Donderdag, 3 november, 2016

Geschreven door: Claudel, Philippe
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Het kleine meisje van meneer Linh

Troost voor de vluchteling en voor ons

[Recensie] Slechts een paar woorden en twee namen veranderen, dat zou er nodig zijn om de novelle van Phlippe Claudel uit 2005, Het kleine meisje van meneer Linh, weer hoogst actueel te maken. Maak van meneer Linh bijvoorbeeld meneer Daaboul, maak van de rijstvelden een woestijn, maak van Sang Diu – de kleindochter van Linh – het meisje Hanin, maak van het spel Mahjong Backgammon en je zou denken dat je een verhaal leest over een Syrische vluchteling die met zijn kleindochter in Frankrijk is beland. Maar eigenlijk zijn deze aanpassingen niet eens nodig.

Het kleine meisje van meneer Linh (deze zomer verscheen er een herdruk) gaat over een Zuidoost-Aziatische, waarschijnlijk Vietnamese, bootvluchteling, eind jaren zeventig. Zijn zoon en diens vrouw lieten het leven bij een bombardement. Linh redde zijn kleindochter en is op een boot naar Frankrijk terecht gekomen. Claudel schreef een universele vluchtelingroman waarin het verdriet en de ontreddering van wat deze vluchteling meemaakt zo hartverscheurend is dat je al lezend anno 2016 niet anders dan aan SyriĂ« kunt denken met op je netvlies die eindeloze stroom van mensen die hun land proberen te ontvluchten – op gammele bootjes – en die na ellenlange tochten Europa proberen te bereiken. Mensen die over 100 jaar Claudels boek lezen, zullen dan meteen aan de vluchtelingen van dat moment denken. Onvermijdelijk.

Claudel kiest partij, voor de vluchteling die niets snapt van Frankrijk, die de taal niet machtig is, het eten er niet kent, het verkeer niet snapt, de omgangsvormen niet, niets. Dat leidt tot zowel komische als schrijnende situaties. Meneer Linh wordt door iedereen uitgelachen, een tolk is maar een paar keer in de week beschikbaar. Hij moet het zelf maar uitzoeken en hij moet voor zijn kleine kleindochter zorgen. In het park naast het tijdelijke opvangcentrum ontmoet hij meneer Bark, een boom van een kerel. Bark heeft net zijn vrouw  verloren en zoekt gezelschap. De Fransman denkt dat de kleindochter van meneer Linh ‘Sans Dieux’ (Zonder God) heet en ontfermt zich over de oude man en zijn kleindochter. Bij de eerste kennismaking groet meneer Linh de Fransman in het Vietnamees met ‘tao-lai’, goedendag. Meneer Bark denkt daarom dat meneer Linh ‘Tao-lai’ heet. En zo zijn er nog veel meer misverstanden, maar de mannen hebben verder niemand en er ontstaat een mooie vriendschap. Bark neemt meneer Linh en zijn kleindochter mee uit eten en laat hen de stad zien. We komen dingen te weten over het verleden van Bark en dat hij iets goed te maken heeft. Als Linh naar een ander centrum moet verliezen ze elkaar een tijd uit het oog.

Claudel is een meester van de zachtheid. In zijn boeken, althans de boeken die ik tot nu toe van hem las, is er geen plaats voor het cynisme en de hardheid van deze tijden. Natuurlijk ontbreken de narigheid en het verdriet niet, maar er duiken bij Claudel altijd mensen op die meestal onbewust het goede doen en op zachte wijze met kleine gebaren en kleine woorden zorgen voor de verbinding tussen mensen. Grote idealen en plannen van bovenaf ontbreken. Sentimenteel wordt Claudel net niet, daarvoor is zijn taalgebruik te subtiel. En al zouden we door het lezen van deze novelle zelf wat  sentimenteel worden en ons afvragen of we eigenlijk niet allemaal op zoek zijn naar een meneer Bark die zich over ons ontfermt – hoe erg is dat dan eigenlijk? Je kunt Claudels novelle ook lezen als een oproep aan ons Europeanen om eindelijk zelf eens een meneer Bark te worden en iemand die het minder goed heeft, een Syrische vluchteling bijvoorbeeld, de hand te reiken.

Bazarow

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles

Als voorbereiding op DLVA avond op 21 november over Philipe Claudel met Claudel vertaler Manik Sarker leest Roeland Dobbelaer komende tijd elke week een boek van Claudel. Hij doet hier verslag.