Donderdag, 23 april, 2020

Geschreven door: Andral, Jean-Louis
Hoekstra, Feiko
Wilson, Sarah
Costa, Valérie Da
Lemoine, Colin
Artikel door: Stoel, Jan

Germaine Richier – De tovenares

De hybride wezens van Germaine Richier

[Recensie] Het is jammer dat het Museum Beelden aan Zee in Scheveningen momenteel gesloten is. Voor het eerst in zestig jaar (de laatste keer was in 1959 in het Stedelijk Museum) is er namelijk in Nederland een tentoonstelling ingericht met werk van de Franse kunstenares Germaine Richier (1902-1959). De titel: Mensbeeld – Mensbeest. Hopelijk kan deze tentoonstelling verlengd worden, want hij loopt maar tot 7 juni.

Richier was een van de belangrijkste beeldhouwers van vlak na de Tweede Wereldoorlog. De monografie die bij de tentoonstelling verschijnt heet Germaine Richier – De tovenares en besteedt ook aandacht aan haar tekenkunst en grafisch werk. Deze publicatie werd gerealiseerd in samenwerking met het MusĂ©e Picasso in Antibes. Beide musea kijken uit op de zee en op de stenen muur van het terras van het museum in Antibes staan sinds 1963 vier beelden van Richier als wachters op de uitkijk. Maar er is iets speciaals met de beelden. Ze wekken de indruk dat ze ieder moment in beweging kunnen komen.

“Ik probeer niet een beweging weer te geven. Ik wil die eerder suggereren” (Richier)

Het knappe van deze publicatie is dat het werk en leven van Germaine Richier in de maatschappelijke en artistieke context van haar tijd geplaatst worden. De bijdragen in het boek zijn niet altijd even toegankelijk geschreven. Ze zijn academisch van opzet en van annotaties voorzien.

Archeologie Magazine

Kunsthistorica ValĂ©rie Da Costa wijst erop dat tijdens en na de Tweede Wereldoorlog Richiers beeldtaal veranderde. Voor 1939 maakte ze realistische portretbustes en vrouwelijke naakten. In 1940 vluchtte Germaine naar ZĂŒrich. Dan vindt er een metamorfose plaats. Ze gaat het menselijk lichaam weergeven als onderdeel van het dierenrijk. Haar beelden worden hybride wezens. In L’homme forĂȘt (Bosmens), een beeld van gips, blad en hout resulteert dat in een beeld dat zich ergens tussen mens en plant beweegt. De meest fantastische wezens creĂ«ert ze: een vrouw met de ledematen van een insect, een vleermuis die er als mens uitziet, een menselijke spin met een hand in de vorm van een klauw, een menselijke inktvis, een hydra (een veelkoppige slang in menselijke vorm) De beelden zien er ruw uit, zijn bekrast, soms half mens, half beest (zie daar de titel van de tentoonstelling in Beelden aan Zee). Het oppervlak van de beelden lijkt aangetast en ademt existentiĂ«le angst uit. Dat heeft alles te maken met de oorlog. De beelden lijken verwond, gehavend te zijn, met littekens overdekt, te bloeden. Draden die ze in het werk verwerkt suggereren dat de mensbeesten bekneld zitten.

Maatschappelijk veranderde er in Frankrijk ook het nodige. Op 21 april 1944 werd in Frankrijk eindelijk het stemrecht voor vrouwen ingevoerd en gaat ook de emancipatie van vrouwen in de kunst verder.

Schrijvers uit die tijd noemen haar werk mannelijk vanwege de vreemde en verontrustende uitstraling van haar figuren. In haar werk zit dualiteit. Een beroemd beeld is L’Orage (Storm Man), in bezit van het Stedelijk Museum Amsterdam. De man lijkt verweerd te zijn, beschadigd, maar in zijn houding suggereert ze beweging, vooruitgang. Zo wordt het ook een beeld van hoop. Verderop in het boek is een foto te vinden waar Richier met de toen 80-jarige Libero Nardone, de man die voor dit beeld model stond (en ook voor Balzac van Rodin model stond), de maten aan het nemen is. Zo valt er steeds iets nieuws te ontdekken in het boek, kan de lezer zelf verbanden leggen. In de jaren vijftig verwerkte ze glas in haar sculpturen en maakten schilders achtergronden voor haar beelden. Ze wordt daardoor wel gezien als voorloper van de Pop Art.

Er is ook aandacht voor andere technieken die ze hanteerde: tekenen en etsen. Opvallend zijn haar tekeningen van handen waar ze de levenslijnen tot ontwikkeling laat komen , tot leven wekt. Groeivormen, sprinkhanen, hoofden zijn erop te zien. Over haar etsen schreef Colin Lemoine, kunsthistoricus, een bijdrage. Volgens hem zoeken beeldhouwers iets anders om even los te komen van het zware werk van het beeldhouwen. Van haar leermeester Bourdelle leerde Richier technieken en vaardigheden te combineren. Bourdelle formuleerde het zo: beeldhouwen komt neer op schrijven in steen. Tussen 1948 en 1951 stortte Richier zich op het etsen: ze kan kerven en krassen in de koperen plaat. Daardoor wordt de materie blootgelegd. Dat is vergelijkbaar met wat een beeldhouwer doet als hij een stuk steek weghakt. Een ets was voor haar een plat beeldhouwwerk dat woeste effecten en hybride figuren aan het licht kon brengen. In een ets komen tekenen en beeldhouwkunst bij elkaar, de lichtheid van het ene en de zwaarte van het andere.

Richier had invloed op de beeldhouwkunst. Sarah Wilson schrijft dat een tentoonstelling in Londen in 1947 voor een omslag in de beeldhouwkunst in Groot-Brittannië zorgde, weg van de biomorfe vormen van Henry Moore. Mensen als Lynn Chadwick, Reg Butler en William Turnbull werden door haar beïnvloed. In Nederland (waar haar werk aanvankelijk niet zo positief werd ontvangen in de pers) beïnvloedt ze onder meer Lotti van der Gaag, Tajiri en Wessel Couzijn. Door haar werken wordt afscheid genomen van geïdealiseerde mensfiguren.

Wat deze publicatie meerwaarde geeft is dat naast het werk van Richier, ook werk van kunstenaars die door haar beĂŻnvloed zijn zijn opgenomen. Het mooiste voorbeeld is wel een werk van Arie Schippers (Selfexpression is like daisies and violets in the field, uit 2012), dat rechtstreeks schatplichtig is aan de Hydra uit 1954.

De vormgeving van het boek is prachtig. Twee kenmerkende beeldhouwwerken, die midden in het boek paginagroot staan afgebeeld staan op de binnenflap en de inhoud van het boek, wordt door twee kleurenfoto’s als het ware omarmd door steeds twee van de ‘wachters’ te tonen uit Antibes. Smaakvol gedaan. Er wordt recht gedaan aan de disciplines die Germaine Richier beoefende. Een bijna iconische foto is die van het gereedschap dat ze gebruikte. Een uitgebreide biografie, bibliografie en een lijst van werken completeren deze fraaie uitgave.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles