Zaterdag, 4 april, 2009

Geschreven door: Thomése , P.F.
Artikel door: Wybenga, Pieter

Heldenjaren

Het romantisch realisme van Thomése

‘Herman besloot, in zijn onmetelijke lamlendigheid, pas op te staan als de stralen zijn bed zouden raken. Wegzakkend in een sluimer, kwam hem ineens voor de geest dat hij de enige was die wist dat hem een uitzonderlijk leven wachtte.’

Herman Visch, de held van Heldenjaren, ThomĂ©ses tweede boek, zwalkt als een Julien Sorel-wannabe (‘dat was hij, of tenminste, zo wilde hij worden’) richtingloos door zijn leven. Herman wil het ook maken in het leven.

Maar waar Stendhal zijn hoofdpersoon uitsluitend liet twijfelen tussen twee opties, het rode leger en de zwarte kerk, geeft ThomĂ©se Herman een tomeloze, richtingsloze besluiteloosheid mee. Herman wil wel iets, ‘maar hij wist niet wat en daarom leek het hem verstandig zijn leven eerst te verzinnen in plaats van er meteen, hals over kop, in te tuimelen’. In het eerste deel van Heldenjaren, getiteld ‘Inbeeldingen’ doet Herman dan ook precies dat: zijn groots en meeslepende leven inbeelden, door zich af te sluiten, literatuur te lezen, te dromen over meisjes en over alles dat zou komen.

Te veel keuzes en de angst om de verkeerde, want definitieve, te maken, beteugelen de mens. Thomése hakt in zijn oeuvre vaker met dit thematische bijltje. Maar waar zulke menselijke knulligheid en beperkingen op niet zelden cynische of kolderieke wijze ten tonele worden gevoerd in werken als Greatest Hits, Haagse liefde & De vieze engel en het zojuist verschenen J. Kessels, the novel kent Heldenjaren een meer ingetogen toon en stijl. Zeker het eerste deel. Deel twee gooit het over een andere boeg.

Wordt Vervolgd

Niet radicaal. Nee, de lezer glijd geleidelijk van ‘inbeeldingen’ in ‘bevindingen’, van de romantiek in het realisme, zogezegd. ThomĂ©se doet in deel twee dan wel meteen hard zijn best aan te tonen (soms wat te opzichting) dat Herman is opgehouden met dromen: Herman benut op de eerste pagina van dat deel direct al zijn zintuigen ten volle, maar hij komt bijvoorbeeld al aan het einde van deel Ă©Ă©n tot de ontdekking dat het roer om moet. De zomer doet zijn intrede, de stad tot komt tot leven en zijn vrienden verhuizen om elders te gaan studeren: hij wordt hard met zijn totale stilstand geconfronteerd. Maar waar de ontluisterende wetenschap dat alles vergankelijk is hier nog op serieuze toon verwoord wordt, treffen we dit idee later in deel twee op de bekende cynische, plat verwoorde manier aan: ‘geen schoonheid was bestand tegen stront’. Ik betrapte me er zelfs op dat mijn altijd aanwezige gegrinnik bij het lezen van (bepaald werk van – men late Schaduwkind en Izak buiten beschouwing) ThomĂ©se crescendo ging naarmate ik vorderde in deel twee. Er is overigens geen sprake van stijlbreuk tussen beide delen; het ‘ontaardt’ nergens in de bekende kolder die in zijn nieuwste roman nog verder doorgevoerd is.

Die eerdere Stendhalverwijzing blijkt dus nog verder te gaan in Heldenjaren. Het was immers Stendhal die als een van de eersten romantiek en realisme in de literatuur combineerde. En zijn beide stromingen niet ĂŒberhaupt exemplarisch voor het hele oeuvre van ThomĂ©se? Bob Hopman constateerde in zijn recensies van Nergensman en Zuidland al de twee uitersten van ThomĂ©se: de cynische realist en de meer ingetogen romanticus. Het leukste aan Heldenjaren, niet in de laatste plaats als je bedenkt dat deze roman slechts ThomĂ©ses tweede was, is dan ook dat het tot op zekere hoogte de twee rode draden verenigt die zich in zijn oeuvre openbaren. Ze gaan prima samen in Heldenjaren, en dat is geen wonder: de term romantisch realisme is niet voor niets verzonnen. Het zijn geen uitersten, het betreft eerder een paradox: de werkelijkheid (het realisme) is dat we allemaal een eigen werkelijkheid hebben (romantiek). De overgang van ‘inbeeldingen’ naar ‘bevindingen’ voelt dan ook geenszins gekunsteld aan.

Overigens vind je niet alleen de thematiek, stijl en intertextualiteit van Heldenjaren ook in ander werk van ThomĂ©se terug. De oplettende (en ervaren ThomĂ©se-) lezer krijgt meerdere aha-erlebnissen. Wat te denken van ene Jannie – ‘een zowel angstwekkend als begeerlijk samenstelsel van rondingen en lijnen die de gewone aanduidingen “benen”, ”billen” en ”borst” tot merkwaardig prikkelende woorden’ maakt – die Herman en vriend Henkie meezeult naar de plaatselijke cafetaria met jukebox. Alleen de frikandellen van J. Kessels, the novel ontbreken. En ene Kor, een levenslustige creatieveling die, terwijl Herman nog altijd in de slaapstand verkeert, al plafondschilderend bij de lezer geĂŻntroduceerd wordt, vertoont grote overeenkomsten met een van de helden van Haagse liefde & De vieze engel. Is Heldenjaren dan vooral leuk voor de ThomĂ©se-kenner? Zeker niet. Juist het feit dat deze roman veel facetten verenigt uit zijn oeuvre maakt het ideaal beginnersmateriaal.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *