Vrijdag, 16 oktober, 2020

Geschreven door: Brokken, Jan
Artikel door: Kempen, Michiel van

Het eiland van Jean Rhys

Dominica & Jean Rhys: de krochten van eeuwen inhumaniteit

[Recensie] Niet veel mensen kunnen zonder enige aarzeling het eiland Dominica op de kaart aanwijzen. En waarschijnlijk nog veel minder mensen zullen een schrijver van het Caraïbische eiland kunnen noemen, zonder in de war te raken met schrijvers van de Dominicaanse Republiek (een land dat ook al meer andere associaties oproept dan auteursnamen). Mij fascineerde Dominica vooral omdat het het enige eiland van al die honderden en honderden eilanden in de Caraïbische archipel was waar na de genocide van de 16de eeuw nog een groep van ‘oorspronkelijke inwoners’ gevonden kon worden. De inheemsen dus, de Indianen – al is de vraag wat het woord ‘oorspronkelijk’ betekent op een stukje van een enorme regio waar mensen nauwelijks sedentair waren en binnentrokken of wegtrokken al naar gelang hun behoefte aan een stukje landbouwgrond of een veldkonijn aan het spit.

Wide Sargasso Sea

Toen ik in 1997 het eiland bezocht kende ik maar één auteur van Dominica, maar dat was dan ook wel direct een hele grote: Jean Rhys, die voor mij de auteur was van één roman: Wide Sargasso Sea. Dominica was een wonderlijk eiland dat eigenlijk in weinig opzichten leek op al die andere Caraïbische stukjes omspoelde aarde met hun forten uit baksteen en kanonnen waarvan de lopen over pittoreske haventjes uitwijzen. Boulevards met palmbomen, ijskarretjes, verkopers met kettingen uit notenkralen, terrasjes met rumpunch drinkende levensgenieters: niets van dit alles op Dominica. Geen toeschietelijke mensen, geen nieuwsgierigheid, zwaarte in de lucht.
We reden om het hele eiland heen, zagen hier en daar een landerige rasta en passeerden aan de noordoostkant een handvol nog landeriger indianen die rondscharrelden rond hun armzalige onderkomens. Het was er afstompend heet en zware wolken dreigden van de piek van de Morne Diablotin af te dalen om ons nat te plenzen. Honderd vierkante kilometer soms indrukwekkend regenwoud dat zich over kliffen en een enkel strandje de zee instort, de verbeelding tartend dat hier ooit plantages geweest zouden kunnen zijn. En verder verveling. Toen we aan het eind van de middag terugkwamen in ons pension in de hoofdplaats Roseau vroegen we ons wat we verder nog konden ondernemen om de uren op te knabbelen. De markt was dicht. Leefde hier wel iemand? Dat viel mee.

Tourist Day

Geschiedenis Magazine

De volgende ochtend klonk uit de verte de zware hoornstoot van een cruiseschip en als in een goed geregisseerd blijspel gingen opeens overal deuren open. Uit alle hoeken en gaten spoedden zich mensen in de richting van de pier die vanuit het haventje diep in zee stak. Uit een schuur werden steeldrums gerold en opgesteld bij de landingsplaats en als een elektrische paraplu vouwde zich een toeristenmarkt open. Busjes kwamen aangereden en onder vrolijke calypsoklanken spuwde het gigantische cruiseschip groepjes als toeristen uitgedoste menselijke overblijfselen over het marktje, het pleintje met de busjes en de straatjes van Roseau. Aan het einde van de middag was alles weer teruggedreven het witte zeemonster in, dat  weldra verdween in de Caraïbische nacht. De steeldrums waren weg, de kraampjes van de markt leeg, de busjes weggereden, de deuren gesloten.

In meer dan twintig jaar ben ik niet meer op Dominica geweest, maar nog altijd is het eiland voor mij een land van één auteur en al staan er inmiddels nog meer boeken van haar in de kast, Jean Rhys is toch altijd de auteur van Wide Sargasso Sea gebleven. Zonder aarzeling durf ik te stellen dat ik mij daarmee in het gezelschap bevind van een andere grote en toegewijde bewonderaar: Jan Brokken.

Een pareltje in Brokkens oeuvre

Brokkens fascinatie voor de creoolse Jean Rhys mag gerust een levenslange heten. In 1992 publiceerde hij zijn speurtocht naar de Dominicaanse bronnen van het schrijverschap van Rhys in Goedenavond mrs. Rhys, in 1996 werkte hij mee aan de filmdocumentaire van Jan Louter They Destroyed All the Roses, in 1997 bewerkte Brokken zijn boek over Jean Rhys tot En de vrouw een vreemde, in 2019 leidde hij Alle verhalen van Jean Rhys in, en nu komt hij met een derde aangevulde versie onder de titel Het eiland van Jean Rhys.
Het boek is een pareltje in Brokkens oeuvre: een reisverslag en essay ineen, van een gedreven lezer en reiziger die voortdurend probeert zijn vizier scherper te stellen op een boek en een auteur die hij ten diepste wil doorgronden. Zijn eigen tekortkoming in het begrijpen van een obsederende wereld vervlecht Brokken als het commentaar van een vertwijfelend koor door zijn relaas. Jean Rhys was een ‘creoolse’ van Dominica, in de betekenis van: een op het eiland geborene. Maar zij stamde af van hardvochtige slavenhouders, haar vader was een uit Engeland overgekomen dokter en de hele familie probeerde er vooral alles aan te doen om ook in de twintigste eeuw en ‘against all odds’ de familie zo wit mogelijk te houden.
Het was bepaald geen familie die zich bij de zwarte bevolking van Dominica erg populair had weten te maken, al werd haar vader-dokter bijzonder gerespecteerd. Jean Rhys was dus een ‘béké’, een op de Antillen geboren en getogen witte vrouw, maar met het zaad van een rebellie in zich die haar door muren liet breken. Waarom verliet zij al heel jong hals-over-kop haar geboorte-eiland om enkele weinig gelukkige huwelijken en een mistig bestaan in Engeland tegemoet te gaan, en pas op hoge leeftijd de roman te schrijven die haar wereldfaam bezorgde – te laat, te laat, vond zij, bitter en vereenzaamd? Had zij het heilige gebod van de etnische scheidslijn overtreden? Vond zij de eilanders van kleur ‘onverantwoordelijk aantrekkelijk’? En waarom was zij dan zo teleurgesteld toen zij na dertig jaar weer voor ’t eerst op haar eiland terugkeerde? – “they destroyed all the roses.”

Witte nieuwsgierigheid

Jan Brokken wil het helemaal uitzoeken, maar wat hij op het eiland aantreft zijn vooral mensen die niet in die witte nieuwsgierige man geïnteresseerd zijn, en die al helemaal niets te maken willen hebben met de geschiedenis van een afgebrand plantagehuis en een al even gehavend huis in de hoofdstad. Alleen twee verre verwanten van Jean Rhys, de historicus Lennox Honeychurch en haar nichtje Ena Williams willen wel praten, misschien wel omdat zij ieder hun eigen levenstragiek achter zich aanslepen. De sfeer van Rhys’ geboorte-eiland is vooral die van ‘dreiging, geweld en verval’ en Brokken is een meester om die dreiging van onwelwillendheid, zompig moerasland en door de historie verstoorde rassenrelaties op de lezer over te brengen.
Ik heb zelf nooit zo de neiging om de sporen van een roman ‘in de werkelijkheid’ te volgen, want veel méér dan teleurstelling voor mijn eigen verbeeldingswereld levert die in de regel niet op. Maar Jan Brokken, die de maat van de roman voortdurend langs de overwoekerde paden en de schaarse getuigenissen van Dominica legt, weet uit het kluwen van Caraïbische eilandelijkheid en grootse romanverbeelding een boek te maken dat je niet wilt wegleggen. Ik denk dat dat komt omdat hij zelf, ook een kind van ‘witte tropenouders’ zich zo intens identificeert met de schimmen die ooit op het eiland ronddoolden.. Maar het komt ook omdat hij langs deze weg helder weet te maken wat de verwoestende invloed is van verziekte rasrelaties in de slaventijd, zelfs al ligt die tijd al langer dan een eeuw achter ons.
Brokken maakt zo voelbaar en inzichtelijk wat een literair werk vermag en wat we nog uit geen stapel studies naar de slavernij en haar erfenis te weten komen: trots, gekrenktheid, eenzaamheid en wanbegrip als nasleep van eeuwen inhumaniteit.

Eerder verschenen op Caraïbisch uitzicht