Donderdag, 12 maart, 2020

Geschreven door: Verbeek, Kees
Artikel door: Stoel, Jan

Herman Kuypers - Spelenderwijs de diepte in

Dit is geen stoel, dit is een portret

[Recensie] De stoel speelt een centrale rol in het werk van kunstenaar Herman Kuypers (1965). Eerder verschenen van hem de boeken De Vergeten Stoel (2003) en All-in the family- selected works 1989-2016 (Van Spijk Art Books, 2016). In het nieuwe boek Spelenderwijs de diepte in staan de zwart-wit potloodtekeningen van Kuypers centraal Ă©n natuurlijk de stoel. Een (te) kort interview met Kees Verbeek en een biografie maken het boek compleet. Maar het is vooral een kijkboek vol prachtig uitgewerkte, kleine, stoeltekeningen die je fantasie aan het werk zetten. Een lust voor het oog.

De stoel is een alledaags gebruiksvoorwerp, maar de kunstenaar laat ons er op een andere manier naar kijken vanuit allerlei perspectieven. Hij kent er menselijke eigenschappen aan toe. Je voelt meteen de relatie met wat Magritte bedoelde met het schilderij Ceci n’est pas une pipe. Het zijn geen stoelen, het is veel meer. Kuypers tekent met grote aandacht, subtiel, vol gevoel voor het detail en met liefde voor zijn onderwerp.

In zijn academietijd begon Kuypers voorwerpen uit de eigen omgeving te tekenen. Toen viel zijn aandacht op de stoel. “Het is de vorm, er zitten een voor en een achter aan, er zit dieptewerking en perspectief in.” Hij maakte studie van stoelen en door goed te kijken zag hij er totaal andere dingen in. Bijvoorbeeld het Model 939 van Ray Komair: de rugleuning met de twee noppen werden ogen, de opengewerkte rugleuning een mond. En met dit soort eigenschappen kun je je fantasie laten werken. Een groot aantal Z-stoelen van Rietveld leiden zo  tot een geometrische compositie waar licht en donker en het lijnenspel centraal staan.

Wordt Vervolgd

Kuypers bouwt zijn tekeningen laag voor laag op, begint met het zachtste en eindigt met het hardste potlood. Zijn tekeningen stralen helderheid en frisheid uit. Vormgever Victor de Leeuw heeft de tekeningen min of meer thematisch gegroepeerd. Dat zorgt voor eenheid in het boek. Steeds zijn de stoelen herkenbaar, maar ze zijn als zitmeubel niet te gebruiken. Door de poten als benen te beschouwen, een rugleuning als gezicht krijgen ze een andere betekenis. Achter elkaar staande stoelen met de leuningen verbonden worden zo een polonaise, fauteuils van buisstoelen waarvan de buizen met elkaar verbonden zijn en in een cirkel staan symboliseren een vergadering. Kuypers gaat zeer creatief met zijn onderwerp om, verbaast daarmee de kijker constant. Nooit gedacht dat stoelpoten ook lijken op de slagtanden van een mammoet. Voor Kuypers blijkt het logisch.

Er zijn mooie verwijzingen naar kunstenaars: Escher (waarin Kuypers speelt met het perspectief), Munch (een opengewerkte zitting die doorloopt in de leuning verwijst naar De Schreeuw) en door de bekende rood-blauwe stoel van Rietveld te laten dromen van een Thonet-stoel vertelt de kunstenaar een liefdesverhaal. Veel tekeningen laten zich dan ook ‘lezen’ als anekdotes.

Op iedere pagina verrast Kuypers. Achter vier stoelen naast elkaar op de rug getekend monteert hij een leeg lijstje. De stoelen zitten dus naar het kader van een kunstwerk te kijken. De stoelen vergaderen, maken ruzie, zitten als Daltons gevangen achter de tralies, of als een loketbediende achter de ‘lokettralies’. Hij tekent een aantal triptieken, waarvan op een in het middenpaneel een stoel voor de ‘priester’ getekend is, die wat verscholen gaat achter het hek dat voor het koor in de kerk staat: een beetje verborgen, onaantastbaar. Humor is ook nooit ver weg in het werk van Kuypers. Een Leerdammerstoel is een stoel met gaten, een stoel met een geïmproviseerde vervanging voor een ontbrekende poot heet Prothese, een Draaistoel heeft als zitting een draaitafel, een ‘Schopstoel’ een spade als poot.

Kuypers is niet alleen een geweldig tekenaar, maar hij weet zijn stoelen iets universeels te geven, iets dat we meteen herkennen: eenzaamheid, verliefd zijn, samenzijn, beschadigd zijn, het mysterieuze. Hij weet zo iets gewoons als een stoel daardoor een extra betekenis te geven. Hij portretteert ze overtuigend, weet verrassende verbindingen te leggen, roept een vervreemdend effect op, creĂ«ert nieuwe perspectieven. De stoel verleidt hem zelfs tot kritiek: een Rietveldstoel waarbij de ‘lijst’ van de tekening meespeelt krijgt bij hem de titel Framing Rietveld.

Het levert een kijkboek op waar je constant naar pakt om je te verwonderen, te genieten van de creativiteit van de kunstenaar, te glimlachen. De tekenkunst van Kuypers spreekt, overtuigt en hij heeft een verhaal te vertellen. Hij gaat Spelenderwijs de diepte in.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles