Vrijdag, 23 juni, 2017

Geschreven door: Pruis, Marja
Artikel door: Houben, Just

Genoeg nu over mij

Het essayistisch ‘ik’

‘Ik’ moet je verdienen, schrijft Marja Pruis in haar essaybundel Genoeg nu over mij. Confessies van een ervaren schamer. Mooie titel die het dubbele van het boek weergeeft. Want natuurlijk is het een boek over het ‘ik’ van Marja Pruis, behalve schrijfster ook literatuurcritica van De Groene Amsterdammer. Maar dan wel op een prettige, niet-ostentatieve manier. Het gaat niet om haar als persoon. Als ze persoonlijke dingen schrijft, zijn die bedoeld als kanttekening of als vraagteken bij haar overdenkingen. En het valt ook nog maar te bezien of de ik in Genoeg nu over mij samenvalt met die van de schrijfster: “Misschien is het ‘ik’ ik non-fictie wel een leugenachtiger ik, vanwege de suggestie dat het schrijvende en het echte ik samenvallen.”

Leugenachtig of niet, de vraag is hoe je over jezelf kunt schrijven, zeker met de alomtegenwoordige sociale media waarin iedereen zichzelf in de etalage zet. Onder verwijzing naar essay Enough about me van de Amerikaanse essayiste Leslie Jamison vraagt Pruis zich af wat de waarde is van het autobiografische schrijven te midden van Twitter en Instagram: “Het therapeutische proza, het exhibitionisme, de bekentenisliteratuur, het naakte narcisme, de zwaartekracht van het solipsisme, het ligt allemaal op de loer. En gewoon, de trivialiteit.” Het mag dan op de loer liggen, Pruis blijft er verre van.

Schaamte

Veel essays gaan over schaamte, of: óók over schaamte. Het is een gebrek aan empathie met jezelf, zei de psychoanalyticus Louis Tas, toen hij eens door Marja Pruis werd geïnterviewd. Het is een emotionele reactie op de angst voor afwijzing; de blik van de ander. Het schrijven is voor Pruis dan ook een dagelijkse strijd tussen het schaamteloze, iets willen zeggen, en de schaamte.

Foodlog

“Mijn blijdschap over de ontdekking van schrift is eigenlijk nooit over gegaan. Papier is geduldig, papier is veilig. Op papier kun je alles zeggen zonder dat iemand je gek aankijkt. Dat het geschreven woord ook een ontvanger heeft, kan lang een abstractie blijven.”

Het is moeilijk om dit essay, De ervaren schamer. Over je verstoppen en toch gezien worden, in zijn geheel recht te doen. Het gaat over veel meer dan de eigen schaamte. Want Pruis kijkt niet alleen naar zichzelf, maar net als in andere essays, ook naar anderen.

Herroepen

De anderen naar wie Marja Pruis kijkt in Genoeg nu over mij zijn onder andere James Salter, Woody Allen, Theo Maassen of Beyoncé. Maar net zo goed komen onbekenden voorbij zoals een vrouw bij de kapper of een man op een terras. Pruis wisselt met een bewonderenswaardig gemak tussen persoonlijke waarnemingen en overdenkingen. Ze nodigt uit tot meedenken, instemmen en tegenspreken. Wat ze schrijft over de verschillen tussen man en vrouw is bijvoorbeeld herkenbaar, maar tegelijk zijn er ook kanttekeningen bij te plaatsen. Het prettige is dan ook dat ze in haar essays onderzoekt in plaats van stelligheden verkondigt.

In haar laatste essay Hoe blind kun je zijn. Nog één keer over mannen en vrouwen hoe ze geconfronteerd wordt met haar feministische blik en de vanzelfsprekende interpretatiekaders die daarbij horen. En hoe beperkend die kunnen zijn. Ze sluit af met:

“Nooit meer zou ik schrijven over mannen en vrouwen.
Niks meer daarover.
Voorgoed klaar.
Over en uit.
En ik nam me voor om alles wat ik tot nog toe heb geschreven te herroepen. Bij dezen.”

Het ‘ik’ van Marja Pruis is vragend, zoekend, denkend en twijfelend, niet bang om eerdere uitspraken en gedachten weer terug te nemen. Het essayistisch ‘ik’ kan leiden tot het allerirritantste of het allermooiste, schrijft ze ergens. In Genoeg nu over mij leidt het duidelijk tot het laatste.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles