Woensdag, 10 februari, 2016

Geschreven door: Pinker, Steven
Artikel door: Slob, Marjan

Gevoel voor stijl

De vloek van kennis

Een goede schrijfstijl is ‘het doelmatig gebruik van woorden om andermans geest voor zich te winnen’, aldus Steven Pinker. Wees daartoe beknopt, vermijd dubbelzinnigheden en verzorg je stijl. Ofwel: betoon je hoffelijk richting je lezer, die wel wat beters te doen heeft dan door jouw taaltroep te waden.

De Canadees Steven Pinker is psycholinguïst en cognitiewetenschapper, maar schrijft ook voor een algemeen publiek. Eerder publiceerde hij Hoe de menselijke geest werkt en in 2013 trok hij de aandacht met Ons betere ik: waarom de mens steeds minder geweld gebruikt. Pinker houdt van ferme uitspraken, schrijft ze zwierig en raak op, en is met zijn flamboyante krullen en blauwe ogen ook nog eens een mediagenieke man. Deze combinatie heeft hem doen belanden op de lijstjes met ’s werelds meest invloedrijke publieke intellectuelen.

Als je eenmaal op zo’n lijstje staat, krijg je een eigenaardig, hybride boek als Gevoel voor stijl kennelijk ook wel uitgegeven. De nieuwe Pinker biedt tal van concrete tips en oordelen over stijlkwesties, maar de opzet is niet systematisch genoeg om als praktisch naslagwerk te dienen. Zijn stijlaanwijzingen zijn zinnig zonder ook maar een moment te verrassen. ‘Vermijd tangconstructies’, ‘Geef concrete details zodat je lezer zich een voorstelling kan maken van je onderwerp’, ‘Kies een toon die aansluit bij je beoogde lezersgroep’ – dat werk.

Origineler is Pinker als hij de achtergrond van dergelijke aanwijzingen uitlegt aan de hand van de manier waarop onze hersenen taal verwerken. Zo zijn mensen geneigd om van vroeger naar later denken. Vandaar dat de zin: ‘Voordat ze ging douchen, at ze een boterham’ moeilijker te begrijpen is dan: ‘Ze at een boterham en ging daarna douchen’.

Wandelmagazine

Taalnerds zullen mét mij smullen van Pinkers technische commentaar op een goed stukje proza: ‘Korte, simpele woorden, eerst twee jamben, en na de pauze nog vier, met een ingebouwd tegenaccent’. Maar mijn aandacht zakte weg bij de tientallen pagina’s met syntactische ‘bomen’ (in feite ontlede zinnen) die visualiseren hoe woordgroepen zich tot elkaar verhouden. Een derde van het boek beslaat bovendien Engelse stijlkwesties die niet een-op-een vertalen naar het Nederlands, hoe goed vertaler Jan Pieter van de Sterre zijn vak ook verstaat.

Het is Pinkers pragmatische visie op schrijven die me vooral bevalt. Taalpuristen zijn bij hem aan het verkeerde adres. Eigenlijk gaat het bij schrijven nog het minste om goed taalgebruik, stelt Pinker. Veel belangrijker is het om kritisch na te denken over wat je nu eigenlijk wilt overbrengen. Daarbij hebben schrijvers last van wat Pinker ‘de vloek van kennis’ noemt. Onbegrijpelijk proza ontstaat vooral doordat wij mensen notoir slecht inschatten hoe onze tekst overkomt op iemand die minder over het onderwerp weet dan wijzelf. Schrijven voor een publiek vergt empathie. Je moet je eigen kennis en impliciete denkstappen fris kunnen bezien, en ook nog eens beslissen hoe je die het beste overbrengt. Pinker maakt daarmee duidelijk hoeveel redeneren er eigenlijk komt kijken bij het maken van goed proza.

Verscheen in de Volkskrant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *