Zondag, 31 januari, 2021

Geschreven door: Lohfink, Gerhard
Artikel door: Huttinga, Wolter

Het christelijk geloof in 50 brieven

Een hoffelijk gesprek vol theologische wijsheid

De auteur

[Recensie] Gerhard Lohfink (86) is een oude, wijze, katholieke theoloog. Hij doceerde Nieuwe Testament aan de universiteit van TĂŒbingen. In 1987 gaf hij het hoogleraarschap op om te gaan leven en werken in een ‘katholieke geĂŻntegreerde gemeenschap’, een soort missionaire leefgemeenschap van leken en priesters. Hij werkt aan de Pauselijke Universiteit van Lateranen, waar hij zich bezighoudt met de ‘theologie van het volk van God’, zeg maar de leer over de kerk.

Thematiek

Zoals de titel belooft, bevat het boek vijftig brieven. Die zijn gericht aan het fictieve echtpaar Westerkamp. Ze zijn niet christelijk, maar hun (even fictieve) dochtertje Hanna van negen heeft aangegeven dat ze graag haar eerste communie wil doen, net als andere meisjes uit haar klas. De Westerkampjes zijn de beroerdsten niet en willen haar daarin steunen. Toch willen ze ook wel eens weten wat dat christelijk geloof nu precies behelst. Ze wenden zich tot de juiste persoon: Gerhard Lohfink (niet fictief). De antwoordbrieven heeft Lohfink er niet bij bedacht, maar vaak gaat hij wel in op ‘vragen’ die hem in die brieven gesteld zijn.

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Intussen geeft de auteur in die vijftig brieven een complete catechese over het christelijk geloof. Meestal zijn het rustige, gedegen en inlevende uiteenzettingen, met een duidelijk katholieke signatuur. Maar vaak ook hebben de brieven een apologetische spits: Lohfink krijgt genoeg kritische vragen van het echtpaar en moet laten zien dat het katholicisme toch echt niet zo gek is als je zou denken.

Opvallend

Wat zijn we in een hoffelijke, oude wereld beland in dit boek! Echtpaar Westerkamp mag dan soms kritisch zijn, maar ze luisteren blijkbaar zeer beleefd en geĂŻnteresseerd naar de uiteenzettingen van Lohfink. Wat een heerlijke droomwereld waarin je als hooggeleerde theoloog oneindig kennis kunt spuien terwijl een welwillend publiek toehoort. Er gaat niets boven de fictieve werkelijkheid.

Mooie zinnen

“Vandaag de dag zien we de dood niet als een weg die ons dichter bij God brengt, maar als een verschrikkelijk en tragisch afbreken van het leven. Of we beleven de natuur niet als een zeer gevarieerde en kleurrijke schepping van God, maar als een ondoorgrondelijke, zelfs gevaarlijke tegenstander van de mens. En al te vaak zien we onze medemensen niet als onze broeders en zusters, maar we beschouwen hen al op voorhand als onze concurrenten en tegenstanders.”

Reden om dit boek niet te lezen

Vijftig brieven om je verhaal te vertellen zonder werkelijk ‘tegenover’, ik vind het een wat goedkope vorm. Lohfink probeert het zichzelf wel moeilijk te maken door kritische vragen te verzinnen, maar er komt uiteraard niets bovendrijven waarop hij het antwoord schuldig moet blijven. Zijn betoog dendert gewoon lekker door. Het fictieve gesprek voelt te onrealistisch. Waar is de diepe argwaan tegen het geloof, waar zijn de geijkte frustraties van een katholieke of protestantse achtergrond? Waar zijn de waanideeĂ«n over de werkelijkheid, opgedaan op internet? Of anders gewoon de algehele desinteresse in het christelijke geloof? Lohfinks wereld is van een jaloersmakende rust, beleefdheid en interesse die helaas gedateerd aandoet. Verder klinkt de vertaling vaak zeer on-Nederlands. En dat kan kloppen, want het Duits is door een Vlaming vertaald.

Reden om dit boek wel te lezen

Intussen staat het boek wel vol met warme en goed doordachte theologische geloofswijsheid. Voor wie – net als het echtpaar Westerkamp – welwillend luistert, valt er een heleboel waardevols op te pikken. Niet alleen over God, de kerk en de sacramenten, maar ook over de aard van de mens, opkomend uit de evolutie, over het karakter van het kwaad in de wereld, over hoop, liefde en het belang van vriendschap. Lohfinks geloof is diepgeworteld in de verhalen van IsraĂ«l, de Tora en de profeten. Je proeft de liefde en de kennis van iemand die de Bijbel intensief bestudeerd heeft.

Eerder verschenen in dagblad Trouw