Dinsdag, 4 mei, 2021

Geschreven door: Driel, Joost van
Artikel door: Stoel, Jan

Het bordeel aan het einde van de straat

Op zoek naar vriendschap, liefde en vrijheid

[Recensie] De worsteling van zijn personages met liefde en vriendschap en de zoektocht naar een ander leven, naar vrijheid zijn terugkerende thema’s in het literaire werk van Joost van Driel (1976). In zijn debuut In het museum (2017) en in zijn nieuwste roman Het bordeel aan het einde van de straat draait het om de hechte relatie tussen een vader en een zoon. De vaders en zonen willen ontsnappen aan de werkelijkheid en zoeken een plek waar ze zichzelf kunnen zijn. Datzelfde gevoel heeft Patrick, het hoofdpersonage in Jaren van de tijger (2018), zijn tweede roman.

“Mijn moeder spreekt niet meer over mijn vader. Meer dan dat alle ellende zijn eigen schuld was, wil ze niet kwijt. Ze probeert het lot buiten de deur te houden en daarmee elke herinnering aan de familie Opitz”, luidt de openingszin van Het bordeel aan het einde van de straat. Je wordt meteen het verhaal ingetrokken, wil weten wat er gebeurd is. Je komt in een licht absurde wereld terecht waarin thema’s als loyaliteit, vluchtgedrag, eenzaamheid, verdriet, verboden liefde, zoeken naar wie je zelf bent, streven naar erkenning en vrijheid, verwachtingen en teleurstellingen aan de orde komen.

Het meeslepende verhaal wordt vanuit het ik-perspectief door de elfjarige Johan Vapeur. Hij woont samen met zijn moeder Lot, vader Henri en zijn broer Marc aan de Duinstraat 8 in het fictieve Limburgse dorpje Brink. Ze wonen in een doodlopende straat. Er gebeurt niets opwindends. Zijn vader is zijn grote vriend. Moeder is bloedfanatiek, op het dwangmatige af zowel op school – ze is lerares biologie – als in haar vrije tijd. Fietsen is haar passie. Haar gezin moet en zal ooit de wielerwedstrijd de Omloop van Brink winnen. Er moet altijd gewerkt worden. Discipline. “Ze hield meer van andermans kinderen dan van haar eigen kroost.” Vader Henri heeft ontslag gekregen. Als chemicus heeft hij het laboratorium van de fabriek waar hij werkt opgeblazen en “daarmee twee collega’s naar het ziekenhuis gestuurd en zichzelf naar huis.” Johan en zijn vader vormen een eenheid, zoeken elkaar op. Johan kijkt tegen hem op, vader is zijn grootste vriend. Diametraal tegenover de Vapeurs plaatst Van Driel de familie Opitz, die zich ineens in de Duinstraat op nummer 16 vestigt en veel losser is. Waar komen ze vandaan? Wat doen ze eigenlijk? Ze zijn zo anders. Moeder Marcella lijkt het niet zo nauw met de zeden te nemen, vader Henri drinkt de hele dag whisky, rijdt in een opzichtige auto en verkoopt hoeden en dochter Sonia, die bij Johan in de klas komt te zitten, is in alle opzichten vroegrijp. Henri en Johan worden aangetrokken door die manier van leven en zeker door respectievelijk Marcella en Sonia, tot ongenoegen van Lot. Henri en Johan zijn op zoek naar vriendschap en liefde, want thuis ervaren ze vooral kilheid. Het lijkt of ze ook een mentale ‘wielerkoers’ aan het rijden zijn. Waar gaat die eindigen? Zullen ze echt vrij worden?

Van Driel weet op plastische wijze zijn personages te karakteriseren. Moeder Lot: “Zoals ze rondliep in die wielerpakjes. Zoals haar scherpe botten als de platen van een dinosaurus uitstaken.” (…) “En het dieet. En de sapjes van de spinazie en venkel. En de visolie. En de salades. En de pillen.”. Henri wandelt graag, maar volgens moeder maak je bij wandelen te veel langzame kilometers. “Zijn geest zou traag worden en later ook zijn lichaam.” Van Driel vergroot de personages uit. Johan blijft die elfjarige jongen die op zoek is naar wie hij is en wie hij wil zijn. Als kind grijpt als hij iets niet weet graag terug naar de plaatjes in het boek Volkeren der gehele wereld.

TijdvoorTijdschriften

Van Driel formuleert spits. Hij weet prachtige scenes te creëren zoals het verloop van de Omloop van Brink waarin de deelnemers in ‘veelkleurige synthetische pakjes’ zich naar de finish haasten of de feesten in huize Opitz waar de disco dreunt en zatte mannen stiekem naar binnen te sluipen om te genieten van de geneugten van het leven. Het verhaal is enerzijds hilarisch, maar anderzijds tragisch. De auteur weet een prachtig, vlot verhaal neer te zetten, rijk van taal. Voor de fijnproevers is het smullen van al die details die hij in het verhaal stopt. Zo heet het huis van de familie Opitz, Casa Fata Morgana. De naam Vapeur is niet toevallig en staat voor stoom, oprispingen, damp en heeft te maken met het beroep van vader, maar ook met wat de familie meemaakt. Songs die in het verhaal voorkomen verwijzen naar de gevoelens van personages, zoals “How can I ignore the girl nextdoor” van Frank Sinatra is op het lijf van Johan, maar ook op die van Henri geschreven in hun gevoelens voor Sonia en Marcella.

Het is genieten van de stijl van Joost van Driel. Zoals bijvoorbeeld bij de droefheid van vader Henri die thuis een laboratorium opzet: “Tranen zijn vloeibaar verdriet, maar verdriet kan ook in gasvormige toestand voorkomen. In dat geval bemerken we iemand verdriet niet, want gasvormige droefenis is kleur- en geurloos. Maar het is er wel.”

Ook het ritme in het verhaal valt op. Zo is er regelmatig de opsomming van de bewoners in de Duinstraat: “Het gereformeerde gezin van nummer twaalf waarvan de moeder permanent zwanger leek en de vader immer boos op zijn zeven kinderen. De eenzame man op nummer zestien met drie oude caravans en vijf sierkatten…” En de ‘wijsheden’ die overal opduiken: “Een harde zetel zorgt voor eelt op de ziel”, “Oma zei altijd: vertrouw nooit een man met vieze schoenen”, “Een huis zonder naam is als een man zonder hoed.”

Hoeden spelen zowel in Van Driels debuut als in Het bordeel aan het einde van de straat een rol. Nico Schijndels, de vader van David in In het museum, draagt een Borsalino-hoed. In de laatste roman van Van Driel zijn het de Stetson-hoeden die een terugkerend element vormen. Joost van Driel schreef in 2017 het verhaal Stetson versus Borsalino (te lezen op de website van de auteur) en dit verhaal kun je wel zien als de opmaat voor deze roman, en is er – weliswaar met enige aanpassingen – in opgenomen. Hoeden worden gebruikt als metafoor om iets te vertellen over mensen. Een Borsalino is voor “linkse pooiers” en een Stetson is het symbool voor “vrijheid”, zegt Eduard Opitz. Vinden Henri en Johan een hoed die hen past?

Joost van Driel heeft een voortreffelijke roman geschreven. Lezen dit boek!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles