Woensdag, 20 november, 2019

Geschreven door: Saarloos, Simon(e) van
Artikel door: Palm, Jos

Herdenken herdacht

Sla de beelden van onze voormalig nationale helden kapot, vindt Simon(e) van Saarloos

In Nederland polderen we ons het ongemakkelijke verleden uit en klaar is Kees. Laten we dat juist niet doen, stelt Simon(e) van Saarloos in haar nieuwe essay.

[Recensie] Wat moeten we met het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, de gouverneur-generaal van Oost-Indiƫ die op de Banda-eilanden 15.000 inboorlingen liet afslachten en die uit jaloezie zijn twaalfjarige minnares tot bloedens toe liet geselen? En wat moeten we met de buste van de mecenas Johan Maurits, de verdachte naamgever van het Mauritshuis die als koloniaal heerser persoonlijk wel voer bij de slavenhandel?

Historici beantwoorden deze vragen meestal vrij eensluidend: laat de voormalige nationale held op de sokkel staan en plaats er een bordje bij waarop zijn wandaden in historische context worden gezet. Zo deden we dat bij het Van Heutsz-monument van de gewelddadige onderwerper van Atjeh en zo doen we dat vaker. Of het nou gaat om problematisch verleden uit de zeventiende eeuw of de Tweede Wereldoorlog: we polderen ons ā€“ in gesubsidieerde overleggroepen, debatten, opiniestukken en tentoonstellingen ā€“ het ongemakkelijke verleden uit, en klaar is Kees.

Maar is dat ook zo? Laat het lastige verleden zich pacificeren en moeten we dat wel willen? Misschien is dat een heilloze weg, oppert filosoof Simone van Saarloos (1990) in haar essay Herdenken herdacht. Want inpassen en inkaderen leidt al gauw tot een monumentale geschiedenis waarvoor je alleen maar kunt buigen.

Wandelmagazine

En dat is juist wat we niet moeten willen: de geschiedenis moet niet op slot, de historie moet opengebroken. Bij voorkeur dient dit continu te gebeuren, om te voorkomen dat we gaan geloven in gestolde verhalen. Niet het verleden moet regeren over het heden, maar het heden moet het verleden telkens bevragen, aldus de auteur. Respect voor wat was, is op zā€™n plaats, maar het mag nooit tot bevriezing leiden; anders deden we nog altijd de klompendans in plaats van de zumba en de stanky-legg en waren vrouwen nog altijd gekluisterd aan aanrecht en bed.

Tijdsgevoelig

Het betoog van Van Saarloos ontleent veel aan Nietzsche. Ze waarschuwt ons in navolging van hem dat teveel eerbied voor het verleden ons zou maken tot tevreden grazende koeien die nooit verder kijken dan de eigen wei. Het stemt tot nadenken, en daar komt nog iets bij. De auteur brengt, tijdsgevoelig als ze is voor vraagstukken van gender, kleur en van minderheden versus een toonaangevende meerderheid, nadrukkelijk onze zogeheten kleurenblindheid ter sprake. “Een wit geheugen”, schrijft ze, “herinnert zich wat de eigen geschiedenis bestendigt en vergeet al het andere.[…] Wit herinneren werkt als een gum en pen tegelijk: het wist uit om vervolgens een vlag te planten of een naam op te schrijven. Witheid schrapt.”

Zo schreef de ontdekkingsreiziger Vasco da Gama de indianen en de filosoof Hegel de zwarten uit de geschiedenis en zo zijn vast niet toevallig de donker gekleurde knechten op het beroemde schilderij van Rembrandt uit het Haagse Mauritshuis naamloze figuren. Witheid, constateert de schrijfster ook, eigent zich toe. Het presenteert het woord poenie, dat onder Surinamers allang in zwang is, als een nieuwe naam voor vagina op een nationale nieuwssite, waardoor het ineens het stempel van goedkeuring krijgt van de dominante cultuur en voor het eerst echt bestaat.

Het zijn pijnlijke en niet geheel onbekende feiten en waarnemingen die Van Saarloos opschrijft. De kranten staan er vol van en op sommige universitaire opleidingen hoor je niet anders, maar ze zijn daarom niet minder waar. Een kant-en-klaar-oplossing heeft ze ook niet voor handen.

Vergeetachtigheid

Om te beginnen, zouden we beter moeten leren vergeten. De schrijfster zelf ontdekte als ziek tienjarig meisje dat van de ene op de andere dag niet meer kon lopen het belang van amnesie, want pas als ze haar leven van ijshockey, sporten, fietsen en rennen vergat, kon ze verder met haar leven. De samenleving, denkt ze, zou evenzeer gebaat zijn bij wat vergeetachtigheid.

En daar heeft ze ontegenzeggelijk een punt. Mensen onthouden de verkeerde dingen, schreef publicist Jan Blokker ooit, doelend op de Slag op het Merelveld (1389) die tot op heden de Servische moslimhaat voedt. Hij had net zo goed kunnen schrijven dat er evenzo instrumenteel-cultureel vergeten wordt, bijvoorbeeld in ons land waar heel lang de slavernij in de schoolgeschiedenisboekjes verwaarloosd werd.

Vergeten en herinneren zijn, kortom, niet waardevrij. Standbeelden evenmin, vindt Van Saarloos. Ze doet daarom een creatieve suggestie: haal Coen en co niet weg, plaats er geen plechtstatige correcte tekst bij, maar sla hun beelden kapot en laat de brokstukken liggen.

Het is illustratief voor haar manier van redeneren. Van Saarloos dwingt tot tegendenken: het verleden is nooit af en per definitie niet in te polderen; het is een soort puinhoop. We zouden er wat vrijmoediger mee om moeten gaan, als demonstranten tegen de status quo van de vanzelfsprekende historische herinnering. Het is een zinvolle suggestie in een land dat in paniek raakt als wordt geopperd de ronkende term Gouden Eeuw af te schaffen.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad