Vrijdag, 26 juli, 2019

Geschreven door: Koubaa, Bart
Artikel door: Verplancke, Marnix

Het leven en de dood van Jacob Querido

Wat doen we hier?

De eerste zin:

“Op 23 augustus 1630 stond Jacob Querido op het halfdek van De Gouden Salamander toe te kijken hoe een zwartbonte koe door vier matrozen vanuit een schuit aan boord van het schip werd gehesen, boven de kuil werd geduwd en er licht heen en weer slingerend in verdween.”

Recensie

Omdat in BraziliĆ« de familiale suikermolens uit handen van de West-Indische Compagnie en hun Portugese rivalen gered moeten worden en SalomĆ£o Querido zich in Amsterdam liever inlaat met het uitgeven van boeken, stuurt hij zijn zeventienjarige zoon Jacob naar zijn plantage. Jacob, die altijd getwijfeld heeft of hij wel echt de zoon is van zijn vader, en door zijn verbanning zijn geliefde Judith dient achter te laten, vat de reis met De Gouden Salamander met een zwaar gemoed aan en wanneer hij pas vijf maanden later voet zet op de kade van Recife kan het hele suikeravontuur hem net zo goed gestolen worden, maar veel keuze heeft hij niet. Dus maakt hij er het beste van, vijftien jaar lang, tot hij als een vroegoud wrak zijn ondergang tegemoet gaat.

Boekenkrant

Het leven en de dood van Jacob Querido gaat over kolonialisme, slavernij, godsdienstvrijheid, de Spinoza-gelijke maatschappelijke positie van de jood in het welvarende Hollandse handelsrijk, de mythe van de edel wilde, de vernietiging van de aarde door de op winst en overheersing uit zijnde Europeaan, drugshandel, heimwee en vaderschap, maar toch vooral over die ene, fundamentele vraag: wat doen we hier in godsnaam?

Wanneer Koubaa toont hoe De Gouden Salamander na anderhalve week dobberen op een windstille zee verandert in een vochtig hol dat zelfs de haaien links laten liggen en waarin alle voedsel beschimmelt en de mannen zich overgeven aan sodomie, lijken we in Lawrence Norfolks barokke De neushoorn van de paus verzeild geraakt te zijn. Wanneer hij het heeft over de kleine maar soms levensgevaarlijke politiek die de Hollandse kolonisatoren moeten bedrijven, waan je je in David Mitchells De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet. Jacob Querido is een tragische held, een man die het goede wil doen en daar soms ook in slaagt, maar voor het overige een futiel leven leidt, alvorens een al even futiele dood te sterven. Wat we hier op deze wereld te zoeken hebben? Niets dus.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

3 vragen aan Bart Koubaa

Waarom schreef je een roman over een zeventiende-eeuwse joodse kolonist?

Koubaa: “Het begon allemaal met een schilderij dat ik zag in het Rijksmuseum in Amsterdam, ā€œDe Hollandse Tuynā€, van Hendrik Vroom. Er staan een aantal schepen op die terugkeren uit BraziliĆ«, met aan boord een lading suiker. Hoezo, BraziliĆ«, dacht ik, heeft Nederland daar ooit iets mee gehad? En dus ging ik aan boord van de viermaster en voer ik mee. Ik deed nogal wat opzoekingswerk over de West-Indische Compagnie en de noodlottige Braziliaanse kolonie die maar dertig jaar heeft bestaan. Wat ook meespeelde was dat dit mijn tiende roman bij Uitgeverij Querido zou worden, en dus wou ik iets speciaals doen als dank, dus gaf ik het hoofdpersonage de naam Jacob Querido.”

Jacob deed me aan de Nederlands-Portugese en joodse filosoof Spinoza denken. Zoek ik hier spijkers op laag water?

Koubaa: “Ik zie ook wel een overeenkomst, zeker wanneer het gaat over hun kijk op god als equivalent van de natuur., maar het is niet zo dat ik opzettelijk naar parallellen op zoek ben gegaan tussen Jacob en Spinoza. Een van de moeilijkste zaken bij het schrijven van een roman over de zeventiende eeuw is te weten komen hoe iemand in die tijd dacht. Hoe zag een zeeman de wereld? Of een jood die tegen zijn zin vijf maanden op zee had doorgebracht? Ik ging op zoek naar getuigenissen, hield me aan mijn gewoonte dat ik wat filosofie probeer binnen te smokkelen in mijn romans en kwam zo bijna ongewild bij Spinoza uit.”

Het boek gaat over heel veel en biedt een bijna caleidoscopische blik op de Nederlandse aanwezigheid in het zeventiende-eeuwse Braziliƫ. Waarom ging je niet voor ƩƩn onderwerp en maakte je er bijvoorbeeld geen slavenroman van?

Koubaa: “Dat samenbrengen van heel veel themaā€™s en gedachten, zonder naar een overkoepelende synthese te werken zou je mijn persoonlijke stijl kunnen noemen. Maar deze roman is wel degelijk anders dan mijn vorige. Mijn redacteur zei dat ze nog nooit een boek van me gelezen had waarin ik zo afwezig was. Misschien is hier wel enige gelijkenis met Jacob te bespeuren, die enerzijds buiten de Braziliaanse wereld staat, maar er tegelijkertijd wel in opgaat. Zijn vraag is dan natuurlijk: wie ben ik in deze vreemde omgeving, net zoals wij ons allemaal afvragen wie we zijn. Het is de grote vraag uit de filosofie en de literatuur.”

Eerder verschenen in Knackfocus