Zaterdag, 20 maart, 2021

Geschreven door: Vendel, Edward van de
Leeuw, Mattias De
Artikel door: Friso, Jaap

Het bamboemeisje

Het geluid van wegzwaaiende vlindervleugeltjes

[Recensie] Een meisje zit met een verrekijker vanaf de maan naar de aarde te kijken. Ondertussen eet ze grote zoete koeken en drinkt ze blauwe limonade. Ze zoomt in op Oi.  “Een klein lapje land in Japan, waar goede mensen woonden. Veel van hen waren gewone, vriendelijke burgers, maar je had er ook een rijtje prinsen, en: een heel, heel oude keizer.” Zo begint het sprookje dat Edward van de Vendel baseerde op een Japans verhaal uit de negende eeuw en waar Mattias De Leeuw de illustraties bij maakte.

Hij geeft er een heel eigen draai aan in een lang uitgerekte, meanderende vertelling die steeds meeslepender wordt. Een oude bamboesnijder woont samen met zijn vrouw die jurkenmaakster is. ‘Ze hadden geen kindje. En om daar niet verdrietig over te worden, maakten ze grapjes.’ Maar dan vindt de man tussen de bamboescheuten, een piepklein meisje dat door het echtpaar in huis wordt genomen. Ze kunnen hun geluk niet op. Waar hebben ze het aan verdiend, ‘zo’n mooi kindje dat giechelde met het geluid van wegzwaaiende vlindervleugeltjes’. De vrouw stelt dat ze haar hebben ontvangen maar de man vindt dat ze hen is toevertrouwd. Het bulkt van de fraaie zinnetjes  in een grenzeloos sprookje waar de tijd voor is genomen en dat wordt van de lezer ook verwacht. Aangenaam compromisloos. Ook bijvoorbeeld in het voortdurend blijven benoemen van de volledige Japanse namen, wat een uitdaging vormt voor de voorlezer. Oefen maar even op ‘Naoyake no Kaguya-hime’.

De samenwerking tussen de Nederlandse schrijver en de Vlaamse illustrator Mattias De Leeuw leverde al eerder een zinsbegoochelend boek op (Dertien rennende hertjes)  dat jammer genoeg onder de radar is gebleven. In Het bamboemeisje haalt het duo opnieuw het beste in elkaar naar boven. Gouden Palet-winnaar De Leeuw liet zich bij de illustraties duidelijk inspireren door kalligrafie en tovert met kleuren in zijn bijna terloops aandoende stijl een Oosterse sfeer tevoorschijn. Hij experimenteert met nieuwe technieken, zoals ‘sumi-e’ waarbij met een penseel en waterachtige, zwarte inkt op rijstpapier wordt geschilderd. Het levert een overweldigend geheel op, des te indrukwekkender door de veelheid aan tekeningen. Kwantiteit staat niet synoniem voor kwaliteit maar in dit geval speelt het zeker een rol. Daar komt nog eens bij dat het een prachtig verzorgde uitgave is geworden.

Doordat er niet is bespaard op de omvang, ontstaat er een cadans in het samenspel tussen tekst en illustraties. Een verhaal om op mee te deinen. Het meisje wil niet meer weg bij haar ouders en verzint voor alle huwelijkskandidaten een onmogelijke opdracht. Tot er zich een wel heel bijzondere man aandient. Zo nu en dan stapt Van de Vendel uit het verhaal en gaat er letterlijk boven zweven via het meisje op de maan dat een verrassende rol speelt in het plot. Een gelaagd verhaal waarvan velerlei uitleg en interpretatie mogelijk is maar in ieder geval de zoektocht naar geluk als rode draad heeft.

Bazarow

Eerder verschenen op Jaapleest