Vrijdag, 9 maart, 2018

Geschreven door: Barnes, Julian
Artikel door: Voskamp, Nico

Het enige verhaal

Liefde in tijden van leeftijdsverschil

De negentienjarige Paul ontmoet de achtenveertigjarige Susan bij de plaatselijke tennisclub. Ze worden verliefd, zijn gelukkig en deze romantische amourette duurt voor eeuwig.

Dat zou heel kort de inhoud van dit boek zijn, ware het niet dat zich onder het liefdespad van de twee een aantal landmijnen bevinden. De echtgenoot van Susan bijvoorbeeld, die niet blij is zijn vrouw in de armen van een tiener te zien. Of het moeizaam overbrugbare standsverschil tussen een dame uit de betere kringen en een onbezonnen knaap uit een volksbuurt. Maar vooral de sociale omgeving, die de pikante verhouding van het tweetal met opgetrokken wenkbrauwen bekijkt omdat er een groot leeftijdsverschil is. Veel voetangels en klemmen dus bij deze prille liefde.

Verwachtingsvol nemen we het boek tot ons. Dat qua opzet al meteen erg doet denken aan Alsof het voorbij is ook van Julian Barnes, drie boeken geleden. We zitten in ongeveer hetzelfde tijdvak (60er, 70er jaren van de vorige eeuw), dezelfde man-vrouw interactie, ongeveer gelijkgestemde bespiegelingen over klassenverschil, trouw, sex, de tijd, hoe je eigenlijk nooit iemand echt ten diepste kunt kennen.

Paul, onze jeugdige verliefde, kijkt op latere leeftijd terug op zijn relatie en ziet dat het niet goed is. De landmijnen hebben hun werk gedaan. Susan is van een levendige, vrije geest veranderd in een alcoholiste en Paul heeft afstand van haar genomen. Als hij bij haar was gebleven, was hij zelf de vernieling in gegaan. Aan de lezer de keus of dat afstand nemen laf was of onvermijdelijk.

Archeologie Magazine

Barnes werkt de situatie erg gedetailleerd uit. Hij beschrijft de blijheid/onbezonnenheid van de verliefdheid als de twee elkaar ontmoeten en volgt de relatie op de voet. Wel zet hij steeds de kanttekening we meekijken door de ogen van de oudere Paul en dat daarom het geheugen soms de zaken niet weergeeft zoals het echt geweest is. Zijn taal is mooi, in bijna elke regel staat wel een opmerking of woord waarop je blik blijft hangen. Opvallend is het aantal keren dat hij de Engelse volksaard beschrijft als geremd, met verstopte emoties, onmachtig om in het openbaar te zeggen wat je bedoelt.

Wat hij ook goed kan, is subtiel de twee werelden van verschil schetsen waar de geliefden uitkomen. Paul in gesprek met Joan, vriendin en milieugenoot van Susan:

“’Ik heb een wegloopfonds,’ zei ik afwerend, zonder haar uit te leggen hoe ik daaraan was gekomen.
‘En hoeveel zit er dan wel in dat spaarvarkentje van je?’
Het was vreemd dat ik me nooit gegriefd voelde door iets wat Joan zei… ‘Vijfhonderd pond,’ zei ik trots.
‘Ja, daar zou je een eind mee komen. Genoeg voor een paar weken in Le Touquet-Paris-Plage zolang je niet naar het casino gaat. En daarna kom je weer als een haas terug naar Engeland.’

Als er in dit alles een wat wrange toonzetting doorschemert, dan klopt dat. Het enige verhaal is geen vrolijke kost. Barnes laat zien hoe mensen met de beste bedoelingen en tot over hun oren verliefd, toch van elkaar kunnen vervreemden door omstandigheden die ze niet in de hand hebben. Het proces dat Paul samen met Susan doormaakt, geeft dit pijnlijk weer. Het is de meesterhand van Barnes die dat pijnlijke ook werkelijk voelbaar maakt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles