Vrijdag, 24 januari, 2020

Geschreven door: Ball, Jesse
Artikel door: Verplancke, Marnix

Het duikersspel

Meedogenloze samenleving

[Recensie] In Het duikersspel toont Jesse Ball ons een dystopische wereld waar vluchtelingen gebrandmerkt en opgesloten worden in getto’s en waar vragen over goed en kwaad niet meer worden gesteld.

“Je wil niet zo iemand zijn die terugdeinst voor werk dat zwaar is. Zelfs als een ander het namens jou doet, moet je beseffen hoe zwaar het is, en hoe mooi het is, hoe passend dat het gedaan wordt en dat het goed gedaan wordt.”

Dit is wat leraar Mandred zijn leerlingen meegeeft. Het zware werk waarover hij het heeft is niet dat van ziekenzorgers of welzijnswerkers, maar wel van degenen die instaan voor de opvang van nieuwe vluchtelingen en die meteen een rood mutsje in hun wang branden en hun rechterduim amputeren, zodat ze nooit per abuis voor echte burgers zouden kunnen worden gehouden.

Welkom in de wereld waarin de nieuwste roman van Jesse Ball speelt, ergens in de toekomst, waarin vluchtelingen in door soldaten bewaakte kwadranten opgesloten worden en de autochtone bevolking uitgerust is met een gasmasker en een gastank met sproeikop. Van zo gauw ze zich bedreigd voelen door een kwadra, zoals de bewoners van de kwadranten worden genoemd, zetten ze hun masker op en draaien ze de kraan van de tank open, waarna ze van de belager geen last meer hebben. Geen haantje dat ernaar kraait.

Archeologie Magazine

Mandred, over wie het gerucht gaat dat zijn vrouw zichzelf vergaste, waarna hij aan de drank raakte, trekt met twee van zijn leerlingen, Lethe en Lois, naar de dierentuin. Ze krijgen er het laatste levende zoogdier te zien, een haas, en heel wat opgezette beesten, zoals een kat en een hond. Of om precies te zijn Mandred en Lois krijgen die dieren te zien, want slechts twee mensen mochten binnen in de zoo en Lethe vond het niet erg om buiten te wachten. Ze ligt wat in het gras, wandelt een blokje om, gaat op de loop voor een paar kwadra’s en werkt zich zozeer in de moeilijkheden dat je je als lezer afvraagt of ze het wel zal overleven.

En dat is trouwens niet het enige wat je je op dat moment afvraagt. Je zit dan een derde in Het Duikersspel en je begint te vermoeden dat ten langen leste ook Jesse Ball aangestoken is door het HBO- en Netflix-virus dat het grootste deel van de Amerikaanse literatuur tot Young Adult heeft herleid. Je ziet het zo gebeuren: Lois en Lethe die inzien dat de kwadra’s mensen zijn als alle anderen en bevrijd moeten worden, waarna de twee meisjes een opstand organiseren en ze natuurlijk ook nog verliefd worden op zo’n jongeling met maar één duim, om deze een hete kus te geven op de schroeiplek op zijn wang. Misschien trekken ze zelfs een rode cape en een witte kap aan.

Maar nee dus. Jesse Ball is nog steeds Jesse Ball, en dus laat hij Lois en Lethe voor wat ze zijn en begint hij gewoon een tweede verhaallijn, over het traditionele Festival van de Infante dat jaarlijks wordt georganiseerd in de kwadranten, en waarbij een klein meisje voor een dag de almacht krijgt en gevraagd wordt te oordelen over schuld en onschuld van haar onderdanen. Sommigen worden gevierd, anderen eerder gevierendeeld, en als de infante pech heeft wordt ze ’s avonds zelf in stukken gescheurd. Alsof dat nog niet genoeg is, introduceert Ball in het derde deel van zijn boek weer een heel ander verhaal, over een verdwenen jongen, de zoon van een rijke kwadra die zich een kunstduim heeft laten aanmeten en zich binnenkort hoopt vrij te kopen. Ollie, zoals de jongen heet, ging uit spelen, werd uitgedaagd om het duikersspel te spelen en overleefde het niet.

Hoe dit alles aan elkaar rijmen? Het is Ball in Het duikersspel om meer te doen dan een moralistisch verhaaltje over de vluchtelingencrisis. Voor simpele en oppervlakkige verhaaltjes moet je niet bij hem zijn. Opvallend is bijvoorbeeld dat in zijn roman niemand in opstand komt. De patsers, zoals de vrije burgers worden genoemd, worden niet geplaagd door hun geweten en de kwadra’s beramen geen uitbraakpogingen. In de boeken van Jesse Ball is opstand niet mogelijk, dat staat de realiteit niet toe. Er is geen ontsnappen aan de menselijke conditie, tenzij in de zelfgekozen dood. Vandaar dat Het duikersspel afsluit met een afscheidsbrief, wellicht geschreven door Mandreds vrouw, waarin ze vertelt hoe ze die dag haar eerste kwadra vergaste. Ze wist niet goed waarom, want zo gevaarlijk zag de man er helemaal niet uit, maar toch kon ze er niet aan weerstaan, net zomin als Lois en Lethe, de Infante of Ollie en zijn vriendjes aan hun gedachteloze geweld konden weerstaan.

“We worden in stand gehouden door geweld dat zo alomtegenwoordig is dat het als lucht is,” schrijft ze, “En daarom wil ik het allerliefst sterven, liever sterven dan leven.”

Eerder verschenen in De Morgen