Vrijdag, 27 april, 2018

Geschreven door: Dijkgraaf, Margo
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Geen verlangen zonder tekort

“Nederlandstalige romans zijn avontuurlijke exploraties van de menselijke ziel”

[Recensie] Op 7 mei wordt de Libris Literatuur Prijs voor de 25ste keer uitgereikt. Genomineerd dit jaar zijn Martin Michael Driessen met De pelikaan, Marjolijn van Heemstra met En we noemen hem, Murat Isik met Wees onzichtbaar, Ilja Leonard Pfeijffer met Peachez, een romance, Arjen van Veelen met Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken en Tommy Wieringa met De heilige Rita. De kans dat Pfeijffer of Wieringa met de prijs naar huis gaan is klein, want ze wonnen hem al een keer. En verder is het afwachten wie de prijs uiteindelijk wel wint.

Bij de viering van dit 25-jarige jubileum verscheen er enkele weken geleden, onder redactie van NRC medewerker en literatuurcriticus Margot Dijkgraaf en Boom-uitgever Wouter van Gils, een alleraardigst boekje, Geen verlangen zonder tekort, over de toekomst van de Nederlandstalige roman. Schrijvers, dichters, literatuurwetenschappers, recensenten en buitenlandcorrespondenten mochten in een aantal pagina’s hun licht laten schijnen over de (Nederlandstalige) roman van de toekomst en of er nog wel een roman van de toekomst zou zijn. Want, we zien een afname van het aantal Nederlandstalige romans dat bij officiële uitgevers verschijnt. Buitenlandse, vertaalde fictie wint aan terrein. We zien hetzelfde bij de leesclubavonden van De Leesclub van Alles. Avonden over buitenlandse auteurs zoals we hadden over Philippe Claudel, Paolo Cognetti en Juli Zeh trekken steevast meer  bezoekers dan avonden over Nederlandstalige auteurs, Alma Mathijssen, Stefan Hertmans of Nelleke Noordevliet. Best wel reden voor wat zorgen.

Veel van de auteurs van Geen verlangen zonder tekort starten hun bijdrage dan ook niet al te vrolijk. Ze schrijven over de ontlezing en de verslaving aan het mobieltje, er zijn zorgen over het feit dat het kijken naar series op Netflix de rol het lezen van romans aan het overnemen is en er bestaat de angst dat computers straks misschien wel romans gaan schrijven en schrijvers overbodig worden. Maar ondanks deze wat sombere open deuren is Geen verlangen zonder tekort toch een positief boek te noemen. Arnon Grunberg stelt dat de roman er altijd zal zijn: “mensen hebben zo’n grote behoefte hebben aan verhalen omdat die verhalen hen in staat stellen zich te verhouden tot hun omgeving.” De Vlaamse schrijver Margot Vanderstraeten zegt het zo: “Toch maak ik me geen zorgen over de toekomst van de Nederlandstalige literatuur. ‘Met een lege maag voel ik me een ander persoon dan na de maaltijd’, wist Montaigne in de zestiende eeuw al. Met een lege geest is dat niet anders.” Marja Pruis, literair criticus van De Groene Amsterdammer vult aan: “Een goed boek, ik bedoel het écht goede boek waar iedereen altijd op zit te wachten, morrelt aan morele kaders, of rekt ons inlevingsvermogen op, stelt ons in staat te dromen, gaat de confrontatie aan die completer, dieper en directer is dan in werkelijkheid mogelijk.” En dit soort boeken, zo stellen de auteurs, worden ook nog steeds in Nederland en Vlaanderen geschreven.

Hoogleraar boekwetenschap Lisa Kuitert roemt het helende effect van het lezen van romans. “Lezen is niet alleen goed voor de taakontwikkeling, maar blijkt in maatschappelijk opzicht mensen zelfs gelukkiger te maken en draagt bij aan het terugdringen van volksziekte nummer één: dementie. Romans zouden dus in het basispakket moeten van ons zorgstelsel.”

Kookboeken Nieuws

“Met de Nederlandstalige roman staat het er beter voor dan ooit, nu het literaire seksisme eindelijk de mond is gesnoerd,” stelt de immer strijdlustige Neerlandicus en literair criticus Elsbeth Etty in haar bijdrage We hebben gewonnen!. Voor Etty hebben vrouwen definitief een plaats in de letteren veroverd en die zullen ze ook niet meer zomaar afstaan. Etty heeft natuurlijk gelijk, maar de manier waarop het recente Boekenweekgeschenk van Griet op de Beeck merendeel door oude, mannelijke literaire critici werd afgebrand, laat zien dat er nog wel het nodige werk verricht mag worden in deze.

Een rondje langs Engelse, Franse en Duitse literatuur critici is ook vrolijk stemmend. Volgens een Engelse recensent “komt de hoge kwaliteit van onze literatuur voort uit de open mentaliteit die Nederlanders altijd aan de dag hebben gelegd. De Nederlanders hebben de wereld opengelegd. Het waren ontdekkingsreizigers, kaartenmakers. Nederlanders hebben een nieuwsgierige, onderzoekende instelling. Dat vind je terug in hun literatuur: avontuurlijke exploraties van de menselijke ziel.” En een Duitse recensent roemt onze romans omdat Nederlanders gewoon een goed verhaal kunnen vertellen.

Ik kan het alleen maar beamen. Sinds we met deze site bezig zijn lees ik weer elke week een roman, Nederlandstalig of buitenlands. De Nederlandse en Vlaamse literatuur doet echt niet onder voor wat ik van veel andere Europeanen of de Amerikanen lees. Vaak zijn ‘onze’ romans net zo verrassend, uitdagend en prikkelend. Als we het navelstaren over oorlog, protestantisme en ouders die vervelend waren wat minder op de voorgrond zetten en hedendaagse thematieken kiezen, komt het echt wel goed met de Nederlandstalige literatuur. En laten we vooral niet vergeten dat er bijvoorbeeld in de 19de eeuw nauwelijks boeken werden geschreven en gepubliceerd. Hoogleraar Lisa Kuitert cijfert ons voor dat er toen in tienjaar tijd vaak minder dan veertig Nederlandstalige romans verschenen. Nu zijn dat honderden per jaar. Een veelvoud van toen. Dat het wat minder wordt, is misschien niet eens zo erg.

Er valt ook het nodige te lachen in de bundel. Een voorbeeld: schrijver Roos van Rijswijck voorspelt dat schrijvers, omdat de subsidiekranen definitief dicht zijn gedraaid, worden gehuisvest in verzorgingstehuizen. “Samen met studenten zonder beurs genieten zij gratis woonruimte in ruil voor participatie. Het blijkt een daverend succes: studenten gaan lezen, schrijvers schrijven als nooit tevoren en ouderen leven op.”

Tot slot nog een opmerking van kritiek bij Geen verlangen zonder tekort. De bundel heeft een te groot Amsterdam-gehalte, bijna alle auteurs werken en wonen in onze hoofdstad, alsof alleen daar (over) Nederlandstalige literatuur wordt geschreven. Dat er bijvoorbeeld maar twee Vlamingen om een bijdrage is gevraagd is ronduit belachelijk. En, Dijkgraaf en Van Gils geven geen enkele stem aan de vele online initiatieven die er rond literatuur zijn. Wat vinden bijvoorbeeld de mensen achter Hebban of Tzum van de toekomst van de Nederlandstalige roman. De toekomst van lezen en romans zou wel eens heel sterk kunnen afhangen van al die bloggers die tegenwoordig een veel groter enthousiasmerende rol voor literatuur hebben dan de literatuurbijlagen van de dag- en weekbladen, die toch voor het merendeel kampen met dalende oplages. Maar dat is een kleine terzijde.

Voor wie houdt van ‘onze’ literatuur is Geen verlangen zonder tekort een aanstekelijke bundel. Ik heb me er kostelijk mee vermaakt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles