Zondag, 3 november, 2019

Geschreven door: Donskis, Leonidas
Artikel door: Jacobs, Florian

Het kleine Europa

Over witte steden en smalle straatjes

[Recensie] Europa laat zich op talloze manieren ervaren. Wie erdoorheen reist, begeeft zich zowel in de diepten van de geschiedenis als in de wijdten van de moderne tijd. Leonidas Donskis (1962-2016), politicoloog en Europarlementariër, kende de vele facetten van Europa als geen ander. Als denker bereisde hij de historie, als politicus verdedigde hij moderne vrijheden. Met een van zijn laatste boeken, Het kleine Europa, voegde hij een nostalgische en veelomvattende liefdesverklaring toe aan zijn omvangrijke oeuvre. Een rijk en sympathiek boek voor de liefhebber van stadsgezichten en eeuwenoude straatjes.

Landkaart van een estheticus
De ondertitel van Het kleine Europa luidt ‘Landkaart van een estheticus’. De- ze twee omschrijvingen vatten het boek aardig samen: Donskis reist door Europa met de blik van iemand die schoonheid zoekt. Dat betekent een nadruk op twee minder alledaagse elementen: Donskis beschrijft steden die we tegenwoordig klein noemen, maar die in hun bloeitijd florerende centra vormden, en hij benadert die plekken van betekenis vanuit de mooie dingen die zij zoal voortbrachten. Zo beschrijft hij in het deel over Spanje niet Madrid of Barcelona, maar Córdoba en Toledo. Córdoba was immers “in de 10e-11e eeuw de stad met het grootste aantal inwoners ter wereld en tevens het intellectuele centrum van Europa.” Nog steeds “herinnert de witte stad van de tolerantie ons onrustige en het spoor bijster geraakte tijdperk eraan, dat een werkelijk verheven traditie nooit brute kracht en geweld inroept.” Dit doorrijgen van historische uitweidingen met uitstapjes naar ons tijdperk is iets wat Donskis het hele boek door volhoudt. Córdoba toont, net zoals de andere steden die Donskis beschrijft, hoe Europa zou kunnen zijn, al is het alleen maar doordat het zo is geweest.

Lage Landen
Donskis wijdt het grootste gedeelte van Het kleine Europa aan twee drukke landjes in het noordwesten: België en Nederland. Dat België gezien zijn veeltaligheid en originele politieke organisatie het ‘experimenteerveld’, het ‘toekomstscenario’ en ‘een minuscule kopie van de EU en tevens de belichaming ervan’ van Europa is, is interessant en ook door andere politiek denkers, zoals Tony Judt, uitgediept. Dit is evenwel niet een boek waarin Donskis lang stilstaat bij het reilen en zeilen van de moderne EU: hij wil vooreerst de authentieke historische ervaring beschrijven die grote schilders oproepen. Zo neemt hij de lezer mee naar het Brugge van Hans Memling, het Gent van Jan van Eyck en het Antwerpen van Peter Paul Rubens. Het zijn korte schetsen van hoogtijdagen, omlijst met vele schilderijen van de hoofdpersonen. Ik had het nog niet gezegd: dit is een mooi vormgegeven boek waarin veel van de besproken schilderijen met verve zijn opgenomen.

In Nederland krijgt het kleine Europa gestalte in de steden Leiden, Haar- lem en Delft. Donskis grijpt Leiden vooral aan om over Rembrandt uit te weiden, die hij vereert als geen ander. “Over hedendaagse kunst valt veel te zeggen, die kan daar in het algemeen niet zonder. Maar Rembrandt ademt lucht en stilte. Zijn artistieke expressie behoeft geen additioneel commentaar van ons of luide blikken van waardering en een lauwerkrans. Het is een verlichte stilte.” Donskis beschrijft Rembrandt als een filosoof die dacht in beelden en kleuren: hij toont de hele mens, in al onze glorie en broosheid. In het vervolg van zijn Nederlandse reizen beschrijft Donskis Haarlem en Delft aan de hand van, onder meer, Judith Leyster, Frans Hals en Johannes Vermeer. Over elk van hen heeft hij wel iets te zeggen dat hen zowel volop in hun tijd als in de eeuwigheid plaatst. Schilders worden denkers die ons iets over onszelf vertellen.

Boekenkrant

Hoe groter, hoe kleiner
Als Donskis over Italië schrijft, houdt hij het bij een klein plaatsje: Forlì. De stad van Mussolini – zijn architectuur is nog altijd overal – maar ook van Stendhal: die laat zijn Italiaanse kronieken zich er afspelen. De moderne tijd ziet Donskis weerspiegeld in een fabelachtig bekwame ober die, al kent hij liefst vijf talen en heeft hij het hele restaurant met een glimlach in het vizier, toch over twee weken Italië zal moeten verlaten omdat zijn contract afloopt. Droomachtige steden en de harde realiteit: ze blijven elkaar in de haren vliegen.

Spanje blijft beperkt tot de eerdergenoemde twee steden. Donskis houdt het bij korte, essayachtige oefeningen vol eerbied, voor de grote Arabische filosofen die Córdoba tot intellectuele hoofdstad van de wereld maakten, en voor de onconventionele, multiculturele El Greco die Toledo vereeuwigde.

Thuis aan de Oostzee
Aan het eind van zijn boek keert Donskis bijna terug naar zijn vaderland, Litouwen, als hij het eiland Gotland bespreekt, dat net als Litouwen grenst aan de Oostzee. Gotland weet zich “doordrongen van een stille, niet-schreeuwerige en nostalgische schoonheid” en is daarmee aan de “wrede interventies van de moderniteit” ontsnapt. Hier vindt Donskis een plek waar de historische ervaring en de hedendaagse realiteit elkaar niet bevechten, een tijdloze plek die zich bovendien vereeuwigd weet in de films van Bergman en Tarkovski.

Skagen krijgt het laatste woord, aan de noordkust van Denemarken. Daar waar de Noordzee en de Golfstroom, “zeeën met verschillende kleuren”, elkaar ontmoeten, neemt Donskis afscheid van zijn lezer. Misschien mogen we in deze laatste plaats, waarin de veelheid steeds golvend even een eenheid wordt, een laatste analogie met Europa zien. Zo rondt Donskis een mooi boek af dat niet alleen een reisgids voor de estheticus is, maar ook de lezer ervan overtuigt dat, om een groot schrijver te parafraseren, wie een stad beoordeelt, die stad niet moet beoordelen naar één mislukte periode, één triviaal winkelcentrum of slechte stadsontwikkeling, maar naar haar hoogtepunten: want daartoe heeft zij bewezen in staat te zijn geweest.

Eerder verschenen in iFilosofie