Woensdag, 12 januari, 2022

Geschreven door: Wieringen, Aaltje van
Recensie door: Tinor-Centi, Hanneke

Het gemis

“Kinderen in een oorlog, het is het meest ongehoorde dat er bestaat”

Over de auteur

[Interview] Aaltje van Wieringen (86) maakte als negenjarig meisje de opmars van de geallieerden mee. Ze moest vluchten uit Oosterbeek bij Arnhem. Na een barre tocht belandt het gezin in Leersum. Ze maakt ontberingen, bombardementen en honger mee, maar ook goedwillendheid van zowel de geallieerden als van de Duitse soldaten.

Over het boek

In Het gemis vertelt ze in korte hoofdstukken over haar belevenissen, over hoe haar huis in brand stond, het gemis van haar pop en de spanning die van haar ouders andere mensen maakte.

Bergen

Aaltje van Wieringen heeft de Tweede Wereldoorlog nooit kunnen vergeten. Ze heeft kinderen voorgelezen die gevlucht zijn uit Afghanistan. Ze hoorde hun verhalen aan en die van de moeders. Er is niets veranderd. Daarom schreef zij dit boek.

Interview met Aaltje van Wieringen

Onlangs verscheen Het Gemis van de 86-jarige Aaltje van Wieringen, auteur van onder meer Het verdronken eilandDe vrienden van de wilgenhut en 99. Totaal schreef Aaltje van Wieringen vier gedichtenbundels, twee verhalen voor volwassenen en drie kinderboeken.

In Het Gemis blikt mevrouw Van Wieringen terug op de Tweede Wereldoorlog die zij als kind meemaakte. Ze was negen toen de geallieerden hun opmars maakten. Ze moest vluchten uit Oosterbeek bij Arnhem. Na een barre tocht belandt het gezin Verhoef (de meisjesnaam van de auteur) in Leersum. Een verhaal van ontberingen, bombardementen en honger, maar ook van de goedwillendheid van zowel de geallieerden als van de Duitse soldaten. In haar boek vertelt ze in korte hoofdstukken over haar belevenissen, over hoe haar huis in brand stond, het gemis van haar pop die zij niet mee mocht nemen van haar moeder en de spanning die van haar ouders andere mensen maakte.

Niet alleen het verhaal, maar ook het dappere besluit om op je 86e nog een boek uit te brengen, puur omdat het verhaal verteld moet worden, intrigeerde mij dusdanig dat ik mevrouw Van Wieringen vroeg of ik haar enkele vragen mocht stellen. Ze zei ja en ik zocht haar op in haar woning in Castricum. Een verrassend kwieke en kordate dame verwelkomt mij. Koffie en koek staan al klaar en voor ik mijn eerste vraag stel, kijk ik mevrouw Van Wieringen in de ogen. Levenslust en levenswijsheid strijden in die ogen om voorrang. Ik vang aan met mijn vragen.

Mevrouw Van Wieringen, op enig moment besloot u uw ervaringen als kind in de Tweede Wereldoorlog in een boek te vatten. Veel mensen hebben er de mond van vol dat we vooral moeten leren van de geschiedenis, maar de praktijk is anders. Volgens de achterflap van uw boek, was dát de voornaamste reden voor u om dit boek te schrijven. Klopt dat?

“Ja, dat klopt. Kinderen in een oorlog, het is het meest ongehoorde dat er bestaat. Dat is wat ik uit mijn eigen ervaringen weet en mijn leven lang heb meegedragen. Kinderen hebben liefde, veiligheid en geborgenheid nodig en die basiswaarden zijn in oorlogstijd volledig verdwenen.”

Klopt het dat ook het huidige vluchtelingenvraagstuk een van de redenen is voor het uitbrengen van Het Gemis?

“Ja, het huidige vluchtelingenvraagstuk doet veel met mij, het is verschrikkelijk wat er gebeurt. Door heel Europa zwerven kinderen die zich te pletter lopen tegen de afgezette grenzen. Het slaat me met onmacht en groot verdriet. Ik hoop dat mensen na het lezen van mijn boek, zich kunnen inleven hoe het is voor kinderen om zó onveilig te zijn met steeds de dood op je hielen.”

Heeft het gehele gezin Verhoef de oorlog overleeft?

“Ja, ons gezin overleefde de oorlog, maar de ontberingen en trauma’s beheersten ons verdere leven. Vooral dat van mijn ouders. Die werden nooit meer de mensen die ze voordien waren.”

U heeft de Duitse soldaten niet allemaal neergezet als de boze vijand. Waarom vond u het belangrijk om ook die kant van ‘de vijand’ te laten zien?

“Ontmoetingen in de evacuatietijd met een paar Duitse soldaten en later met de geallieerden maakten me duidelijk dat het net zulke mensen konden zijn zoals mijn vader of ooms. Ze hadden ook kinderen zo oud als ik. Ze droegen er foto’s van in hun portefeuille. Ik begreep uit hun opmerkingen dat ook zij niet om oorlog hadden gevraagd, maar werden gestuurd. Ik zag in hen mensen, niet uitsluitend vijanden.”

U bent niet alleen auteur, maar ook kunstenares en bent lange tijd werkzaam geweest als kleuterleidster en docent handenarbeid en tekenen. In een van uw blogs valt te lezen dat u ooit kinderverzorgster wilde worden. Wanneer bleek dat u de creatieve kant op zou gaan?

“Mijn liefde voor kleine kinderen en creativiteit werd vooral aangewakkerd toen ik op mijn vijftiende nog een klein broertje kreeg. Ik richtte in die tijd clubjes op van kinderen waarmee ik bijvoorbeeld planten ging determineren. Met een grote flora onder mijn arm trokken we het bos in waarbij de een na de ander afhaakte wegens mijn gebrek aan kennis en het niet kunnen vinden van de uitleg in het boek. Toch deed ik dat met liefde. Later, vooral in de tijd dat ik handenarbeid onderrichtte, combineerde ik beide interesses.” 

Lange tijd schreef u prachtige blogs op blogspot. De laatste dateert echter van juli 2019. Waarom bent u gestopt met het schrijven van blogs of vond u een ander medium?

“De blogspot raakte op de achtergrond. Ik heb een paar kinderboeken geschreven en ook korte verhalen. Die heb ik in eigen beheer uitgegeven. In kleine kring hebben vrienden en familie die ontvangen. Bovendien ben ik steeds of ziek of onderweg naar ziek zijn geweest. In volgorde: in anderhalf jaar tijd een behandeling voor huidkanker in mijn gezicht, een vaginale ciste operatie, een operatie met een prothese in mijn knie, hevige gordelroos in mijn gezicht met blijvende zenuwschade, een operatie in mijn gezicht om een carnicoom te verwijderen, steeds ontstekingen in mijn voeten door reumatische artritis en onlangs kreeg ik een pacemaker. Wel heb ik met tussenpozen steeds aan Het gemis geschreven, dat moest eruit! Mijn tweeënnegentig-jarige man kreeg een half jaar geleden een aantal keren een ‘Delier’. Hij lijdt in lichte mate aan geheugenverlies waardoor hij twee keer per week naar een dagbesteding gaat en wij thuishulp krijgen om hem te helpen met uit en aan kleden om mij als mantelzorger wat te ontlasten. Die blogspot was ik door al dat gedoe helemaal vergeten!”

U heeft via Humanitas twee Afghaanse pleegkleinkinderen, die u de Nederlandse oma noemen. Hoe gaat het met hen?

“Mijn Afghaanse vriendinnetjes zijn inmiddels pubers geworden. We hebben enige tijd weinig contact gehad, ik was ziek en hun moeder was ook ziek, maar ze komen me weer af en toe opzoeken en dat is hartverwarmend.”

De rode lijn in Het gemis is het verdriet om de pop die achterbleef tijdens de vlucht. Heeft de jonge Aaltje ooit haar pop nog teruggevonden of bleef het bij het gehavende, lege poppenbedje?

“Mijn pop Loesje is verbrand. Mijn moeder wilde niet dat ik de pop meenam. Dat is veel te lastig, vond ze. Na de oorlog keerden we terug naar Oosterbeek. We kregen een ander huis waar we de eerste twee weken op de grond sliepen. Met hulp van de HARK (Rode kruis) kregen we stoelen en bedden en een tafel. We zochten in het puin van het verbrande huis naar overblijfselen die misschien nog bruikbaar waren. Ik zat met de rug naar mijn ouders op een berg puin en zag iets glinsteren toen ik wat stenen opzij gooide. Het was de ineengefrommelde prop smeedijzer van een deel van mijn poppenwieg. Mijn ouders hebben het fornuis, de haard en een strijkbout waarvan het element stuk was, teruggevonden, hoewel de haard de eerste winter geen mica ruitjes meer bezat.”

De oorlog door de ogen van een kind; u was negen jaar oud toen de geallieerden hun opmars maakten. De perceptie van een kind is anders dan die van een volwassenen. Wat is u het meest bijgebleven?

“Ik draag nog hetzelfde gevoel bij me als toen ik met die Duitse soldaat een foto van zijn dochtertje bekeek en later enkele Duitse jongens in de kasteelkeuken ontmoette, het waren gewone mensen, net als mijn vader, of ooms. Ze werden gestuurd door overmacht. Later werden we verwend door de Engelsen en Canadezen. Of het nou geallieerden of Duitsers waren, buiten die oorlog konden ze vrienden zijn. Maar ik ben er door mijn ervaringen wel pacifist door geworden. Ik vind dat niemand het recht heeft iemand te doden en levenslange trauma’s te bezorgen. Dat is mijn diepste gevoel.”

Hoe kijkt u terug op uw leven ná de oorlog? Hebben de oorlogsherinneringen altijd een schaduw geworpen of heeft uw leven na die bittere tijd, toch hun glans gehad?

“De schaduw van de oorlog vergezeld me al een leven lang. Dat komt een kind niet te boven en zeker niet als het zich ook niet veilig kan stellen voor de verkeerde opvattingen die ouders huldigen: ‘bij kinderen dient het kwaad er uitgeslagen te worden.’ De geschiedenis verhaalt ons van oorlogen, vijanden, landverhuizingen en ontelbare doden en gewonden. Vandaag en morgen zullen zulke verhalen weer geschiedenis worden. Misschien kan mijn boek de kinderen van de toekomst het geweld helpen te verminderen. Is mijn boek een steentje in een troebele vijver waarvan de ringen de wal bereiken en vertellen hoe absurd het is een oorlog te voeren tegen iemand die je nog nooit hebt gezien of gesproken. Alleen omdat anderen die je meest ook alleen maar kent van horen zeggen, je laten weten hoe slecht de ander is.”

Mijn afsluitende vraag, wanneer ik in gesprek ga met een auteur, is of er nog een volgend boek komt. Ik stel deze vraag ook aan mevrouw Van Wieringen en tot mijn blijdschap en verrassing is zij bezig met een boek dat de titel Het verzet meekrijgt. Het verzet handelt over macht en onmacht in opvoeding en medische behandelingen en hoe zij zich daartegen verzet. Een boeiend onderwerp en ik vermoed dat veel lezers naar dit boek uit zullen kijken. Daarmee ben ik door mijn vragen heen en dank mevrouw Van Wieringen heel hartelijk voor dit bijzondere gesprek. Het heeft mij geraakt; meer dan ik vooraf voor mogelijk hield.

Eerder verschenen in Bazarow Magazine