Woensdag, 29 juli, 2020

Geschreven door: Rasson, Luc
Artikel door: Hulspas, Marcel

Het lijk van de dictator

Een nogal lugubere geschiedenis

[Recensie] Ze verblijven die nacht in een hotelletje in Port-Joinville, het belangrijkste stadje op het eilandje. Er is een bestelbusje geregeld. Die nacht duwen ze het busje door de straten, om pas buiten de stadskern echt te gaan rijden. Het is maar een kort stukje, het is niet meer dan 500 meter naar het kerkhof. Het is volle maan. Ze rijden het kerkhof op, en lopen met hun gereedschap naar het graf. Eerst moet de enorm zware deksel er afgetild. En daarvoor moet een gat worden geslagen. Een van de grafrovers “geeft een grote klap op het graf.” Paniek. Honden slaan aan. Maar verder gebeurt er niets. Na lang ploeteren ligt de grafsteen opzij. “De kist verscheen in het maanlicht. We hoorden in de verte de golven. Het was zeer indrukwekkend.” Hubert Massol, het brein achter de operatie roept: “Mar├ęchal, nous voil├í.”

Aldus de roof van het lijk van maarschalk P├ętain, in het voorjaar van 1973. Of althans, het eerste deel van de roof. Daarna volgde nog het ruwe gesleep, de ontdekking van het gesloopte graf en een reeks arrestaties. De in het nauw gedreven Massol geeft een persconferentie waarop hij verklaart dat de kist “in onze handen blijft” totdat de Franse president belooft dat de maarschalk eerst ondergebracht zal worden in de crypte van de Invalides (naast Napoleon, zogezegd) en daarna definitief herbegraven zal worden in Douaumont, het monument voor de slachtoffers van de Slag bij Verdun. Kort daarop treft de politie de kist aan onder een hoop rommel in een garagebox in de Parijse wijk Saint-Ouen, bekend vanwege zijn grote rommelmarkt.

Held of collaborateur

Er zijn twee maarschalken P├ętain. Ten eerste is er de held van Verdun, de redder van Frankrijk. Maar diezelfde nationale held werd in juni 1940 weer van stal gehaald om te tekenen voor de capitulatie van Frankrijk voor Nazi-Duitsland. Daar waren op dat moment in objectieve zin veel goede redenen voor, maar P├ętain wierp zich vervolgens vanuit de nieuwe nationale hoofdstad Vichy (bekend om zijn heilzame kuren) op als Frankrijks nieuwe staatshoofd, een soort ÔÇśopperburgemeester-in-oorlogstijdÔÇÖ. De samenwerking met (en tegenwerking van, op zijn tijd) de Duitse bezetters werd hem uiteindelijk fataal. Na de oorlog werd hij veroordeeld en verbannen naar het eiland Yeu. En na zijn dood aldaar werd P├ętain voor velen een martelaar. De held van Verdun had alleen maar zijn best gedaan om de eer van Frankrijk te redden. Hij hoorde begraven te worden te midden van zijn gevallen kameraden.

Bazarow

Mussolini en Franco

Dictators zijn erg lastig te begraven, zo merkt iemand op tegen auteur Luc Rasson. En dat wordt in zijn boek uitgebreid aangetoond. Rasson beperkt zich tot Mussolini, P├ętain en Franco, maar het lijstje van meervoudig begraven dictators laat zich moeiteloos uitbreiden. De makers van geschiedenis worden na hun dood slachtoffers van de geschiedenis. Het gesleep met het lijk van Mussolini is ongetwijfeld het meest lugubere deel van dit boek, maar deze heeft inmiddels zijn laatste rustplaats wel gevonden (in zijn geboortedorp Predappio, nog steeds een fascistisch bedevaartsoord). Ook P├ętain lijkt voorgoed tot rust gekomen (terug op Yeu, met zijn kist nu in beton gegoten). Maar voor Franco geldt dat eigenlijk nog maar net. Zijn lijk werd in oktober vorig jaar verwijderd uit de Valle de los Caidos (de immense begraafplaats voor zijn medestrijders tijdens de Spaanse Burgeroorlog) en overgebracht naar zijn familiegraf in Mingorubbio. Een grove misdaad, zo oordelen de laatsten der franqisten. Georganiseerd door de socialistische profanadores, lijkenschenders. In Spanje is de strijd rond het lijk van de dictator nog lang niet voorbij, zo lijkt het. Wordt Mingorubbio een tweede Predappio of Port-Joinville, vraagt Rasson zich af. Als hij daarmee bedoeld dat het een langzaam krimpend bedevaartsoord wordt, dan is dat alleen maar te hopen.

Oude wonden

Rasson is literatuurwetenschapper, gespecialiseerd in de verbeelding van de Tweede Wereldoorlog. Hij is dus met name geïnteresseerd in de rol van de herinnering en vergeten, en de onmogelijke balans tussen respect voor de doden en rechtvaardigheid voor de nabestaanden. Die insteek heeft zijn nadelen; vooral als het gaat om het historische en biografische gehalte. Maar ze heeft ook veel te bieden. Hij zoekt naar wat mensen drijft, wat ze geloven, beweren en verdragen. We maken ons hier druk over foute straatnaambordjes en pijnlijke bijschriften in musea. We hebben hier geen echte lijken in de kast. Andere landen hebben dat dus wel. Daar houden overleden dictators het verleden in leven, en de oude wonden open. Rasson vraagt zich aan het slot van zijn fraaie boek af of de drie lijken die hij heeft bestudeerd, ooit tot het verleden zullen behoren. Waarschijnlijk wel. Maar dan zullen er ondertussen andere lijken opstaan.

Eerder verschenen op Sargasso