Zondag, 10 oktober, 2021

Geschreven door: Dijstelbloem, Huub
Recensie door: Dijk, Jos van

Het huis van Argus

De burger als detective

[Recensie] Huub Dijstelbloem schreef een filosofische verhandeling over een ondergewaardeerd aspect van de politiek: de ogen van de burger.

Democratie is voor de meeste mensen op de eerste plaats een kwestie van spreken. Burgers¬†stemmen¬†en eisen inspraak¬†en medezeggenschap.¬†In het¬†parlement eisen politici verantwoording van de regering. De naoorlogse politieke filosofie heeft zich voornamelijk aan ‚Äėde stem‚Äô opgehangen, schrijft Dijstelbloem. In zijn boek¬†Het Huis van Argus¬†vraagt hij in navolging van Jeffrey Green aandacht voor de ‚Äėoculaire democratie‚Äô: de¬†empowerment¬†van burgers als toeschouwers die inspecteren, observeren en surveilleren. Een kritische blik en een waakzaam oog op de macht kunnen evengoed verandering bewerkstelligen als meepraten, meent Green. Dijstelbloem vult hem aan. Waar Greens model niet verder gaat dan een plebiscitaire democratie waarin de bevolking zich via referenda uitspreekt voor of tegen de macht, vindt Dijstelbloem dat van de burgers meer verbeelding gevraagd mag worden. Ze moeten als controleurs niet alleen naar het verleden kijken, maar ook oog hebben voor de toekomst. Hij verwijst daarbij onder andere naar het begrip¬†contrademocratie¬†van de¬†Franse filosoof Rosanvallon.

Het Huis van Argus is geen makkelijk boek. Dijstelbloem verwijst in zijn betoog veelvuldig naar andere sociale en politieke filosofen, zoals Latour en Sloterdijk. Die nogal abstracte verwijzingen veronderstellen bekendheid met hun werk. Als je niet ingevoerd bent zijn Dijstelbloems beschouwingen vaak moeilijk te volgen en dat geldt dan ook zijn eigen standpunt ten opzichte van de filosofen die hij bespreekt.

Ondoorgrondelijke publiek-private instituten

Boekenkrant

De urgentie van het argusoog in de hedendaagse democratie wordt duidelijk als je beseft hoeveel relevante politieke zaken zich buiten het directe bereik van parlement of raadsvergadering ontwikkelen. De democratie staat op het spel als steeds meer beslissingen met grote consequenties voor burgers door privatisering, decentralisering en internationalisering uit het zicht verdwijnen. Dat roept ook veel wantrouwen op en schaadt de reputatie van de zichtbare overheid en volksvertegenwoordiging.

De technologie speelt daarin ook een rol. De vervanging van een bureaucratie met mensen die besluiten uitvoeren -en aanspreekbaar zijn- door ondoorgrondelijke computersystemen heeft Kafka‚Äôs dystopie meer dan ooit dichterbij gebracht. Een van de meest heldere hoofdstukken in het boek van Dijstelbloem vond ik zijn beschouwing over de luchthavens. Net als bij winkelcentra is hier sprake van een afrekening met het onderscheid tussen openbare ruimte en private ruimte. Mensen gebruiken private ruimte voor ‚Äėopenbare‚Äô doelen, het reizen, verblijven, inkopen doen, zich verpozen. En de meeste mensen zitten daar niet mee. Maar onder de ‚Äėcomfort-zone‚Äô voor de gemiddelde (blanke, rijke) reiziger bevindt zich een onzichtbare wereld van controle op ongewenste migranten en anderen met afwijkend gedrag, uitgevoerd op gezag van de overheid door private ondernemingen met hulp van geavanceerde technologie. De werking daarvan wordt pas zichtbaar als er ongelukken gebeuren, zoals de brand in het detentiecentrum op Schiphol in 2005 die aan 11 mensen het leven kostte. Dijstelbloem schrijft nogal cynisch over de architectuur van luchthavens en winkelcentra: ‚ÄúHet vrije verkeer van mensen en het onbegrensd reizen en consumeren worden slechts mogelijk gemaakt door onwelgevallige elementen weg te vegen. De lucht wordt gezuiverd door de onwelriekende stoffen eruit te filteren en af te voeren.‚ÄĚ Uit democratisch oogpunt is in dergelijke instituten geen argusoog te veel.

Kijken is niet passief toezien

De burger als waakzame kijker in een democratie kan volgens Dijstelbloem worden gezien als een detective, maar dan wel een die niet alleen terugkijkt om te achterghalen wat er gebeurd is en wie wat gedaan heeft, maar ook als iemand die zijn bevindingen in een nieuw perspectief zet, een reconstruerende detective dus. Waakzame burgers observeren, selecteren, vergelijken, interpreteren en leggen verbanden. Dat is dus minstens zo actief als spreken, je mening uiten. Het vereist creativiteit en verbeeldingskracht om waarnemingen om te zetten in oordelen. Zo bezien draagt de ‚Äėoculaire democratie‚Äô evengoed bij aan de emancipatie van de burgers. De burger als detective laat zich zien als een belangrijke factor in de democratie, in staat om een breuk te bewerkstellingen in de bestaande orde.

Naast participatie, het sprekend deelnemen van de burger is zijn controlerende, waakzame argusoog een onmisbaar element in de democratie. Voor de Sargasso-community geen vreemde constatering, dacht ik.

Eerder verschenen op Sargasso