Dinsdag, 27 juli, 2021

Geschreven door: Brouwer, Peter WJ
Artikel door: Goedgezelschap, Guido

Het oog van de kraanvogel

Vriendschap, gevoelens, verbondenheid en relaties: psychisch-filosofisch uitgediept

[Recensie] Peter WJ Brouwer (°1965, Eindhoven) is een artistieke duizendpoot: schrijver, vertaler, theatermaker, muzikant, dichter, filosoof. Hij debuteerde in 2017 als romanschrijver met Het siamees moment. Voordien publiceerde hij een viertal dichtbundels. Uit de poëziebundel Mascara werden gedichten opgenomen in ‘De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2015’. De afgelopen jaren toerde hij in Nederland en Vlaanderen met een muziektheater rondom Jacques Brel en recent nog met een soloprogramma Spagaat.

“Arthur had zijn stoel naar achteren geschoven en Marcus zijn verwensingen, krachtig en zorgvuldig geformuleerd, naar het hoofd geslingerd. Daarna had hij zich een weg gebaand naar de uitgang van de club, waar hij oploste in gekleurde rook. […] Iets had zich aan hem opgedrongen en hem ingesnoerd. Of had hij het zelf opgeroepen? Hij wilde het antwoord op die vraag niet weten, hij zou er nog liever zijn lot mee bezegelen.
De ochtend kwam, leeg en stil.”

Marcus (piano) en Arthur (viool) willen hun muzikale talenten verzilveren en na hun middelbaar onderwijs kiezen zij voor een muziekopleiding aan het conservatorium. Arthur is tweedejaars en op de campus ontmoet hij de eerstejaarsstudent Marcus voor het eerst. Er ontstaat een soort van prille vriendschap tussen de beide jonge mannen. Beide heren hebben echter een andere kijk op het begrip ‘vriendschap’.

“’Hoe zou jij vriendschap omschrijven?’
‘Wat moet ik daar nou zo snel op antwoorden? Ik denk dat je zoiets niet kan benoemen. Vriendschap moet blijken.’ Dat was een stoer en diplomatiek antwoord en bood een opening zonder dat het verplichtte. En je kwetste er de ander niet mee.
‘Ik snap wat je bedoelt, antwoordde Arthur, toch ben ik het niet met je eens. Of er vriendschap is, dat weet je meteen. Het is aanwezig of niet. Het overkomt je.’
‘Nou, volgens mij hebben we daar nog enige keuzevrijheid in’” (pag. 55).

Technisch Weekblad

Zo probeert de twijfelende Marcus de boot nog wat af te houden, maar het sterkere karakter van Arthur blijft aandringen. Uit zijn dagelijkse omweg langs de woonplaats van Marcus en zijn frivoliteiten (koek en gebak) blijkt dat het voor de violist meer is dan vriendschap. Marcus van zijn kant heeft het moeilijk met die attenties en die aandacht. Hij is verliefd op Carlijn met wie hij al enige tijd samen is, en er is ook nog Sofie. De openhartige bekentenis van Arthur brengt Marcus volledig van zijn stuk.

“… of misschien wel omdat ik van je hou.”

Marcus zoekt een manier om te ontsnappen aan de opdringerigheid van Arthur, maar zal hij die vinden?

Arthur wordt orkestmuzikant. Tijdens een internationale rondreis komt het grensoverschrijdend gedrag van de dirigent van hun symfonieorkest aan het licht. Marcus houdt het conservatorium na één jaar voor bekeken en hij studeert af als jurist. Zijn relatie met Carlijn ging de mist in en Sofie liet hem niet toe in haar leven. Vanuit Nederland wordt hij uitgezonden naar Japan om het gedrag van de dirigent te gaan bespreken. Niemand minder dan Arthur wordt zijn contactpersoon. Na 25 jaar steekt hun verleden, op een zeer confronterende manier, weer de kop op. De verwijten aan het adres van Marcus zijn, al dan niet terecht, zeer hard en hij blijft enigszins verweesd en verward achter en hij stelt zich vragen over de keuzes die hij in het leven gemaakt heeft.

“Je had jezelf heel kunnen maken. Maar Marcus, dat is niet gebeurd. En het is zelfs ondenkbaar. Zolang ik je ken ben je ziende blind. Je ziet niet wat er zich onder je ogen afspeelt. Wie moet er op jou bouwen, je kind, een partner? Je bent een gespleten idioot en ik heb met je te doen” (pag. 264.)

Dit alles speelt zich af in een bar in Tokio onder ‘het oog van de kraanvogel’. Dit gevederde dier is van grote symbolische waarde in Japan, o.a. een lang leven, eer en trouw, zuiver leven en perfectie.

Het verhaal speelt zich grotendeels af in de hoofdsteden Amsterdam (1988) en Tokio (2013) in duidelijk afgebakende hoofdstukken. Toch wordt je als lezer vaak geconfronteerd met flash-backs: die geven een duidelijkere kijk op en een dieper inzicht over de ontwikkelingen die de hoofdpersonages doormaken. En hier speelt het filosofische talent van Peter W.J. Brouwer een grote rol. Hij laat de lezer toe om in de hoofden van de protagonisten te kijken, onder hun huid te kruipen en te integreren in hun leven, m.a.w. de auteur laat ruimte open om te oordelen, te veroordelen, om een eigen invulling te geven aan het doen en laten van de acteurs.

Naast Marcus, Arthur en Carlijn is er het meisje met de amandelvormige ogen, Sofie. Zij is een schimmige, eerder geheimzinnige figuur met een moeilijk te peilen ingesteldheid. Zij is moeilijk te benaderen en ze laat Marcus ook niet toe in haar leven.

“Zolang je me niet ziet, tuin je er in.”

De keuze van de steden Amsterdam en Tokio. Amsterdam, staat toch symbool voor de vrijheid, de seksuele ontvoogding, terwijl Tokio, Japan, toch symbool staat voor perfectie, netheid, orde, zuiverheid. Het is opmerkelijk dat een grensoverschrijdend gedrag in Tokio gaat besproken worden door een Nederlandse jurist.

De auteur schrijft beeldend en gebruikt voortdurend herkenbare situaties: “rammelen met een fietsslot, ritselen met papier”. Dit zorgt mede voor de vlotte leesbaarheid, waarin ook het correcte taalgebruik zeer belangrijk is. De diepzinnigheid die schuilt in gebeurtenissen en conversaties manen de lezer tot voortdurende aandacht: de wisselende verhaallijnen zorgen dan weer voor voldoende afwisseling om de continuïteit te garanderen. Een van de middelen die Brouwer vaak gebruikt, hoe kan het ook anders met twee muzikale hoofdpersonages, is de muziek, die toch regelmatig gebruikt wordt om dieper in te gaan op situaties.

De auteur heeft als begin van het verhaal gekozen voor een fragment uit het eind-deel van het boek. Is die confrontatie dan werkelijk het begin van het einde? De laatste zinnen laten Marcus vertwijfeld achter,

“Er was geen hoop meer. Dat besef had hem doordrongen zoals water een kledingstuk doordrenkte. Het had zich volgezogen, het was als een trui die hem paste. Waarop zou hij moeten hopen? Hij stond onvast op zijn benen, wist niet wat hem te doen stond. Nog niet” (pag. 277).

Blijft de vraag: gaat Marcus op een andere manier het leven aanvatten, anders dan hij het tot nu toe geleefd heeft? Of blijft hij de wat onzekere, besluiteloze en twijfelende man die het moeilijk heeft om keuzes te maken die zijn leven op een positieve manier kunnen beïnvloeden?

Peter W.J. Brouwer schrijft een diepgaande en confronterende roman waarin het maken van keuzes vaak zeer belangrijk is. Vriendschap, liefde, uitkomen voor eigen geaardheid. Allemaal thema’s die de schrijver vanuit zijn filosofische achtergrond benadert en uitdiept in Het oog van de kraanvogel, een beklijvend boek, een verhaal dat je nooit loslaat tijdens het lezen, ook niet na het lezen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles