Maandag, 3 september, 2007

Geschreven door: Hoetmer, Cindy
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Het beest in Daisy

Platte variant van chicklit

Het beest in Daisy, waar Cindy Hoetmer in 2005 mee debuteerde (haar tweede, Schop me!, is net uit), is een aardige variant van chicklit. Ze zijn geruststellend ver weg, de moeizame zoektochten naar ware liefde en tederheid en de gebruikelijke omgeving van wannabee journalistes en stuntelige maar altijd vertederende pr-meisjes met boze en gehaaide chefs (m/v). In Het beest in Daisy zijn ze ingeruild voor het leven in de ziektewet van een boekhoudster met een krakersverleden en (en daar wijkt ze weinig af) een hartsvriendin en een boezemvriend. Of deze verrassende invalshoeken ook een goed boek opleveren is echter een tweede.

De boekhoudster in kwestie heet Daisy, en je kunt veel van haar zeggen, maar een beest is ze – zo op het eerste gezicht – niet. Haar boekhouderschap vervult ze met veel tevredenheid en in haar privé-leven combineert ze grote passiviteit met een bot relativeringsvermogen van alles wat boven het maaiveld uitkomt. Het zijn twee gegevens die resulteren in grote veranderingen in haar leven. Was ze altijd gewend eens in de zoveel tijd een dag ‘ziek’ op te nemen, nu zit ze alweer op haar zoveelste dag op een rij. Tot haar grote verbazing honoreert de bedrijfsarts de beschrijving van haar passiviteit als overspannenheid.

‘Het is best jammer dat ik me ziek heb gemeld. Ik vind mijn werk niet vervelend. Het is kalmerend. Cijfers hebben altijd die uitwerking op me gehad. Van een rekensom is maar één oplossing de juiste. De kabbala, die religieuze stroming waar beroemde Amerikanen het altijd over hebben, schijnt ook iets met cijfers te maken te hebben. Ik heb mijn eigen religie, boekhouden.’

Nu heeft ze echt niets anders meer te doen dan tv kijken en met haar vrienden, de succesvolle journaliste Colette (type zeer geliefd bij de mannen) en dito fotograaf Frank (type lieve vriend, altijd al verliefd geweest op Daisy) naar glamoureuze feestjes te gaan. En daar vindt de tweede verandering plaats: Daisy ontmoet iemand op een van die feestjes, de producent van heel veel van de etherbagger die ze dagelijks kijkt, type mediamagnaat kaliber John de Mol. Zijn naam is Philip F. Springer , en hij is gelukkig getrouwd, verveeld, bot – men noemt hem ‘het beest’ – maar goed in bed en ach, Daisy vindt het wel goed zo.

Boekenkrant

En waarom eigenlijk? Waarom moet ze altijd met klootzakken in zee gaan? Haar gedachten dwalen af – tot een volwaardige tweede verhaallijn – naar haar eerste relatie ooit, met drugsgebruikende alternatieveling Jay, die zich grotendeels in een kraakpand afspeelde. Terwijl deze verhaallijn zich tot een gewelddadig einde ontrolt, blijkt in de eerste verhaallijn wat Philip voor exorbitante dingen van Daisy wil.

‘Philip heeft zijn jas uitgedaan, een fles witte wijn ontkurkt en deze geschonken in glazen die eruitzien alsof ze voor reuzen bedoeld zijn. Ik zit op de bank en neem het glas aan.
“Lekker slobberwijntje,” zeg ik om het ijs te breken, nadat ik een slok heb genomen.
Het zal wel een verdomd dure fles zijn. Deze man heeft al het geld van de wereld. Philip reageert niet op mijn ordinaire commentaar. Hij gaat tegenover me zitten op de leren reuzenpoef. We drinken. Dan schraapt hij zijn keel alsof hij een officiële toespraak gaat houden.
“Ik wil je iets vragen,” zegt hij. Het is even stil. “Wil je me pijn doen?”’

Philip wil het beest in haar. Dat dat beest er is, en dat het tot veel meer in staat is dan Daisy ooit had gedacht, blijkt in de laatste pagina’s, waarin ze Jay weer ontmoet. Dan is de relatie met Philip inmiddels pijnlijk geëindigd en is ‘lieve vriend’ Frank ver weg. In het slot blijkt de plot van Het beest in Daisy interessant. De typische chicklitverwachtingen over de mannen in het verhaal blijken onterecht en de hoofdpersoon is gevaarlijker dan ze leek.

Is Het beest in Daisy daarmee goede chicklit, of zelfs gewoon echte ‘lit’? Brengt de parodie meer dan slechts het spel met en de ontkenning van de formule? Ik denk dat het sterk aan je gevoel voor humor ligt hoe je dat beoordeelt. Goed, Hoetmer gaat de noodzakelijke hilarisch bedoelde ongelukkige scènes (ontmoetingen met Philips vrouw bijvoorbeeld, of zonder geld na een ruzie voor een duur restaurant op de stoep zitten in Los Angeles) met fris cynisme in, maar dat cynisme en de afstandelijke verveeldheid maken het nog niet geestig. Het maakt het plat. Chicklit suggereert hilarische en dramatische toppen en dalen en is oppervlakkig, Hoetmer laat de suggestie voor wat ze is en zet iets vlaks neer. Dat die kritiek het genre overstijgt is waardevol, maar of Het beest in Daisy daarmee zelf ook het genre overstijgt? Nou, nee. Een platte variant van chicklit blijft plat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *