Vrijdag, 19 juli, 2019

Geschreven door: Pleij, Sander
Artikel door: Timmermans, Jurgen

Explicador

Revolutie in de kunsten en in het leven

Explicador is een ideeënroman die interessante vragen opwerpt en onderzoekt, maar scheert in een slecht romangedeelte langs gezochtheden en clichés. En dat is jammer.

[Recensie] Getrouw aan de Nederlandse traditie in film en literatuur opent Explicador met een seksscÚne en het waarom wordt eigenlijk ook hier nooit duidelijk. Explicador kent nog wat van zulke clichés en wat al te opzichtige tegenpolen. Maar de premisse is zeer interessant en intrigerend: Explicador is ook een idee over de toekomst van het leven in tijden van techniek en AI.

S is het hoofdpersonage in Explicador en hij wil een nieuwe revolutie in de kunsten, wat zeg ik: een nieuwe revolutie in leven. Een revolutie als tijdens het dadaïsme in de woelige periode na de Eerste Wereldoorlog. Die dadaïstische revolutie maakt de Vlaamse dichter Paul van Ostaijen na zijn vlucht naar Berlijn daar van dichtbij mee. Schrijver Sander Pleij vond die culturele revolutie en de rol van Van Ostaijen zo belangrijk – als blauwdruk voor zijn grooste vertelling wellicht – dat hij afwisselend hoofdstukken met Paul in 1919 in Berlijn en S in het nu in zíjn revolutie schrijft. Die S zet ondertussen de huidige revolutie kracht bij door een manifest te schrijven, een inspiratiebron voor de nieuwe revolutie: S heeft het geheim van het leven ontdekt.

De byline van deze roman is toch wel dat Explicador dit geheim zal onthullen. (Het is reden om op het omslag twee keer “groots” in twee zinnen te schrijven: “Dit was groots.”) Het geheim van het leven blijkt te zitten in de nieuwe kijk op Artificial Intelligence (A.I.). Het mechanische mensbeeld wordt in deze roman dus becommentarieerd. Neem computerwetenschap en Shakespeare: to be or not to be, en de bits uit de computerwetenschap: 0 en 1. Er ‘niet zijn’ betekent dat ‘zijn’ afwezig is, in de computerwetenschap is ‘niet zijn’ niet de afwezigheid van 1, maar de aanwezigheid van 0. Voor een computer staat de lamp (0) uit of (1) aan, voor de mens is de lamp aan omdat-ie niet uit is. De wetenschap is hard, in de kunsten zijn de tegenpolen in de opposities opgenomen: ‘zijn’ is niet ‘niet zijn’. Explicador kent meer van deze redenaties en beschouwingen, en is daardoor een echte ideeĂ«nroman, maar het maakt het ook een lastige roman. S en Pleij praten regelmatige over het hoofd van de lezer heen en verliezen die soms.

Sociologie Magazine

Helaas komt het romangedeelte wat minder goed uit de verf. S (alleen de letter dus) is de zoon van een hippiemoeder die hem al vroeg in de steek liet en een beroemde vader (vader Pleij?). S is verliefd op zijn halfzusje Sterre (die in wat eigen hoofdstukken een leven krijgt dat saai tegenover het revolutionaire leven van Paul van Ostaijen staat) en moet dat op deze dag zijn beroemde vader vertellen. Diezelfde dag moet zijn manifest de wereld in geslingerd worden. En diezelfde dag wordt de ontsteking in zijn rug kritiek: S heeft een kastje in zijn rug dat elektrisch zijn hoofdpijn bestrijdt (wat hem, vindt hij, half-cyborg maakt) dat is gaan ontsteken. Ja, ook deze intelligente geest huist in een zwak lichaam. Het lijkt allemaal net wat al te veel gezocht en gestileerd en net wat al te veel tegenpolige situatie en verhaallijnen. Laatste voorbeeld: elk mens heeft zijn eigen filosoof (en filosofisch idee nodig, zo stoelt de carriùre van S’ vader op de Probemensch), S vindt dan ook Salamo Friedlaender: “De dooie Duitser scheen heel onbekend. Mooi. Ieder mens verdient een eigen obscure filosoof.” Tja.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles