Zondag, 15 maart, 2020

Geschreven door: Rozemond, Klaas
Artikel door: Deckx, Bart

Het menselijke kwaad

De zaak Eichmann opnieuw bekeken

[Recensie] Waarom doen mensen kwaad? De standaardtheorie van het menselijke kwaad stelt dat de dader van een misdaad zichzelf ervan bewust is dat wat hij doet kwaad is, maar toch zijn daad doorzet omwille van persoonlijk gewin. Drugsdealers beseffen dat dealen de gezondheid van hun klanten in gevaar brengt en zelfs de dood tot gevolg kan hebben. Maar geldhonger drijft hen over de grens naar de misdaad. Deze standaardtheorie gaat echter niet op voor mensen als Anders Breivik, Brenton Tarrant of islamitische terroristen – en volgens Hannah Arendt in de eerste plaats niet op Adolf Eichmann. 

Adolf Eichmann (1906-1962) was hoofd van de afdeling Jodenaangelegenheden van de Gestapo. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij belast met de emigratie van de Duitse en Oostenrijkse joden, tijdens de oorlog organiseerde hij vanuit heel Europa de transporten naar de vernietigingskampen. Zo werd hij medeverantwoordelijk voor de dood van miljoenen mensen. Hij ontsnapte naar Zuid-Amerika. Daar werd hij in 1960 door de IsraĆ«lische geheime diensten ontvoerd. Zijn proces in Jeruzalem zorgde voor een filosofische aardbeving, waarvan de naschokken tot op de dag van vandaag natrillen. De joods-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) volgde het proces en was verbijsterd door Eichmanns verdediging die gebaseerd was op de centrale term: gehoorzaamheid. Quasi gedachteloos voerde hij uit wat zijn oversten hem opdroegen. Hij was zich er niet van bewust dat hij kwaad deed, en kwam niet over als een monster maar als een mens van vlees en bloed, hij was heel alledaags. Het kwaad werd banaal. 

Uit later onderzoek, dat hier door Rozemond verzameld wordt, blijkt dat Arendt Eichmann vastpinde op zijn banaliteit. Hij misleidde de rechters. Tegen de wens van zijn oversten in zette Eichmann in 1944 de deportaties van Hongaarse joden verder. Hierbij handelde hij conform zijn ā€˜gewetenā€™ ā€“ het uitvoeren van de wil van de FĆ¼hrer. In zekere zin stelde Arendt hem dus te positief voor. Niet zijn gedachteloosheid was de drijfveer voor Eichmanns misdaden, maar zijn rabiaat racisme en antisemitisme. De banaliteit van het kwaad roept belangrijke ethische en juridische vragen op. Fundamenteel in het recht is toerekeningsvatbaarheid. Kan men iemand die geen onderscheid tussen goed en kwaad kan maken, veroordelen? Zo raakt Eichmanns zaak ook ieders rechtvaardigheidsgevoel. Een definitief antwoord op wat kwaad is, zal er nooit zijn. 

Klaas Rozemond probeert op academische wijze de complexiteit van het kwaad bloot te leggen. Het taalgebruik en vergaande diepgang maken dat Het menselijke kwaad voor een gespecialiseerd publiek bestemd is. Het boek draait soms in cirkels en een gevoel van herhaling dringt zich op. Dat is jammer, toch blijft het boek boeiend. Centraal staat de vraag: wie is de mens? De mens is in staat tot het belangeloos goede, tot zelfopoffering en liefde. Maar tegelijk kan de mens afdalen naar de diepste krochten van de hel – en dat geldt voor Ć©lk mens. Dat is de banaliteit van het kwaad. Zelf oordelen is het beste antidotum. Laat dit boek daartoe een oproep zijn. 

Sociologie Magazine

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles