Donderdag, 25 mei, 2017

Geschreven door: Bales, Ute
Artikel door: Reinewald, Chris

GroƟes Ey

Kunst tussen warme broodjes en gebakken aardappeltjes

In de Duitse non-fictie biografie GroƟes Ey vertelt Ute Bales (1961) over Johanna Ey, een gescheiden bakkersvrouw die van 1916 tot 1947 in DĆ¼sseldorf een kunsthandel dreef. Dankzij haar kregen scharminkelige schilders als Otto Dix en Max Ernst hun eerste exposities. Zelf zou ze nooit van hun roem profiteren. Daar was zij trouwens ook de vrouw niet naar.

[Recensie] Op de tot 28 mei verlengde Otto Dix-tentoonstellingĀ In K20 (Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen) prijkt een grotesk portret van een gezette vrouw. Ze had je overgrootmoeder zou kunnen zijn. Zoā€™n overweldigend vrouwmens in een ruim zittende, rode jurk, rond brilletje, opgezette werkhanden, sigaretje. Het is Johanna Ey (1864-1967), ooit de meest geschilderde vrouw van Duitsland. Niet ver van de K20, de dertig jaar jonge kunsttempel in DĆ¼sseldorf draagt trouwens een galerie-straatje haar koosnaam: de Mutter Ey straƟe.

Zelf verafschuwde ze die bijnaam, hoewel ze als moederkloek over de academiestudentjes en over hun docenten waakte. In het prille begin kochten ze broodjes bij haar. Ey, behept met een handelsinstinct, zette ook koffie. Soep kon ook en waarom dan geen gebakken aardappelen? Schnaps als kille Rijndamp door de stad waaide? Maar studenten hebben geen geld. Het gepof liep de spuigaten uit. Een schilder, Savelsberg, Ā betaalde zijn schulden af met een rivierlandschapje. Ey vond het een mooi doekje en ging overstag. Een maand later ontdekte een heer van stand het schilderij in de bakkerij en bood 100 mark.

Ey aarzelde even maar verkocht het hem. Dit zouden haar jongens haar zeker kwalijk nemen! Integendeel. Zij vonden het opperbest. Waarom begon zij geen expositieruimte voor jonge kunstenaars? En zo verruilde ze de bakkerswinkel (waar ze zelf bakte) voor een kunsthandel waar je ook wat kon eten en drinken; een mooi staaltje 21ste eeuwse branchevervaging eigenlijk.

Technisch Weekblad

Agressieve vader

Met het portret van een sterke vrouw ā€“ agressieve vader, agressieve echtgenoot, gestorven kinderen ā€“ vertelt de auteur via Ey ook over de ontpoppende, hedendaagse kunst in het Rijnland. Ook nu voeltĀ  DĆ¼sseldorf ā€“ zich ondanks de hier ooit actieve en docerende Joseph Beuys ā€“ ondergeschikt aan het avant-gardistische Berlijn en MĆ¼nchen als kunsthandelsstad par excellence.

Met schrik zagen de academiestudenten welke wilde wegen ā€“ expressionisme, fauvisme, kubisme ā€“ de kunst insloeg. Wat hier ook meespeelde waren de frontervaringen in de Eerste Wereldoorlog, die de schilders mee terug naar hun atelier namen. In loopgraven hadden zij kleurexplosies en vervormde lichamen gezien. Otto Dix, arbeiderszoon uit Dresden vermengde zijn bijna Renaissancistisch-Duitse schilderstoets (als Holbein) met hedendaagse decadentie en oorlogsgruwel. Ey was overtuigd van zijn talent. Ze liet hem in de voorkamer bivakkeren zolang hij maar zijn schilderijen voor een expositie bij haar maakte. Aangetrokken door Eyā€™s reputatie meldde ook Max Ernst zich uit het naburige BrĆ¼hl. Ernst begon net surrealistische schilderijen te maken. Zoiets fascinerends had Ey nog nooit gezien. Passanten stopten bij haar etalage en er ontstonden opstootjes. Onder de geĆÆnteresseerden was een jong artsenechtpaar Lydia en Artur Bau dat op afbetaling werk van Ernst kocht. Ey gaf ze het beproefde galeriehoudersadvies: ā€œNu beslissen hoeft niet. Ik geef het op zicht mee. Hang het op. Kijk er dagelijks naar en u zult eraan gehecht raken. Dat is bij mij ook zo gegaan.ā€ Het echtpaar zou de eerste grote verzamelaar van Ernst worden, waarbij ze enige sleutelstukken (nu in Museum Ludwig, Keulen) bezaten. Tegelijk werden ze ook deel van Eyā€™s bonte kunstenaarsfamilie.

We lezen hoe heftig de kunstenaars over kunst en politiek discussieerden en daarbij de keuken en drankkast van Ey leeg plunderden. Maar welke opvattingen had Ey? Een gevestigde kunsthandelaar uit de stad zag haar activiteiten, raakte overtuigd en ging haar als collega steunen. Maar kunsthandelaars moeten ook contacten leggen met de gegoede burgerij en museumconservatoren. Hoe Ey dat deed lees je niet. Ze ging maar weer eens bratkartoffelen maken. In ieder geval wilde zij geen vrouwvolk binnen. Dat gaf maar onrust onder haar jongens. Enige jaloezie was haar daarbij niet vreemd.

Teder beschrijft Bales hoe Ey op haar 62ste onmogelijk verliefd wordt op een bezoekende, Majorcaanse schilder/dichter Jacobo Sureda (die ook met Jorge-Luis Borges correspondeerde). Hij had haar zoon kunnen zijn. Ze bezoekt Sureda in 1927 op Majorca; mĆØt de vaste jongens van haar kunsthandel. Dat Sureda inmiddels een vriendin blijkt te hebben maakt haar razend, maar ze vergeeft hem.

Wiedergutmachung

Bij terugkomst verandert de Weimar Republiek in Nazi-Duitsland. Hedendaagse kunst wordt ontaard verklaard en uit musea gesleept om nog Ć©Ć©n keer bespot te worden op een rondreizende expositie. Ernst, Dix, haar vertrouwelingen Gert Wollheim en Otto Pankok zijn ook ontaard verklaard. Haar meeste andere kunstenaars wordt verboden te schilderen of te beeldhouwen.Een aantal is joods en vlucht.

De waardering die Ey van de gemeente kreeg, brokkelt rap af. Een zending moderne kunst voor de wereldtentoonstelling in Chicago blijft steken bij Hamburg. Dit had haar internationale, commerciĆ«le doorbraak kunnen zijn. Helaas, het wordt nĆ³g erger. Tussen 1934 en 1947 blijft haar kunsthandel gesloten. Ze overleeft de bombardementen van de Geallieerden. Het huis is weg. Gelukkig blijft een deel van haar collectie gespaard omdat ze die tijdig ergens in de Eifel stalde. Het echtpaar Bau luistert naar haar raad om de aan hun geleende Ernst-kunstwerken veilig te verbergen. Ook hun villa wordt gebombardeerd.

In 1947 zet de gemeente met Mutter Ey weer een kunsthandel op. Die Wiedergutmachung duurt slechts enkele maanden. Ze is oud en op en overlijdt.

Als non-fictie biografe documenteerde Bales zich plichtsgetrouw. Gebruikte ze ook Eyā€™s eigen aantekeningen die een journalist destijds zou gaan bewerken? Het onderhoudende verhaal kabbelt voort. Maar wat ging nu echt in Ey om? Waarom wordt een simpele bakkersvrouw een trouw beschermster van de kunst? Ontwikkelde zij haar smaak en kennis?

Typisch non-fictie is ook dat inwisselbare personages louter als informatiebrengers door het verhaal lopen. Niet alle feiten kloppen trouwens. Zo vestigde autocoureur Caracciola zijn wereldsnelheidsrecord niet op de NĆ¼rburgring maar op de afgesloten snelweg Frankfurt-Darmstadt. Voor Ey vervingen kunstenaars haar eigen ongelukkige gezinsleven. Ze namen haar uit naar de bioscoop, naar het theater, vierden samen carnaval, gingen op vakantie naar Majorca. Zulke bevlogen, moederlijke galeriehoudsters die doorgaan tot ze er bij neervallen bestaan nog steeds; ook in Nederland. Noem het oprechte kunstliefde.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles