Maandag, 14 januari, 2008

Geschreven door: Peeters, Koen
Artikel door: Hopman, Bob

Grote Europese Roman

Zoektocht naar orde in een chaotisch werelddeel

In de opdracht van zijn Grote Europese Roman legt schrijver Koen Peeters (1959) de lat voor zichzelf erg hoog. Hij wil een roman schrijven als de Great American Novel, maar dan moet het groots en episch de geschiedenis van de Europese in plaats van de Amerikaanse mensheid samenvatten. En hij wil zijn boek vormgeven ‘zoals de Italiaan Primo Levi dat ook deed: elk hoofdstuk een chemisch element. Ja, elk hoofdstuk van mijn roman moet gaan over een hoofdstad, alsof elke stad een chemisch element is in een vernuftig Brussels systeem.’

Zo beginnen Peeters’ zesendertig hoofdstukken, inderdaad elk voorzien van de naam van een Europese hoofdstad. Het verhaal houdt echter niet altijd direct verband met de stad waarnaar een hoofdstuk genoemd is. Het begin speelt zich gewoon af in Brussel, waar hoofdpersoon Robin van zijn baas en goede vriend Theo de opdracht krijgt een groot rapport op te stellen over de handel en marketing in heel Europa. Dit rapport moet de redding worden van het bedrijf van Theo. Regelmatig vallen hier gedwongen ontslagen, en alles lijkt erop dat het bedrijf aan de rand van de afgrond staat. Robin wordt voorzien van een groot budget, en kan aan zijn levensvormende rondreis beginnen.

De reis zelf is beschreven als een aaneenschakeling van kleine taalweetjes en korte ontmoetingen met mensen uit de stadsbevolking; in het dagelijks gebruik nutteloze taalweetjes die hij aan voorbijgangers vraagt, als het Zweedse woord voor ‘kraanvogel’ (Trana), of het Tsjechische voor ‘kraai’ (Kavka); de mensen die Robin ontmoet zijn vooral vrouwen, waarmee hij een korte tijd van oprechtheid en lieflijkheid deelt. Oprechtheid, omdat Robin beweert alleen aan een volledige vreemdeling zijn geheimen te kunnen toevertrouwen of zijn ware zelf te kunnen tonen, nooit aan een bekende. Met een enkele vrouw brengt hij ook de nacht door, zoals met Agnieszka uit Warschau, maar altijd eindigt het samenzijn met Robins vertrek en de wetenschap dat hij zijn gezelschap niet zal weerzien. Alles wat achterblijft zijn onsamenhangende aantekeningetjes in een klein boekje dat Robin bij zich houdt. Flarden van gesprekken en willekeurige woorden in de taal van het land waar hij zich bevindt.

Peeters creëert met de karakters in zijn boek een sterke mate van warmte. Robin is een vriendelijke man, en de vriendschap die hij deelt met Theo is oprecht. Hij biedt zijn baas alle persoonlijke steun die hij kan tijdens de teloorgang van diens bedrijf. Theo op zijn beurt verzuimt niet door middel van kleine vriendelijkheden te laten merken hoezeer hij deze steun waardeert, en ontplooit zich als een soort mentor voor zijn jonge werknemer op diens reis. Ook toont Robin gemeende interesse in de mensen die hij tegenkomt in Europa. Zoals blijkt uit zijn vraag aan de Poolse Agnieszka, die hij even gemakkelijk direct mee naar zijn hotelkamer had kunnen nemen zonder ooit iets met haar te bespreken: ‘vertel ‘s wat over Polen vandaag. Hoe zijn jullie? Hoe ben jij?’

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Een dergelijke vraag geeft goed de bouw van het boek weer. En meer nog dan in de vraag zelf is die bouw te vinden in het ontbreken van een dekkend antwoord. Want hoe eenvoudig de vraag van Robin ook lijkt, een bevredigend antwoord krijgt hij niet. Agnieszka begint het hare ieder geval met: ‘niets speciaals’. Niets in Europa is echt speciaal, en niets biedt Robin antwoorden op zijn zoektocht naar de Europese markt en identiteit. Het belang van Robins falen op zijn zoektocht wordt pas goed duidelijk als de schrijver, in een korte metafysische uitspatting, zijn hoofdpersonage het kleine warrige aantekeningenboekje zijn eigen ‘Grote Europese Roman’ laat noemen. Robin heeft hiermee het werk van zijn schrijver en schepper overgenomen. Peeters lijkt hier toe te geven dat waar zijn personage heeft gefaald in het vinden van essentiële samenhang in Europa, hij dit zelf ook heeft gedaan.

De Grote Europese Roman is uiteindelijk niet een boek met levensbeschouwelijke passages geworden van het formaat van Primo Levi’s werk, noch biedt het een alomvattend beeld van de geschiedenis van de Europeaan, zoals de schrijver aanvankelijk beweert na te streven. Hieruit blijkt dat hij inderdaad de lat voor zichzelf iets te hoog heeft gelegd, en dat de roman niet zoiets groots is geworden als de auteur doet verwachten is een tegenvaller.

Toch is het boek hierdoor niet volledig mislukt. Peeters zelf zegt het het best in zijn poëtische ‘Envoi’: ‘het boek is af. Het is de Grote Europese Roman geworden die tegelijk een klein Brussels Boekske is geworden.’ Een klein Brussels boekje over ware vriendschap, en een aangrijpend verhaal over de reiziger die nergens zijn thuis vindt en gedoemd is tot eenzaamheid, in een Europa dat geen enkele eenheid heeft. Geen eenheid dan juist die eenzaamheid die in elke stad die Peeters schetst vertegenwoordigd is.