Vrijdag, 6 juli, 2018

Geschreven door: Bijlo, Vincent
Artikel door: Onbekend

Het instituut

De toekomstige held van de leeslijst

[Recensie] Het instituut van Vincent Bijlo hoort thuis in het rijtje van boeken als Het gouden ei van Tim Krabbé en Isabelle van Tessa de Loo. Inhoudelijk hebben deze boeken weinig gemeen, maar ze zijn bijzonder geliefd onder middelbare scholieren. Logisch, want ze zijn lekker dun en de stijl is eenvoudig. Krabbé en De Loo maken zeker op de havo, maar ook vaak op het vwo, al jaren deel uit van de beruchte leeslijst voor Nederlands. Er eentje vinden zonder op z’n minder één van deze twee geliefde schrijvers is moeilijk. Ook Bijlo zou zeker niet misstaan op de lijst.

De hoofdpersoon van Het instituut is Otto Iking, een elfjarige jongen met een gecompliceerde thuissituatie. Net als auteur Vincent Bijlo is Otto blind, waaruit direct opgemaakt kan worden dat de kans groot is dat op z’n minst een deel van de roman gebaseerd is op Bijlo’s eigen ervaringen. Otto’s visuele beperking is zeker niet het enige onderwerp van het boek. Zijn blindheid vormt namelijk geen belemmering voor een groots en meeslepend leven, zijn ouders zijn dat des te meer. Al snel wordt duidelijk dat moederlief alcoholist is en vaderlief zal nooit de prijs voor ‘Vader van het Jaar’ in ontvangst mogen nemen. Eigenlijk wordt Otto volledig opgevoed door zijn docenten op het blindeninstituut.

Doordat Otto pas elf is, weet hij niet altijd hoe hij gebeurtenissen en uitspraken moet interpreteren. De lezer weet daardoor vaak eerder dan Otto zelf wat er aan de hand is. Daarvan is Otto’s kijk op zijn moeders verslaving een sprekend voorbeeld:

“Ze ging weg, die middag. Ze nam huilend afscheid van ons. Mijn vader moest me alles uitleggen. We gingen naar de doka en hij begon.
‘Ze gaat op vakantie,’ zei hij, ‘om te verleren sherry’tjes te drinken.’
Hij klonk erg zenuwachtig, niet zoals anders in de doka. Was het ligt nog aan?
‘Ze kan niet,’ zei hij, ‘ze is niet, nou ja ze heeft moeite om van de fles af te blijven en dat gaan ze haar daar leren.’
Was dat alles? Waarom deed hij daar zo moeilijk over? Gewoon de fles verstoppen.
‘Nee,’ zei hij, ‘zo makkelijk is het niet. Dan vindt ze wel een ander fles.’ “

Geschiedenis Magazine

Het is dit kinderlijke onbegrip en Otto’s frisse blik op de wereld die Het instituut de moeite waard maken. Aan de woordkeuze en vloeiende zinnen is wel duidelijk te merken dat een volwassen Otto aan het woord is en niet de elfjarige jongen zelf. Oudere Otto lijkt te vertellen over zijn jeugd op het blindeninstituut. Die combinatie maakt het een vrij realistische weergave van de gedachten en gevoelens van een basisschoolleerling, zonder te vervallen in een al te simpel kindertaaltje. Als (jong)volwassen lezer zorgt dat voor een feest van herkenning.

Zo merkt Otto op dat volwassenen nooit aan kinderen vragen wat ze zélf willen en dat docenten liever voor je zijn als je ziek bent. Herkenbaar zal voor velen ook de ontdekking van het eigen lichaam zijn. Otto kent het woord masturberen nog niet eens, maar experimenteert voorzichtig met zijn edele delen door er een badeentje tegenaan te drukken. Hij gebruikt vervolgens termen uit de film Marry Poppins om het fijne gevoel te beschrijven: “superformiweldigeindefantakolossachtig”. Probeer daar maar eens liet bij te glimlachen.

Het instituut mag dan over een blinde jongen gaan, de roman gaat over meer dan dat. Juist doordat Otto zijn gebrek aan zicht heel gewoon vindt, vergeet je af en toe dat hij niets kan zien. Natuurlijk komt zijn blindheid wel regelmatig terug, vooral in grappige of pijnlijke situaties. Zo vergeet zijn buurvrouw te vertellen dat ze een kat heeft, waardoor Otto schrikt van “een groot beest” en zich afvraagt: “Het zou toch niet een of ander roofdier zijn?” Ook stelt hij het niet op prijs dat volwassenen hem uitlachen als hij een bonbon mét papiertje in zijn mond steekt. Tegelijkertijd genieten hij en zijn vrienden er volop van om hun blinde docenten genadeloos voor de gek te houden.

Doordat Bijlo trouw blijft aan de jonge leeftijd van zijn hoofdpersoon, blijft het boek wel wat aan de oppervlakte. Er wordt meer gevloekt en kattenkwaad uitgehaald dan dat er bijvoorbeeld dieper wordt ingegaan op de manier waarop Otto omgaat met zijn allesbehalve ideale ouders. Hierdoor maakt Otto geen echte ontwikkeling door. Hoewel Het instituut dus diepgang mist, is het een fijn boek voor iedereen die houdt van flauwe grappen, rake observaties en een inkijkje in de gevoelens van een buitenstaander. Dat alles in amper meer dan honderd bladzijdes past, maakt dat Bijlo zomaar de nieuwe held van de leeslijst zou kunnen worden. Hij bracht Het instituut al uit in 1998, maar wellicht zet de heruitgave uit 2017 hem opnieuw op de kaart.

Tegelijk met deze heruitgave verscheen ook voor het eerst een Engelstalige vertaling, The Institute

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.