerbetoon

]Recensie] Robin van ’t Haar (1974-2019) en Timon de Jong zijn twintigers en studenten als ze elkaar eind november 1993 in Groningen ontmoeten. Timon en zijn vriend Diederik lopen door het centrum, hebben zin in een kop koffie. Ze vinden geen van de vrienden thuis. Uiteindelijk weet Diederik nog iemand waar ze terecht zouden kunnen: Robin, een lange slungelachtige jongen met lang haar. “We traden binnen in een nest vol oude spullen. Op een houten blok stond een dampend bord stamppot rauwe andijvie.” Robin eet, is zwijgzaam en luistert naar Bob Dylan. En als Timon en Diederik gaan vertrekken staat Beautiful People van Melanie op. Een toepasselijk nummer als we naar het vervolg van … en ik hoop nog vele brieven kijken. Timon (die milieukunde studeert) en Robin (die op de kunstacademie, Academie Minerva zit) raken bevriend en ook twee andere vrienden Jacco en Diederik behoren tot de ‘vriendenclub.’ Vanaf 1996 gaan Robin en Timon elkaar schrijven. Het initiatief ligt bij Robin. Ze houden van schrijven en blijven dat doen tot Robin op 28 maart 2019 overlijdt. “We schreven om elkaar te vermaken. De brieven vormen een bouwwerk, en nu, in deze vorm een monument.”

De eerste brief van Robin voelt als een legitimatie van het publiceren van de briefwisseling: “Ik weet dat je niet echt van hoogdraverij houdt […] maar ik schrijf je nu een brief. Dan kunnen we het er later over hebben dat die wellicht ooit in een zwaar beveiligde vitrine tentoongesteld worden. Met als onderschrift ‘briefwisseling tussen T. de Jong & R. van ’t Haar’. Voor literatuurminnend Nederland ook wel bekend als de grote twee.” Robin wil zich graag met literatuur bezighouden, schrijven. Ook Timon wil schrijven en vraagt zijn vriend om commentaar als hij weer een verhaal afgerond heeft.

Je zou kunnen spreken van een briefroman. Vanuit het vertelperspectief van de schrijvers leer je de hoofdpersonages beter kennen. Je krijgt het idee direct betrokken te zijn bij wat er zich afspeelt, voelt wat hen bezighoudt, ze beroert. Deze briefwisseling groeit in vorm met de tijd mee: van geschreven en later getypte brieven tot e-mail, sms. Ook inhoudelijk manifesteert zich groei. Je volgt de persoonlijke ontwikkeling van Robin en Timon: van het studentikoze plezier in Groningen, het lak hebben aan alles, de liefde, het zoeken naar een geschikte baan, het stichten van een gezin, het ‘serieuzer’ worden, de keuzes die ze maken. Bovendien groei je mee met de tijd: van Super de Boer, de Rocks-zegeltjes, boodschappen doen bij de EDAH, de muziek waar ze naar luisterden, de literaire werken die ze lezen en die ‘hot’ waren, het pre-internet-tijdperk, roken in het café, het kijken naar videobanden tot nu. Ze schrijven over gewone dingen en gevoelens, over kaalheid, dingen die kapot zijn, wat je in de winkel gekocht hebt, onzekerheid om maar wat te noemen: “Ik zie dat ik ook weer de huiduitslag-en-vervelend-branderig-gevoel-van-na-het-scheren heb.” Die vriendschap groeit en verdiept zich: op een gegeven moment begint Robin zijn brieven met ‘goede vriend.’

Humor helpt Timon en Robin op moeilijke momenten. In de eerste brieven geeft Robin daar al een voorbeeld van als hij commentaar levert op de bijsluiter van Diclofenac, een middel dat hij moet nemen omdat hij een hernia heeft. Bij de bijwerkingen staat stuipen en haaruitval: “tot op heden één keer geconstateerd geen schadelijke gevolgen.” De brieven bewegen mee met het leven. Zoals die keer dat Robin zijn studentenkamer opruimt: “Ik heb de kieren tussen mijn planken leeggehaald: alle stof, lucifers, kleingeld, spijkers, etensresten, shag, kaarsvet, naalden.” Timons vrouw Mirjam wil nog steeds een kind: “Ik heb haar al uitgelegd hoe hard een kind kan huilen enzovoort, maar nee. (…) Ik ben gestopt met sexen (hoofdpijn) want ik zie nergens meer anticonceptiepillen liggen. Wel breinaalden met daaraan kleine sokjes in blauw en roze.” Robin maakt de kunstacademie af en gaat later werken op de Academie in Rotterdam, Timon breekt zijn studie af, wordt boekverkoper en later praktijkondersteuner op de huisartsenpraktijk van zijn echtgenote.

Boekenkrant

Schrijven kost tijd en naarmate Robin en Timon ouder worden en ze een ander leven krijgen neemt de correspondentie in frequentie af om dan later weer op te leven.

De reflecties en verbindingen die je overal in de brieven aantreft zijn de moeite waard. Als Timon zich wat somber voelt en zich heel moe voelt en denkt dat hij ziek is, legt Robin de verbinding naar Renate Dorrestein die aan chronische vermoeidheid leed en er Heden ik over schreef. Of hij draait The funeral party van The Cure om de dag mee te beginnen. Of de koppeling aan Het gesloten huis van Nicolaas Matsier: “Het boek is een lange duik in het verleden, herinneringen worden door voorwerpen en fotoalbums in leven geroepen. Ik heb het in de boekwinkel aangeraden aan mensen boven de zestig die met hun eigen verleden bezig waren. Nu worden wij die mensen…”

De toon in de brieven verandert. In het begin zijn het vooral brieven die de ‘luim van de dag’, het over en weer beschrijven van wat men meemaakt, de plannen die ze hebben. Met het veranderen van hun levens veranderen ook hun brieven. De toon wordt anders als Jacco, een van de ‘vier musketiers’ hersentumor krijgt en sterft. Het grijpt hen aan en beïnvloedt hun leven. Ruim een half jaar later, op 10 augustus 2016, schrijft Robin: “Je hebt nog een vriend met een hersentumor.” Aanvankelijk lijkt de situatie onder controle maar de tumor komt terug en behandeling wordt gestaakt. Je merkt dan enerzijds de terughoudendheid van Timon om zijn vriend van alles te vragen over zijn ziekte, maar anderzijds de openheid van Robin in het omgaan met zijn ziekte. Hier wordt de briefwisseling aangrijpend. “Ik ben aan het vertragen – nog meer. […] En tegelijkertijd wacht het aller moeilijkste: het leven loslaten. Hoe doe je dat?” Op het laatst wil Robin nog naar Zuid-Frankrijk. Timon: “Heel goed! Eerst naar Zuid-Frankrijk. Het hiernamaals kan wachten.” Robin: “Ik zeg: het hiernamaals kan wachten tot tsja, het hiernamaals.” Drie dagen later overlijdt hij.

en ik hoop nog vele brieven is een indringende verwerking geworden van het missen van je beste vriend.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles