Donderdag, 9 december, 2021

Geschreven door: Gosselink, Martine
Tjong-Khing, Thé
Recensie door: Stoel, Jan

Het kerstverhaal van IA het ezeltje

IA was er altijd bij!

[Recensie] Heeft u zich al een afgevraagd op hoeveel schilderijen en tekeningen een ezel afgebeeld staat? Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis in Den Haag, schreef het kerstverhaal door de ogen van IA het ezeltje. Een origineel vertrekpunt. Thé Tjong-Khing maakte de tekeningen bij Het kerstverhaal van IA het ezeltje. Gosselink vertelt haar verhaal aan de hand van schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken uit de hele wereld. Achterin het boek staan ze afgebeeld, compleet met de afmetingen, de kunstenaar die het maakte en de plek waar ze te zien zijn. Van de negenveertig werken zijn er twee uit het Mauritshuis. En op de meeste staat een ezel, het hoofdpersonage in het verhaal van IA.

Het boek is voor volwassenen en kinderen geschikt. Wat is er mooier dan in de komende kersttijd samen met je kind het boek te ontdekken, te genieten van het verhaal en samen een tocht door de kunsthistorie te maken. Het boek vertelt namelijk veel meer dan alleen het kerstverhaal. Er komen technieken aan de orde als etsen, schilderen op paneel, schetsen, olieverf schilderen op doek, beeldhouwen. Ook kunststromingen komen (vaak terloops) aan de orde.

Het boek nodigt je uit om goed te kijken. En dat is echt iets anders dan het gemiddelde van 28,63 seconden dat mensen tegenwoordig voor een kunstwerk blijven staan (uitkomst van een onderzoek in 2016). Je gaat nu meer letten op de compositie, de houding van dieren op een kunstwerk en de betekenis daarvan en je wordt verleid tot het formuleren van je eigen mening. Maannacht II, Laren van Jan Sluijters geschilderd in 1911 en Zomernacht van Piet Mondriaan uit 1907 staan bijvoorbeeld naast elkaar: “Wat vind jij ervan? Proberen ze de natuur te schilderen zoals de bomen en rivieren echt zijn, of maken ze er iets anders van?”

In acht korte hoofdstukken vertelt IA zijn verhaal. “Het zal je verbazen hoeveel kunstwerken er bestaan waarop ik te zien ben,” zegt het ezeltje. “Ik ben niet alleen een wereldberoemd topmodel geworden, maar weet ook veel over kunst. Ik was er altijd bij.” Het boek opent met Dierenstudies met ezels, apen, katten en honden van Jan Breughel de oude uit ca. 1616. “Jan is aan het oefenen om mij zo goed mogelijk te tekenen.” Gosselink speelt met het begrip ezel: “Een ezel is ook het houten steuntje dat door een kunstenaar gebruikt wordt om een schilderij op te zetten als hij aan het werk is.” En humor is ook nooit ver weg. IA heeft het niet zo op apen, want die zijn brutaal. Hij noemt ze ‘vlooienbalen.’ En als het gaat over de Groene ezel die Chagall in 1911 schilderde zegt IA: “Toevallig mijn lievelingskleur, maar het klopt voor geen meter.” In het eerste hoofdstuk staat IA zelf centraal en gaat het dus over het portret. Gosselink bouwt het verhaal op door in het tweede hoofdstuk de familie van IA te presenteren en de plek waar ze wonen: de stal. Broertje Puck is een beetje sloom, is altijd op zoek naar eten. Zo interpreteert Gosselink een detail uit een Perzisch manuscript over De Jakhals en de ezel uit 1429. Hier gaat het om de houding van het dier. Wanneer IA en Puck op een doodgewone dag eropuit trekken zien ze een man en een zwangere vrouw op een ezel voorbij komen, het schilderij van De Volkstelling te Bethlehem van Pieter Brueghel uit 1566. Puck en IA gaan slapen op de hei en dromen van een vallende ster. Een vallende ster is bijzonder: dan mag je een wens doen. De Sterrennacht van Van Gogh en Munch komen dan aan bod. Engelen nodigen iedereen uit naar het kind te gaan kijken en dat blijkt te liggen in de stal waar IA thuis is.

Boekenkrant

Er zijn veel werken gemaakt over het kind in de stal, maar geen van die schilderijen is hetzelfde: “Elke keer zie je hetzelfde verhaal, maar op een andere manier.” Gosselink speelt met perspectieven. Kijk naar de keur aan wiegjes voor het kind. Het enige echte wiegje is natuurlijk de eenvoudige voederbak in de stal van IA. Het verhaal blijft lichtvoetig en speels. Dat komt mooi naar voren als De aanbidding door de koningen en het Driekoningen-drieluik van Jeroen Bosch aan de orde komen, tien jaar na elkaar geschilderd. Hebt u wel eens gekeken naar de ezels op die schilderijen. IA zegt daarover het volgende:

“Jeroen was lekker bezig aan het werk (De aanbidding door de koningen). Ik had dorst en ging even weg om wat water te drinken, Maar toen ik terugkwam, zei Jeroen dat hij geen tijd meer had om mij nog af te maken. […] Schildert die Jeroen alleen mijn achterkant! Nou ja zeg.” Tien jaar later kwam Jeroen weer en toen zorgde IA dat hij er wel goed op stond.”

Het boek is een feest voor het oog, zeker door de wijze waarop Thé Tjong Khing IA het ezeltje heeft afgebeeld: springerig, vrolijk, verwonderd, lachend, nieuwsgierig. Ontwerper Jelle F. Post heeft gezorgd voor een speelse, sprankelende bladindeling waarbij soms details worden uitvergroot en bijvoorbeeld de achtergrond van een kunstwerk doorloopt als achtergrond op de pagina ernaast. Het is een boek dat in de komende weken in iedere huiskamer op tafel zou moeten liggen. Het geeft aanleiding tot verdiepende gesprekken met elkaar. En is dat niet wat we juist in deze tijd nodig hebben: elkaar ontmoeten, willen begrijpen. Niet voor niets noemt Martine Gosselink als belangrijkste element van het kerstfeest: “Probeer lief te zijn voor elkaar en voor elkaar te zorgen, vooral voor mensen die arm en ziek zijn.”

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Dit boek is ook verkrijgbaar in een Engelse editie: ISBN 9789462623750