Zondag, 17 december, 2017

Geschreven door: Abrams, Douglas
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Het boek van vreugde

Twee oude mannen dromen over een beter wereld

[Recensie] Het was natuurlijk een fijn plan. We vragen twee hoogbejaarde geestelijke leiders om een week met elkaar door te brengen, we tekenen de gesprekken op en er ontstaat iets moois. Het resultaat lag in paperback dit najaar in de winkel in Nederland en Vlaanderen: Het boek van vreugde met Zijne Heiligheid de Dalai Lama en Aartsbisschop Desmond Tutu. De mannen, beiden goed voor een Nobelprijs voor de Vrede, kennen elkaar goed, noemen elkaar vrienden en zijn elkaar meerdere keren op het wereldtoneel bij belangrijke conferenties en vredesmanifestaties tegengekomen. Het zijn mannen die respect afdwingen. De altijd vrolijke Tutu was de spreekbuis van de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika en werd voorzitter van de Waarheid- en Verzoeningscommissie in zijn land. De Dalai Lama probeert zo goed als mogelijk vanuit ballingschap zijn volk, dat al meer dan een halve eeuw door China wordt onderdrukt, te leiden. Het zijn mannen die de vrede prediken, het goede voorstaan en zelf, zo lijkt het, onberispelijke levens leiden.

De mannen ontmoeten elkaar in Noord-India, in Dharamsala waar de Dalai Lama met zijn gevolg woont. Het is april 2015, de Aartsbisschop zal een week bij de Dalai Lama op bezoek zijn en in deze week zal de Tibetaanse leider tachtig worden. De mannen zijn op elkaar gesteld, ze omhelzen elkaar hartelijk, pakken elkaars handen en strelen die, ze maken grapjes. Wat een genegenheid, mooi om te lezen en de foto’s in het boek spreken boekdelen. Op de verjaardag van de Dalai Lama begint Tutu natuurlijk te dansen, dat zijn altijd heerlijke beelden – de dansende Aartsbisschop. En ook al mogen Tibetaanse monniken niet dansen, Tutu verleidt de Dalai Lama tot een dansje. Twee dansende vredestichters van tachtig plus, prachtig. (Van de bijeenkomst zijn veel opnamen te vinden op YouTube zoals deze)

Een week lang spreken de mannen met elkaar over hun geloof, het christendom en het boeddhisme en voeren ze rituelen uit waarvan de een de ander respectvol deelgenoot maakt. De Aartsbisschop laat de Dalai Lama te communie gaan en de Dalai Lama toont Tutu hoe hij mediteert. Ze bespreken alle belangrijke thema’s in het leven van een mens. De sombere kanten: verdriet en pijn, wanhoop, eenzaamheid, afgunst, tegenslag en lijden. Maar het boek gaat vooral over hoe je met al die tegenslag om moet gaan. Ze formuleren acht pijlers van vreugde: perspectief, nederigheid, humor, acceptatie, vergeving, dankbaarheid, compassie en edelmoedigheid. In het boek mist hier en daar structuur en bevat veel herhalingen, maar deze mannen zijn nauwelijks te sturen. Ze praten associatief, reageren op elkaar, putten uit hun lange leven vol  van ervaringen en ze komen met verhalen over mensen die ze ontmoet hebben.

Het boek leest als een warm bad van goede intenties. Maar journalistiek en intellectueel was het interessanter geweest om de verschillen tussen de mannen en hun religies scherp te krijgen. Douglas Abrams, van joodse huize, die het plan van de samenkomst bedacht en alles optekende, heeft vooral de overeenkomsten willen schetsen. Maar dat je laat je met veel vragen achter.

Archeologie Magazine

Tutu, en dat zit ook meer in het Christendom, is altijd politiek actief geweest, hij noemt zich geen pacifist. Hij heeft gestreden tegen de apartheid, voor verzoening, voor een modern Zuid-Afrika waarin nieuwe generaties zonder racisme kunnen opgroeien. Bij hem is religieus zijn niet te scheiden van politiek opereren, in Zuid-Afrika, in de wereld. De Dalai Lama heeft een andere aanpak. Bij hem gaat het veel meer om je persoonlijke ontwikkeling, het in eenheid komen met de situatie waarin je bevindt, berusting. Accepteer je verdriet, accepteer je leed, verplaats je ook in de mensen die jouw leed veroorzaken, doe het goede. Dat levert voor ons wonderlijke citaten op over Tibetanen die in Chinese cellen werden gemarteld maar het toch een waardevolle periode in hun leven vonden. De Dalai Lama: “Veel Tibetanen hebben jaren in de Chinese goelags doorgebracht, dat zijn werkkampen waarin ze werden gemarteld en slavenarbeid moesten verrichten. […] Sommigen zeiden tegen mij dat dit een uitstekende periode was om je ware aard en innerlijke kracht te testen.” In het verlengde hiervan vertelt de Dalai Lama ook dat een van de weinige overlevenden uit de Chinese strafkampen vond dat hij serieuze gevaren had gelopen. “Ik [Douglas Abrams] dacht natuurlijk dat hij het had over gevaren voor zijn leven. ‘Wat voor gevaren?’ vroeg ik de Dalai Lama. ‘Hij zei tegen me dat de man gevaar had gelopen om… de compassie voor zijn Chinese bewakers te verliezen.’”

Als er onrecht is, start een politieke partij, komt in actie, mobiliseer de mensen, dat zit in onze genen. Boeddhisten, zo leert Het boek van vreugde me, wachten af, zijn vooral bezig met hun eigen innerlijke groei, zorg dat je de wereld in ieder geval niet slechter maakt. Op deze manier wordt de wereldvrede bereikt. Of dit de weg is? Het is denk ik onmogelijk om een vergelijking te maken en volstrekt oneerlijk, maar ik moest bij de citaten van de Dalai Lama wel denken: “Aan de apartheid in Zuid-Afrika is een einde gekomen, maar Tibet is nog steeds bezet.”

Aan het eind van het boek doet de Dalai Lama een opmerkelijke uitspraak en twijfelt hij openlijk aan de Boeddhistische weg. Hij twijfelt dan of religie inderdaad wel voldoende is om de wereld naar een hoger, vreedzamer plan te trekken: “Hoe mooi religie ook is, hij kan niet universeel zijn. We moeten dus een andere manier vinden om deze waarden te bevorderen.” De Dalai Lama pleit voor een nieuw systeem van onderwijs waarin deugden als compassie geleerd worden. “We hebben het niet over hemel of hel, over Boeddhaschap of redding, dat is te ver weg.” Wel nog steeds persoonlijke groei dus en geen politiek activisme.

En zo is Het boek van vreugde meer een boek van de Dalai Lama geworden en minder een boek van Desmond Tutu. Niet dat dat een fundamenteel bezwaar is. En ondanks het gemis aan scherpte en structuur is het een sympathiek boek van en over twee mooie mannen op leeftijd. De wereld zal door het lezen van dit boek er zeker niet slechter op worden.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Met dank aan Sterre en Annemijn