Zaterdag, 1 september, 2018

Geschreven door: Correnti, Dario
Artikel door: Voskamp, Nico

Heimwee naar bloed

Simenon meets Slaughter

[Recensie] Niemand kon Parijs mooier beschrijven dan Georges Simenon. Hij liet commissaris Maigret gemoedelijk babbelen met een café-eigenares, aan de zinken toog nippend van ‘een droge witte’, intussen vitale informatie over een verdachte loswekend. Die sfeer vind je ook terug in deze Heimwee naar bloed, maar dan in Italië, en met details die een stuk minder zachtzinnig zijn. Deze seriemoordenaar snijdt namelijk kelen open, verwijdert ingewanden die hij een stuk verderop ter versiering weer neerlegt, hakt een stuk uit een kuit. Nogal bloederig, inderdaad, het zou geschreven kunnen zijn door Karin Slaughter.

Onder meer door die zojuist genoemde samengevoegde stijlelementen is dit een lekkere doorlezer. Het verhaal van Dario Correnti (een pseudoniem voor twee auteurs) is gebaseerd op een seriemoordenaar die echt heeft bestaan.

Het verhaal: in het noorden van Italië pleegt een gek een aantal gruwelijke moorden. De moordenaar laat telkens een mysterieuze, in bloed geschreven boodschap achter: ViVe. Twee journalisten, Marco Besana, een oude rot, en de jonge, onhandige Ilaria Piatti, gaan de moorden onderzoeken. Ilaria vermoedt dat de moordenaar een copycat is van de eerste Italiaanse seriemoordenaar ooit, genaamd Vincenzo Verzeni. Deze Verzeni, bijgenaam ‘de vampier van Bergamo’ werd in de negentiende eeuw veroordeeld voor de moord op twee vrouwen en de aanranding van zes andere, waarbij hij hen beet en hun bloed dronk.

Marco en Ilaria kunnen aan het werk. Geroutineerd als Marco is, zit hij al snel op het spoor van de vermoedelijke dader. De bleue Ilaria tobt intussen aan zijn zijde mee, eerst en vooral met zichzelf omdat ze niet zo’n positief zelfbeeld heeft, maar ook met allerlei voor haar dagelijkse ongemakken zoals reizen met de trein, op tijd je bed uitkomen en kleren aantrekken die wél goed bij elkaar kleuren. Het contrast tussen die twee (en het gekibbel) is één van de charmes van het boek.

Archeologie Magazine

De knorrige Marco Besana neemt Ilaria op sleeptouw in de hoop de scoop van zijn leven te krijgen. Zij blijkt, als ze eenmaal loskomt, slimmer dan gedacht en helpt de oude rot steeds op het goede spoor. Ze reizen half Italië door in het spoor van de moordenaar, waarbij hun belevenissen gortdroog  worden vastgelegd. Als ze aankomen bij een hotel, dat Marco gereserveerd heeft:

“De dame achter de balie is dik en heeft zilverkleurig haar. Terwijl ze hun identiteitsbewijzen aanpakt, blijft ze zoutjes eten en naar de televisie kijken. ‘De kamers hebben een themanaam. De enige die nog vrij is, heet Bloemblaadjes.’

‘Maar we hebben er twee gereserveerd,’ protesteert Besena.
‘Dat staat hier nergens. We hebben alleen maar een tweepersoonskamer. Bloemblaadjes, dus. Ingericht met bloemblaadjes.’
Besan en Ilaria kijken elkaar aan.
‘Ik zeg je nu alvast dat ik snurk,’ zegt Besana.
‘Ik ook,’ antwoordt Ilaria schouderophalend.”

De informatie in het boek is niet alleen op spanning gericht. Als lezer kom je veel te weten over oude steden in Italië, over het leven op een krantenredactie, over hoe het er aan toe ging in 19e eeuwse gekkenhuizen zoals dat vroeger heette, of over de jacht op een primeur met alle moderne elektronica. Het gekrakeel tussen de inspecteur en zijn beschermelinge zorgt voor de goede sfeer. De zoektocht naar de nieuwe seriemoordenaar levert de spanning. En de afloop? Ontdek dat zelf, zou ik zeggen, het is de moeite waard.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles