Vrijdag, 22 juni, 2012

Geschreven door: Hooft, Caspar Visser 't
Artikel door: Bordewijk, Johan

Feniksbloem

Een breekbaar beeld door een waar stilist

Er is een categorie boeken die weinig in de belangstelling staan, te weinig: die van de kleine uitgevers. Bij toeval stuit je af en toe op een mooi exemplaar dat de aandacht nog niet op zich heeft weten vestigen en waarvan je vreest dat dat ook niet gaat gebeuren. Feniksbloem van Caspar Visser ’t Hooft is daar een voorbeeld van. Het zou jammer zijn als die tussen wal en schip valt. Reden genoeg om het boek naar voren te halen in de hoop dat een kleine spotlight het begin van een grote kan zijn. Want het blijkt dat juist bij de minder bekende uitgevers en auteurs de liefde voor literatuur bloeit.

De mysterieuze feniksbloem

Feniksbloem begint in 1913 als de Rus Ivan – Vanja – Rozanov bloemen en planten verzamelt in de lagune van Venetië om ze mee te nemen naar zijn botanische tuin in Rusland. Daar is een mysterieus plantje bij, de feniksbloem, waar een geneeskrachtige werking aan wordt toegeschreven.

In 2011 ontmoeten we Ernst de Vreeze die werkzaam is bij het Plantarium, de moderne naam voor het Koninklijke Plantentuin. Hij komt bij toeval de achterkleinzoon – ook Vanja – van deze Rozanov tegen. Deze Vanja heeft zich na de val van de Sovjet-Unie in Nederland gevestigd. Er is direct sprake van vriendschap. Wat zij niet weten, maar de lezer wel, is dat Ernst verwant is aan de overgrootmoeder van Vanja, een Nederlandse dame die haar man in Venetië heeft ontmoet.

Beiden zijn ze geïntrigeerd door de feniksbloem die in Venetië uitgestorven is, en zoeken ze uit of deze in Rusland heeft weten te overleven. Voor Ernst wordt de vriendschap met Vanja en deze speurtocht extra belangrijk vanaf het moment dat hij diens zus Olga ontmoet. Niet alleen voelen zij zich tot elkaar aangetrokken, zij kent ook een jongen – Marek – met een ongeneselijke huidziekte. Het vermoeden ontstaat dat het juist de feniksbloem is die deze ziekte wél kan genezen.

Wandelmagazine

Een waar stilist

Het mooist aan Feniksbloem is zonder meer de stijl. In fijnzinnig proza toont Visser ’t Hooft zich een waar stilist.

‘Ze streelde het bloemetje. Zacht getingel. Ernst fixeerde haar fijne hand. Een fixatie die van het ‘nu’ een eeuwigheid maakt. Zijn kaken vielen uiteen Net niet of zijn mond viel open.’

Op enkele plaatsen in het boek is op de stijl wel wat af te dingen. Ernst helpt Olga met de computer met ‘handige kneepjes’ voor ‘bepaalde handelingen’. Als die handelingen ertoe doen beschrijf ze dan; doen ze er niet toe, laat deze vaagheid dan weg. Gelukkig zijn dit maar kleine ontsporingen.

Ook de psychologie van de personages wordt geloofwaardig neergezet. Ernst zucht onder de invloed van zijn grootvader van vaderskant, behalve hoogleraar en oud-directeur van het instituut waar Ernst werkt ook een calvinistisch streber. ‘Wie niet werkt is een dief’ was zijn devies. Ernst is echter ook sterk beïnvloed door de Braziliaanse wortels van moederskant:

‘Ik denk dat wanneer we meer dingen ‘laisser aller’, we gelukkiger zouden zijn. Alles hoeft niet zo tot in de puntjes worden geregeld, zo foutloos worden gestroomlijnd – een beetje rommel en wanorde, dat hoort bij het leven.’

Tot nu toe heeft hij te vaak de stem van zijn grootvader gehoord die hem maande tot noeste arbeid. Gaandeweg verzet hij zich steeds meer tegen dat juk van het verleden en uiteindelijk kiest hij met Olga een weg die hem gelukkig maakt.

In Feniksbloem heeft Caspar Visser ’t Hooft heden en verleden heel mooi verweven. Hij creëert een breekbaar beeld van familiebanden en smeedt een eenheid tussen historische gebeurtenissen en persoonlijk drama. Een klein plantje, de feniks (phoenix – fenice – Venetie) wordt het symbool dat niet alleen de omwenteling van het bolsjewieken in Rusland overleeft maar ook een verbintenis tussen Ernst en Olga bewerkstelligt. En biedt zelfs hoop voor de toekomst, de mogelijke genezing van Marek.