Vrijdag, 25 juli, 2008

Geschreven door: Geurts, Elke
Artikel door: Hopman, Bob

Het besluit van Dola Korstjens

Overdosis

De omvang van een tekst hoort voor mij normaal gesproken niet een criterium te zijn voor literaire kwaliteit. In de verhalenbundel Het Besluit van Dola Korstjens is de omvang en het aantal van de verhalen echter wel een factor die van invloed is op de leesbaarheid van het boek. De losse verhalen, tien stuks, zijn onderling volledig onafhankelijk, vertellen over verschillende levens en andere personen. De thematische overeenkomst is echter groot, en er lijkt een compositie in de samenstelling van de verhalen overdacht. En met alle respect voor de inhoud van de verhalen, want dat respect is er, het doet de bundel uiteindelijk geen goed.

De thematische overeenkomst van de verhalen is te vinden in motieven als ouderschap, ouderdom, lichamelijk verval. In ‘Het geluk van de tussenbuurvrouw’ komen al deze motieven voor. Een jonge moeder, een kind waarvan niemand de naam kan onthouden en dat eigenlijk wat verwaarloosd wordt, en een oudere buurvrouw met een doodswens. De buurvrouw wordt alleen nog blij in de nabijheid van de jeugd en dringt zichzelf tot in het irritante op aan het eenoudergezin waar ze naast woont. In het verhaal ‘Groezelig blauw’, dat er direct op volgt, leiden onvoorzichtig gebruik van voorbehoedsmiddelen en een sneeuwstorm tot een schijnbaar volkomen vanzelfsprekende houtje-touwtje abortus. Alle verhalen zijn dit soort korte, nare situatieschetsen. Er is geen sprake van karakterontwikkeling, geen spanningsboog, alleen een blik in vreemde levens, een inkijk in een moeilijke kant van ons bestaan.

Mooi is hoe het laatste verhaal, na alle problematische geboortes, dood en ellende op deze aarde, als hoofdpersoon een onderzoeker heeft die leven probeert te vinden op Mars. Het maakt de verhalenbundel af, en maakt duidelijk dat aandacht is besteed aan rangschikking van de verhalen. Ook dit verhaal bevat overigens een brekend gezin met een jong kind. Geurts schetst in enkele woorden de verhouding binnen de familie tijdens een autorit:

‘“Papa, er is niets aan met mama alleen.” Hij hoort Stella’s stem vanaf de achterbank.
“Stella, hou je brutale mond”
“Ze mag toch ook wel iets zeggen, Daniela?”
“Ze is drie jaar!”
“Ja, en jij bent veertig en níemand wil jou hebben. Wat heeft dat er nou mee te maken?”’

Archeologie Magazine

Raak, vijf zinnen en de verhoudingen zijn duidelijk. Elke Geurts is stilistisch sterk, en schrijft in een vorm die goed bij haar gecreëerde wereldbeeld past. Vaak is ze ronduit ordinair: ‘Elwin schoof zijn stoel naar achter, pakte de ketchup uit de koelkast, kneep de fles leeg, een lange natte scheet op zijn bord.’ En na een zoveelste zware bevalling beschrijft ze de situatie recht voor z’n raap: ‘Eentje nam de bloemen uit Malou’s handen. Malou ging weer op bed liggen om dichtgenaaid te worden. Ik kwam bij vader Plas op het balkon terecht.’

En niet alleen is ze stilistisch goed, ook narratologisch zet Geurts mooie dingen op papier. Het titelverhaal, waarin de jonge Dola op haar sterfdag haar lot ter hand besluit te nemen, is een uiterst modernistisch, knap geconstrueerd verhaal. Het is origineel, complex, en zeer goed herleesbaar. Dola sterft, maar blijft een actief personage in het verhaal. Het sterven zelf wordt in het verhaal nauwelijks genoemd, alleen: ‘Het doet Dola verdriet dat haar vertrek zo plotseling is gekomen. Nog voordat ze aan het maken van bedroefde vrienden en kennissen was toegekomen.’ De dood wordt vervolgens in zoverre gerelativeerd dat men de gestorvenheid kan gaan bevragen. Wordt mij een verhaaltechnische loer gedraaid, en is Dola misschien niet gestorven maar verbeeldt zij zich de dingen uit eenzaamheid? Of maakt de schrijfster ‘sterven’ werkelijk tot verwaarloosbaar begrip? Eenduidig antwoord blijft gelukkig uit en dat maakt het zo mooi.

Aan het einde van het boek heeft de lezer tien behoorlijk korte verhalen voor de kiezen gekregen, en ondanks die beperkte lengte tientallen karakters leren kennen, jonge gezinnen en oude zieken, en geschifte wereldbeelden langs zien komen. Dat aantal blijkt helaas een overdosis. In een wirwar van aan de oppervlakte gelijkende vertellingen gaat de inhoudelijke schoonheid verloren.
Wie één verhaal los wil bestuderen heeft veel goeds in handen, maar na het lezen van het boek als geheel blijft bij mij niets hangen. Niks van de surrealistische werelden weet me dan echt door het hart te priemen, laat staan nog na te sudderen. En het is welbeschouwd niet de kwaliteit, maar de omvang, de dosering, die daar de oorzaak van is.