Zondag, 9 januari, 2022

Geschreven door: Tjeenk Willink, Herman
Recensie door: Heeffer, Wil

Groter denken…

Houd het klein, maar denk met wijde blik

[Recensie] Onlangs verschenen drie boeken die in elkaars vaarwater koersen richting nieuwe politieke bestuursopvattingen. Pieter Omtzigt schreef Een nieuw sociaal contract, van Herman Tjeenk Willink verscheen de veertiende druk van Groter denken, kleiner doen. Een oproep en Wim Voermans schreef Het land moet bestuurd worden, Machiavelli in de polder. Alle drie de boeken doen aanbevelingen om tot herstel van vertrouwen in de Nederlandse politiek en haar bestuurders te komen.

Het rommelt in de politiek. Uitgelekte documenten leiden tot onrust en wantrouwen. Essentiële informatie wordt achtergehouden. Coalitievorming belemmert een kritische dialoog tussen regering en parlement. De zwakken in de samenleving ontbreekt het aan rechtsbescherming en voor grote ondernemingen wordt in de BV Nederland de rode loper uitgerold. Dit soort zaken staan volop in het licht in een herdrukt boek en twee nieuwe boeken over politiek bestuur. Alle drie zoeken ze naar oplossingen voor een politieke vertrouwensbreuk. “Politiek draait altijd om twee dingen: tegenstrijdige belangen en schaarste”, schrijft Wim Voermans in zijn boek Het land moet bestuurd worden. Zoals hij het ziet, vraagt besturen zowel om een open informatie-uitwisseling als om bestuurders met visie en durf waarbij geldt, zoals Herman Tjeenk Willink het in zijn boek Groter denken, kleiner doen schrijft: “Als de vertegenwoordigende democratie hapert, komt het op de maatschappelijke democratie, de burgersamenleving aan.” Hoe de bestuurlijke machinerie is vastgelopen, blijkt uit wat de toeslagenaffaire is gaan heten en uit het dedain waarmee met burgers wordt omgegaan, zo laat Pieter Omtzigt horen. Waar niemand meer verantwoordelijk is, is niemand meer aansprakelijk en wordt het chaos en tumult.

Noten kraken
De kritiek van Omtzigt richt zich tegen een modellencultuur die de mens reduceert tot een algoritme. Koopkrachtplaatjes hebben het bestuurlijke denken in Nederland betoverd. “All models are wrong, but some are useful”, zegt hij de statisticus George Box na. Macrogegevens worden, aldus Omtzigt, door onze bestuurders niet gezien als ‘useful’, maar worden gebruikt om technocratisch efficiënt weg te kijken van de realiteit van alledag. De overheid levert mensen in problemen zonder rechtsbescherming uit aan bureaucratische overmacht en schuldeisende instanties, laat hij horen.

Voermans richt zich tegen een bestuur dat leiding geven ziet als het managen van een onderneming. In de democratie gaat het niet om CEO’s die verantwoording schuldig zijn aan coalitiepartners – de ‘aandeelhouders’ van een regeerakkoord – maar om bestuurders die oog hebben voor burgers die vastlopen in een samenleving en afhaken of onder curatele worden geplaatst. Bestuurders zijn niet gekozen om partijbelangen te dienen maar om het volk te dienen. Beiden keren zij zich tegen een regentenmentaliteit, waarvan volgens Voermans de oorsprong ligt in de negentiende eeuw. Hij karakteriseert het als een historisch gegroeid bestuurders-DNA, een gecultiveerd gedrag dat – weliswaar door verkiezingen gelegitimeerd – een patriarchale vorm heeft aangenomen. Dat leiderschap handelt in dienst van de korte termijn en gaat uit van het belang van de mensen met de meeste macht. Tjeenk Willink vult dat aan met: “De koopman rukte op, de dominee met zijn verschuivende waarden en normen moest terrein prijsgeven. Hij werd vervangen door de deskundige.” Het uit de Verenigde Staten overgewaaide New Public Management kreeg de volle ‘Waar niemand meer verantwoordelijk is, is niemand meer aansprakelijk” wind. Hij uit kritiek op bestuurders die burgers zijn gaan zien als klanten van de BV Nederland: “Politieke instellingen en politieke ambtsdragers moeten weer beseffen dat de politieke democratie niet zonder maatschappelijke democratie kan, dat de geloofwaardigheid van het voorgestane beleid afhangt van de kwaliteit van de uitvoering en dat rechtspraak een pijler is waarop de democratische rechtsorde rust, zeker als het vertrouwen in politici en politieke partijen afneemt.”

Wandelmagazine

Hoeveel tekst heb je nodig
Pieter Omtzigts pleidooi voor verandering omvat 208 pagina’s. Hij wijdt uit over de corruptie in Malta, de corruptie in het Europees parlement en over de toeslagenaffaire. Afsluitend pleit hij voor een nieuw sociaal contract waarin vooral het staatsrechtelijke centraal staat. Zijn boek bevat 140 noten. Wim Voermans heeft 204 pagina’s nodig voor zijn betoog en wijdt in hoofdstuk 3 niet altijd even coherent uit over de negentiende-eeuwse wortels van het Nederlandse staatsbestuur. Zijn boek bevat 453 noten. Je hebt het als lezer druk met heen en weer bladeren. Herman Tjeenk Willink schreef het dunste boekje. Het omvat 116 pagina’s in een groter lettertype en kent geen noten. Zijn oproep is krachtig en het meest inhoudelijk.

Wijsheid die verplicht
Hoe wijs word je nu van het lezen van deze drie boeken? Ze geven alle drie in “Een pamflet dat in alle bestuurskamers zou moeten liggen” een zeer toegankelijke stijl inzicht in het ontstaan van wantrouwen bij burgers, in afkeer en het niet gehoord worden. Alle drie analyseren ze vormen van verwording in ons bestel. Daarnaast dragen ze alle drie alternatieven aan voor hoe te besturen. De auteurs brengen valkuilen in beeld en zoeken naar hoe wordt voorkomen dat de kloof tussen politici en burgers groeit. Hoelang nog accepteren we bestuurders die zichzelf als het meest geschikt en voortreffelijk zien? Hoe wordt voorkomen dat zicht op het alledaagse doen en laten zich alleen nog maar uitdrukt in cijfers en statistiek en dat burgers verdwijnen in de schaduwzone van een leven dat steeds meer overleven wordt? Omtzigt leert hoe het rechtsstatelijk anders moet, hij illustreert hoe lobbyen nogal eens ontaardt in corruptie en geeft een aardig inkijkje in de modellencultuur aan de hand van twee voorbeeldhuishoudens. In beide huishoudens komt ondanks het grote verschil in verzamelinkomen, het netto-inkomen uit op hetzelfde bedrag. Dat alles is het resultaat van toeslagen en belastingheffing. Voermans werpt het licht op negenenzestig informatie-incidenten en op een elftal aan buitenparlementaire akkoorden. Het heeft ertoe geleid dat de Tweede Kamer directe invloed ontnomen wordt. Hij illustreert hoe we beland zijn in een managers-cultuur die ‘acteert’ volgens maatstaven van organisatie op basis van efficiency en algoritmes. Politici besturen met het oog op het dashboard in plaats van zicht op de buitenwereld. Tjeenk Willink paart inzicht aan opbouwende kritiek. Hij schrijft over hoe het anders moet en waar het anders kan. Zijn boekje is klein maar fijn. Zoals ik het lees, is het een pamflet dat in alle bestuurskamers zou moeten liggen.

Eerder verschenen in ifilosofie