Dinsdag, 21 februari, 2006

Geschreven door: Nolens, David
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Het kind

Het kind dat in de baarmoeder blijft

David Nolens (1973), zoon van dichter Leonard, is een relatief nieuwe stem aan het Vlaamse letterenfront. In 2002 debuteerde hij met de roman Vrint, na al eerder wat faam te hebben verworven met enkele verhalen in Vlaamse literaire tijdschriften. In Vrint combineerde Nolens het golemverhaal met de mogelijkheden en onmogelijkheden van hermafroditisme. Hij maakte met die elementen een sprookje over mannen, vrouwen en relaties dat weinig vrolijk stemde. In zijn nieuwe novelle Het kind zet hij deze toon voort.
Het kind is weer sprookjesachtig – gebeurtenissen en overwegingen zijn vaak verre van reëel – en raakt ook nu aan hedendaagse problemen. Problemen als hedendaags consumentisme en (gebrek aan) zingeving.

Vier mensen – twee koppels – van nu worstelen met hun ontevredenheid en irreële angsten. Paul en Judith zijn dertigers. Hij is nooit zijn vaders dood – voor zijn eigen ogen – te boven gekomen en verlangt ernaar simpelweg niemand te zijn. Hij slaagt daar redelijk in, als werkloze. Zij is zijn bloedmooie – als kind geadopteerde – echtgenote die ernaar hunkert niet meer op te vallen. Bug en Fien zijn vijftigers. Hij, een grote, stevige man, hoopt op gemeenschap met engelen, en niet meer met haar. Zij wilde een kind, maar vult nu de leegte met de zoetigheid uit hun bakkerszaak.

Het kind, of eigenlijk de verwachting ervan, verandert alles. Maar het is geen blijde verwachting die het viertal omvat: door zijn vertwijfeling vervalt Paul in drugsgebruik en overspel – met Fien, die die daardoor haar eigen figuur en aantrekkingskracht terug krijgt -, door haar eindelijk bereikte normaliteit besluit Judith niet meer te gaan bevallen, maar eeuwig zwanger te blijven. Bug is heimelijk verliefd op de stralende zwangere, maar de herboren Fien wint hem weer terug. Ondertussen kan Paul alles rationaliseren:

‘Hij heeft er lang over gedaan om dit te bedenken, maar in feite doet zijn lief met het kind wat hij altijd wenste. Het kind leeft reeds, maar het is nog niemand. En hij heeft altijd niemand willen worden. Stel dat het kind wordt geboren, dan zal het zich langzaam van de moeder verwijderen, het zal de weg naar de spiegel vinden, eerst het woord aap en dan zijn naam leren schrijven en uiteindelijk zal die naam naar binnen slaan en dan wordt hij een kind met een verborgen natuur. En wat hebben ze dan bereikt? Wat hebben ze dan toegevoegd aan het kind? Niets. Het wordt dan gewoon een kind als een ander, dat opgroeit in de leegte van de vader en de moeder.’

Archeologie Magazine

Maar het kind komt er, als een voorlopig sluitstuk van de oplevingen van de hoofdpersonen. Fabian moet hij heten, vond Paul, en komt hij te heten, en na een korte tijd van verwaarlozing door zijn biologische ouders nemen Bug en Fien de voogdij over. Hij groeit uit tot een optelsom van zijn (pseudo-)ouders, die bovenop de onbestemdheid van de puberteit en het slachtofferschap van een gebroken gezin de erfenis van vier ongelukkige ouders krijgt. Terwijl Paul eindelijk een bestemming lijkt te hebben gevonden in het kunstenaarschap (collages van kleine mensen in enorme landschappen) toont zijn zoon in zich de oneindigheid van uitzichtloosheid.

Het is ‘geen lang en gelukkig’, de ontevredenheid blijft voortduren, zelfs nu al het gewenste verkregen lijkt te zijn en weer weggedaan is. De leegheid en zinledigheid van deze vijf levens lijkt bedoeld als een spiegel van de maatschappij van nu. In een wereld waar alles als binnen handbereik, beschikbaar, wordt voorgesteld zijn de meeste wensen al vervuld, en resten er de onrealiseerbare, onrealistische. Juist die wensen, die de personages zo met vuur nastreven, benadrukken de leegheid van wat wel mogelijk is. Het is pas als we zien wat niet mogelijk is, dat we het gebrekkige in de werkelijkheid zien.

Met die doorgevoerde consequenties ervan is ongebreideld consumentisme duidelijk een thema van deze novelle, maar de uitwerking doet geen recht aan de ernst van dat thema. De personages zweven door hun levens, niet gestoord door enige redelijkheid of logica, schijnbaar onwillekeurig hun beslissingen nemend. Hun blijvende ontevredenheid, die grote ziekte van de 21e eeuw, raakt door die onwerkelijkheid ondergesneeuwd. Ook het eindeloze gefilosofeer en de terugkerende vlamismen doen het boek geen goed. Daarmee strandt Nolens nieuwe in de vorm, als een kind dat in de baarmoeder blijft. _Het kind _maakt ons dit beeld rijker, maar houdt het daarbij.