Vrijdag, 12 oktober, 2018

Geschreven door: Jansson, Tove
Artikel door: Voskamp, Nico

Fair play

Tederheid met een vleugje gekte

[Recensie] Astrid Lindgren kent iedereen, maar weet iemand nog wie Tove Jansson (1914 – 2001) is? Zij is die andere kinderboekenschrijfster uit Scandinavië, uit Finland om precies te zijn. Ze is de geestelijke moeder van de Mumintrollet, in onze streken bekend als de Moemins. Van deze gek genoeg op nijlpaarden lijkende trollen zijn sinds 1945 in heel veel talen prentenboeken, films en strips uitgebracht, die ook de Nederlandse markt veroverden. Maar daar gaat dit boek niet over.

Fair Play gaat over liefde. Het vertelt het verhaal van twee vrijzinnige vrouwen op leeftijd. De een is schrijfster, de ander kunstenares, allebei wonen ze in hetzelfde gebouw in Helsinki. Overdag werken ze in hun eigen huis, ’s avonds kijken ze samen oude Franse films, en de zomers brengen ze door in hun huisje op een piepklein onbewoond eiland voor de Finse kust. Jansson schreef dit boek toen ze in de zeventig was en baseerde de karakters Mari en Jonna op haar eigen langdurige relatie met kunstenares Tuulikki Pietilä.

Het is een warm relaas geworden. Jansson koos voor korte, krachtige verhaaltjes met steeds een andere invalshoek. Zo beschrijft ze de omgeving waarin de twee dames overdag verbleven: “Ze woonden ieder aan een kant van een groot appartementencomplex vlak bij de haven, en tussen hun ateliers in was de zolder, een onpersoonlijk niemandsland met hoge gangen met aan weerszijden gesloten, houten deuren. Mari hield van die wandeling over de zolder, die een denkbeeldige streep van broodnodige neutraliteit tussen hun domeinen vormde.”

Wat ze knap doet, is tussen de regels door schrijven. In de verhaaltjes worden veel aspecten van een relatie aangestipt, zonder expliciet te zijn. “Ze vroegen elkaar nooit: ‘Heb jij kunnen werken vandaag?’ Misschien stelden ze elkaar die vraag dertig jaar geleden wel, maar mettertijd leerden ze dat niet te doen. Er zijn leemtes die je moet respecteren; de vaak lange periodes waarin je het hele beeld niet ziet, de woorden niet kunt vinden en met rust gelaten moet kunnen worden.“

Bazarow

Vrouwen met sterke karakters zijn het, die onvermijdelijk weleens botsen. Dat gaat soms over iets onbenulligs als de oude films, die ze gewoonlijk samen in de avonduren bekijken. Mari heeft bijvoorbeeld niet veel op met oude westerns van de B-garnituur. Dat resulteert in droogkomische dialogen:

“’Aha,’ zei Mari, ‘het wordt een Wild West hier. Is het een B-western?’
‘Ja. Een vroege klassieker.’

‘Wanneer komt hij erop?’
‘Eigenlijk,’ zei Jonna, ‘eigenlijk zou het nog beter zijn als ik hem alleen kon kijken.’
‘Ik beloof dat ik geen woord zal zeggen.’
‘Ja, maar ik weet wat je denkt en dan kan ik me niet concentreren.’”

Of het ligt aan hun Scandinavische roots durf ik niet te zeggen, maar de kunstenaressen hebben een plezierig tikje van de mallemolen meegekregen. Ze bekijken de wereld vanuit ongebruikelijke hoeken. Dat geeft hun gedragingen een amusante draai, zonder dat de duidelijk aanwezige affectie voor elkaar verloren gaat.

De kleine geschiedenisjes zijn juweeltjes. Ze worden met geruisloze humor neergezet, zoals de dag dat Jonna haar pistool schoonmaakt en per ongeluk een majestueuze mantelmeeuw neerschiet. Dat is bijna slapstick en toch – wed ik – waargebeurd.

Echt gebeurd is ongetwijfeld ook de trip naar Amerika, die niet alleen een indruk geeft van het scherpe observatievermogen van de dames, maar ook van het tijdsgewricht waarin die trip plaatsvond. Als ze na een dag reizen in het Majestic hotel aankomen (geheel in overeenstemming met zijn naam pompeus, groot en leeg), schrijft Jansson: “Iemand zette de hit van dat moment op, ‘A Horse With No Name,’” Mooie quizvraag ter afsluiting, te beantwoorden zonder Google: wie scoorde die hit en in welk jaar?

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles