Zaterdag, 11 september, 2021

Geschreven door: Verhoef, Esther
Artikel door: Voskamp, Nico

De nachtdienst

Hoe spannend kan een dierenkliniek zijn?

[Recensie] Behoorlijk, om maar meteen de stelling hierboven te tackelen. Laat het bouwen van een wurgend griezelig verhaal maar over aan Esther Verhoef. Niet voor niets staan er zeven dubbelbedrukte pagina’s achterin het boek met titels van door haar geschreven boeken, inclusief positieve kretologie van recensenten. Ons positieve oordeel – of niet – stellen we nog even uit tot het eind van deze bespreking.

Volgens de regelen der kunst knalt het verhaal – dit keer letterlijk – met de deur in huis. Dienstdoende dierenarts Emma ontgrendelt de achterdeur van de dierenkliniek om kwart voor twee in de nacht voor een spoedgeval. Dat gebeurt vaker: dieren die zo gewond zijn dat uitstel niet meer kan. Hier geldt dat ook – alleen is het een maatje van een bad guy, die met een harde trap tegen de deur binnenvalt en haar dwingt een operatie te doen bij die levensgevaarlijk gewonde mede-bad guy. Daarna smeren de guys hem, Emma ontredderd achterlatend. En zoals de teaser zegt: dit is nog maar het begin.

“Ik probeer op te krabbelen, maar krijg de kans niet.
Hij trekt me ruw omhoog… Het volgende moment wordt mijn arm op mijn rug gedraaid.
‘Waar is hij?’

‘D-dat ben ik.’ Mijn stem klinkt schor. ‘Ik ben de dierenarts.’
De man zwijgt even. Ademt zwaar.
‘Ben je alleen? Om zijn vraag kracht bij te zetten geeft hij een rukje aan mijn pols.
Ik stoot een schreeuw uit, maar bij de gedachte aan Vegas die boven ligt te slapen, verbijt ik de pijn. ‘Ja, er is verder niemand. Laat me los!’”

Met armen, benen, ogen en oren in het verhaal getrokken moeten wij lezers doorlezen, we kunnen niet anders. Verhoefs bekwame handen ontrollen een geschiedenis met veel losse personen, die bij nader bladzijden omslaan allemaal vooral relationeel aan elkaar gelinkt zijn.

Bazarow

Haar dochter Vegas speelt daarin een grote rol: ze is veertien en pubert tegen de klippen op. Van haar moeder wil ze niks weten, die is stom en oudbakken. Ze heeft wel gevoelens voor vriendjes die wij, maar zij niet, herkennen als fout. Niet verrassend hebben een paar ervan iets te maken met het spoedgeval in de kliniek.

Mama komt daarachter en de vliegende pleuritis breekt uit, met nog meer verwijdering tussen moeder en dochter tot gevolg. Ook wordt de situatie voor mama bedreigender. Daarbovenop duikt Jonathan op, de veertien jaar buiten zicht gebleven verwekker van Vegas. De bad guys zitten ook niet stil; zij plannen De Grote Kraak die ze voor altijd (tot het gestolen geld op is, maar dat benul hebben ze niet) uit de problemen zal halen. Tot het laatste moment blijft de climax ongewis en de lezer onbevredigd.

Vakwerk dus van Verhoef, wel met wat kanttekeningen. Vooral in het eerste deel van het boek schicht het perspectief van links naar rechts tussen de karakters. Omdat die vaak met hun eigen stem spreken zonder naamsvermelding, moet de lezer streng bij de les blijven om het overzicht niet te verliezen. Naarmate er meer perspectieven van meer karakters bij komen, wordt de samenhang van het verhaal minder eenvoudig volgbaar, maar leer je wel de karakters goed kennen.

De binnenwereld van de puberende Vegas wordt goed neergezet. Het meisje is constant woedend en reageert bot zoals alleen adolescenten dat kunnen op de kleinste of lief bedoelde opmerkingen van moeder – zeer herkenbaar. Wel komen we een paar keer uitdrukkingen van Vegas tegen die niet helemaal bij een 14-jarige passen. Op blz. 79: “Ik heb dorst,’ fluister ik tegen een silhouet.” En: “Ik stoot alleen nog onsamenhangende klanken uit.” Op blz. 84: “De weg helt naar beneden. Voorzichtig schuif ik vooruit, beducht op het water dat zo dichtbij is.”

Dit is uiteraard niets anders dan spijkers op laag water zoeken. Verhoef maakte een goedgeschreven verhaal dat de lezer menig uur in de ban gaat houden. Een thriller die zonder een gehard stalen zelfbeheersing niet meer neer te leggen is.

Ook verschenen op Nico’s recensies