Vrijdag, 27 maart, 2020

Geschreven door: A─čao─člu, Adalet
Artikel door: Nooij, Marjon

Gaan liggen om te sterven

Het nieuwe Turkse ideaal

[Recensie] Eind 2019 verscheen bij Uitgeverij Jurgen Maas de roman Gaan liggen om te sterven, het existentialistische romandebuut van de Turkse auteur Adalet A─čao─člu (1929) dat in Turkije verscheen in 1973. Deze klassieke roman behelst de periode 1938-1968. Turkije worstelt met de ideologie van de recent overleden president Atat├╝rk, met  het verleden ten tijde van het Ottomaanse Rijk nog geworteld in de genen. A─čao─člu, die wordt gezien als een van de meest belangrijke romanschrijvers van de 20e eeuwse Turkse literatuur, schreef ook toneel, essays, korte verhalen en memoires.

Ankara, 1968

Aysel, een getrouwde en ge├źmancipeerde vrouw, gaat een hotel binnen, kleedt zich uit en gaat op bed liggen met als doel te sterven. Een raadselachtige binnenkomer, vooral omdat ze aangeeft een lachbui te voelen opborrelen. Ze vertelt werkzaam te zijn als docent op de universiteit en het bed gedeeld te hebben met een van haar studenten. De onzekerheid of ze nu zwanger is houdt haar bezig.

Mustafa Kemal Atat├╝rk (1881-1938), de eerste president van Turkije heeft zijn stempel gedrukt op de gemoederen van de bevolking door de vergaande progressieve hervormingen met als doel de republiek Turkije te moderniseerden tot een wereldlijke, niet aan geloof gebonden, industri├źle natie. Het oudere en conservatieve deel van de bevolking had grote moeite om in de modernere maatschappij te gedijen en had de nodige kritiek op de Kemalitische ideologie van de toch wel autoritaire Atat├╝rk, vanwege het paradoxale gevoel dat dit opriep ten opzichte van het islamitische geloof. Van hem is de gevleugelde uitspraak:

Bazarow

“Alles wat we op deze wereld hebben, is het werk van vrouwen.”

1938

Onderwijzer D├╝ndar heeft de hervormingen omarmd en implementeert het zeer gedreven in zijn lessen, waarbij hij erg zijn best doet – wellicht ter eigen eer en glorie – , maar zich toch niet voldoende kan inleven in zijn klas. Tijdens een uitvoering waar ook de ouders van de kinderen bij aanwezig mogen zijn, lopen de gemoederen op. Met de tenen krom aanschouwen ze gruwelend het progressief aandoende spel van de klas. Heel voelbaar is verscheurdheid die de kinderen uitstralen, tussen hun conservatieve ouders en de veel modernere onderwijzer. Tijdens het dansen van de polka moeten ze elkaar aanraken, maar in de cultuur is dit niet toegestaan en gevoelsmatig hinken de kinderen op twee benen.
Dit is de scene die de sleutelrol heeft in het hele verhaal.

Thuis, in het middenstandsgezin, hebben de ouders van Aysel vaak onenigheid over de gevolgen van de culturele omwenteling, zoals de modernere kleding die ze van haar moeder mag dragen. “Mijn moeder heeft haar haren laten onduleren. Maar mijn vader vindt het niet eens goed dat ze haar hoofddoek afdoet”.

Het ‘moeten’ moderniseren heeft zijn tijd nodig, maar de bevolking krijgt niet de tijd om te wennen aan de gedwongen omwenteling, die niet binnen de duur van ├ę├ęn generatie gerealiseerd kan worden. Dit levert veel consternatie op, de gevoelens schuren, soms letterlijk tot bloedens toe.

“Als ik erin slaag Hem (Atat├╝rk tt) ieder jaar op 10 november te herdenken en een Turks meisje word zoals Hem dat voor ogen stond, dan ben ik ervan overtuigd dat onze Onsterfelijke Vader in het Etnografisch Museum, waar hij ligt, vredig zal slapen.”

Soms met zichzelf in de knoop, willen de zoekende jongeren luisteren naar Westerse muziek en gaan studeren, waarbij ze heel gedreven zijn om die kans te baat te nemen. Ook Aysel, die naar Istanbul vertrekt, waar ze zich heel eenzaam voelt. Ze doet er alles aan om te kunnen opklimmen op de maatschappelijke ladder, maar ondanks – of juist dankzij? – haar ge├źmancipeerde leven, wordt ze genaaid door de ander.

“En op die plek waar ik mezelf terugvond, trof ik ook mijn overbodigheid aan.”

De caleidoscopische en beeldende roman meandert als een moza├»ek door de tijd en tussen de personages, waardoor het veel verdiepende verhaallijnen heeft. De verschillende hoofdstukken geven een podium aan onder andere een aantal klasgenootjes van Aysel, haar onderwijzer en haar zusje. Voor de opbouw van de roman heeft A─čao─člu gekozen voor verschillende stijlen, zoals verschillende vertelperspectieven, dagboekvorm, krantenartikelen en briefwisselingen. Romantisering van Frankrijk is ook de Turkse jeugd niet vreemd. Regelmatig verschijnt in de roman het motief ‘sering’ welke symbool staat voor nostalgie, onschuld en herinnering.

Een intrigerende roman – in een voortreffelijke vertaling van de hand van Hanneke van der Heijden – die een prachtig tijdbeeld geeft van de geschiedenis van het land en een kritisch inzicht biedt in de cultuur van met name de jeugd. Van het lange haar van de meisjes dat werd gekoesterd en het uithuwelijken, tot de voorzichtige schreden naar emancipatie en feminisme. Uitspraken als “De heiligste plicht van de vrouw is het moederschap. Punt uit!” en “Wie naar school gaat, loopt weg voor werk”, worden moeizaam door de jeugd met voeten getreden, ook de meisjes willen kansen grijpen en wereldwijzer worden. Heel voorzichtig kunnen enkelen van hun ouders daarin meegaan. Aangelegenheden die heden ten dage nog steeds significant zijn.

Eerder verschenen op Metdeneusindeboeken