Vrijdag, 6 juli, 2018

Geschreven door: Maas, Nop
Artikel door: Voskamp, Nico

Gerard Reve - Kroniek van een schuldig leven 2

Deel twee van de biografie over Gerard Reve: De rampjaren, 1962-1975

[Recensie] De biograaf is bezig Reve’s levenshandel en wandel in een aantal dikke delen op te tekenen. Na deel 1 in 2009, is er in 2010 deel 2 dat de jaren 1962-1975 beslaat. In de eerste zinnen zien we wat we kunnen verwachten: “In brieven van 28 en 30 oktober 1962 deed Reve verslag van zijn reilen en zeilen in de eerste dagen van Schuhmachers afwezigheid. Ze geven een idee van de manier waarop hij zijn dagen doorbracht.”

Vervolgens reconstrueert de biograaf de dagindeling van de schrijver. Samengevat: Op vrijdag 26 oktober bracht Reve vriend Wimie naar de trein, huilde daarom in de kerk en thuis even, en ging daarna zijn huis opruimen. ’s Middags belde Jan Wolkers op om hem voor zijn verjaardag uit te nodigen, maar dat aanbod sloeg Reve af. ’s Avonds bezocht hij een voorstelling van een door Reve zelf vertaald stuk en rond Ă©Ă©n uur was hij thuis.

Chronologisch gaat het zo door: “Zaterdag 27 oktober profiteerden Reve Lucardie van het windstille weer door met de brommer naar het Gooi te gaan. Ze gingen niet langs bij Fritzi ten Harmsen van der Beek en waren om half vijf weer thuis. ’s Avonds gingen ze …” et cetera.

Gelukkig verlaat de biograaf daarna dit microscopische proza en neemt grotere stappen. Hij legt dwarsverbanden en verklaart zaken, zoals Reve’s eigen betiteling als ‘natuurkatholiek’, die hij in de geschiedenis van de Katholieke kerk van de woelige zestiger jaren plaatst.

Hereditas Nexus

We lezen hoe Reve naar Spanje reist. Hij had het plan zich in Spanje te vestigen maar komt tot de conclusie dat het leven in dat land lang zo goedkoop en eenvoudig niet is als hij had gedacht en keert terug naar Nederland.

De biograaf gaat in op Reve’s gewoonte zijn horoscoop (en die van allerlei vrienden) te laten trekken bij ‘de zusjes Meyer’. Dat geeft een aardig inzicht in Reve’s gedachtenwereld op het spirituele vlak. Lichamelijk krijgen we ook een beeld van hem: het gaat in rap tempo slechter met Reve. Hij drinkt te veel en heeft last van zware depressies.

Uiteraard komt ook het ‘ezelproces’ voorbij. Reve beschreef in Nader tot u hoe hij de liefde bedrijft met God als ezel. Half Nederland vatte dat in dit tijd op als godslastering, en een heus proces volgde. Dat Reve overigens ruimschoots won.

Nieuw zijn al die feiten niet. Een feest van herkenning is het wel, voor wie Reve’s brievenboeken kent. Maas voegt aan die feiten ongelooflijk veel details toe – een knappe prestatie. Heel plezierig voor wie nĂłg meer wil weten over Reve, maar het geeft ook een tweeslachtig gevoel. Hoe minutieuzer Maas het leven van Reve in kaart brengt, hoe meer zicht we krijgen op de mens achter de schrijver. En dat wordt na een aantal hoofdstukken – voor mij tenminste – een probleem.

Reve was een getroubleerd mens. Dat is bekend. Zijn verdienste was dat hij uit die troebelen briljante verhalen en uitspraken wist te persen, in een onnavolgbare stijl en erg leesbare boeken.

Voor mij is dat lezen voldoende. Ik hoef niet zoveel extra informatie. Mijn bewondering voor de man blijft, hij is een idool zonder hem te hoeven ontmoeten. Dat hij een bevlekt idool was, weet ik ook wel, maar van mij hoeft dat niet letterlijk beschreven te worden. Van mij mag hij op zijn sokkel blijven staan. Schitterend in de zon.

Eerder verschenen op Nicovoskamp.com