Woensdag, 1 februari, 2017

Geschreven door: Dessing, Ren├ę W.Chr.
Recensie door: Overbeek, Bert

Haagse en Leidse buitenplaatsen

Over landelijke genoegens van adel en burgerij

[Recensie] Nederland heeft nog 552 erkende buitenplaatsen. Daarvan staan er 56 in Zuid-Holland, de meeste op de oude duinenrij tussen Haarlem en Monster en rond Leiden en Den Haag.

Dat verklaart de titel van dit boek over verleden en heden van deze buitenplaatsen dat de lezer tevens informeert over de (on)mogelijkheden van een bezoek aan dit historische erfgoed. Die titel zet de lezer wel op een twijfelachtig been, want het boek bespreekt ook buitenplaatsen die niet bij Leiden of Den Haag liggen, zoals het Huys ten Donck van de familie Groeninx van Zoelen bij Ridderkerk. De buitenplaatsen worden individueel beschreven na een eerste hoofdstuk over de historische context. Zuid-Holland had veel kastelen die na het vertrek van de Spanjaarden zijn verbouwd tot buitenplaatsen, en in het bezit kwamen van adellijke families en rijke burgers. De eerste huizen die als buitenplaats werden ontworpen dateren in Zuid- Holland uit de vroege 17de eeuw. De Zuid-Hollandse buitenplaatsen waren vaker dan elders in Nederland eigendom van mensen die een plek hebben gekregen in de geschiedenisboeken, zoals de Oranjes met buitenplaatsen in en rond Wassenaar. Daarnaast hebben veel buitenplaatsen zoals Huis ten Bosch en Clingendael een eigen plek in de vaderlandse geschiedenis.

Dessing schreef eerder een boek over de Amsterdamse buitenplaatsen en trekt interessante vergelijkingen. De buitenplaatsen rond Amsterdam waren vooral van kooplieden die in de 17de en 18de eeuw rijk waren geworden. Die rond Leiden waren vaak van hoogleraren (Herman Boerhaave bijvoorbeeld bezat Oud-Poelgeest bij Oegstgeest) en die rond Den Haag van hovelingen van de Oranjes en Haagse regenten maar ook van leden van de Hoge Colleges van Staat uit andere gewesten. Een bijzonder verschil is dat langs de Vecht en het Gein geloofsgenoten als doopsgezinden en Joden elkaar opzochten, maar dat daarvan in Zuid-Holland geen sprake was. Na 1850 tenslotte zijn rond Amsterdam nog nauwelijks nieuwe buitenplaatsen gebouwd, maar rond Den Haag ging dat door tot in de 20ste eeuw. De auteur slaagt in zijn bedoeling om lezers enthousiast te maken voor bekende maar ook onbekende buitenplaatsen in Zuid-Holland. Zijn boek geeft veel (kunst)historische informatie, is functioneel geïllustreerd en heeft zinnige kaderteksten. Deze combinatie van serieuze geschiedschrijving en vrolijke bezoektips is charmant maar ook effectief.

TijdvoorTijdschriften

Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine