Vrijdag, 14 januari, 2022

Geschreven door: Ravn, Olga
Recensie door: Verplancke, Marnix

Het personeel

Wat doet verlies met een mens en zijn taal?

[Interview] Nadat de Deense Olga Ravn haar eerste kind had gekregen wou ze niet meer terug naar kantoor. Ze nam daarentegen de pen op en schreef een sf-roman over de werkomstandigheden aan boord van een ruimteschip. Gek, denkt u? “O ja,” reageert ze, “Ik ben altijd al een weirdo geweest.”

Op een paar lichtjaren van de aarde wentelt een ruimteschip rond een planeet. Aan boord zijn mensen en mensachtigen, door wetenschappers gecreëerde wezens die ondergeschikte jobs uitvoeren maar alleen van mensen verschillen door de afwezigheid van genitaliën. Ieder doet wat van hem gevraagd wordt tot op de planeet een aantal vreemde objecten wordt gevonden. Niemand weet wat het zijn. Ze lijken geen functie te hebben en sommige zetten aan tot erotische fantasieën. Feit is dat ze de utilitaire organisatie aan boord van het ruimteschip danig verstoren. Er groeit onenigheid tussen de mensen en de mensachtigen, er vallen slachtoffers en uiteindelijk beslist men op aarde om de stekker eruit te trekken.

In Het personeel vertelt de Deense Olga Ravn (35) het verhaal van dit ruimteschip, en dit aan de hand van meer dan honderd getuigenverklaringen van de mensen en mensachtigen aan boord ervan. Sommige zijn maar een zin of een paar zinnen lang, andere een paar pagina’s, en samen geven ze een beeld van een heel andere, maar tezelfdertijd ook heel herkenbare wereld. Een beeld dat aanslaat ook, want Het personeel belandde eerder dit jaar op de shortlist van de International Booker Prize.

“Om een of andere reden denken velen nog steeds dat een realistische weergave van de wereld het summum van kunst is,” zegt Ravn, die graag grenzen aftast en eerder ook al een gothic schreef. “Fantasie en verbeelding zijn dan alleen voor kinderen. Maar volgens mij houden die mensen zichzelf voor het lapje, want een realistische weergave van het leven is onmogelijk. De schrijver moet altijd keuzes maken. Bovendien dreigt het realisme ons in een ideologisch keurslijf te dwingen. Neem bijvoorbeeld de klimaatcrisis en onze koloniale erfenis. Je kan daar op een realistische wijze over schrijven, maar dan voeg je je in feite naar de bestaande ideologie. Je gaat mee in de kapitalistische, hiërarchische en door technologie beheerste denkwijze die vandaag overheerst. Steeds meer schrijvers vinden echter dat je buiten dat kader moet durven denken. Ze willen hun verbeelding loslaten op de wereld, wat volgens mij ook nodig is om als mens te overleven, en dan ligt SF voor de hand. Want veel sf is altijd bezig geweest met de vraag hoe de mens kan overleven in een veranderende en soms gevaarlijke wereld, en welke maatschappijvorm daar het beste antwoord op is. Volgens sommigen vertrekt alle sf uit een wantrouwen in technologie. Frankenstein zou dan ontstaan zijn uit een bezorgdheid over de mogelijkheden van elektriciteit. De technologie die ik wantrouw wordt gebruikt om onze werkplek te structureren en mensen in groepen te verdelen.”

Archeologie Magazine

Het is inderdaad opvallend dat werk aan boord van het ruimteschip heel belangrijk is.

“In een ruimteschip heb je geen privéruimte of -tijd. Je kunt je er moeilijk thuis voelen. Er is in feite alleen werk. Wat mij interesseerde was wat dit werk met taal doet. Toen ik dit boek schreef werkte ik nog op kantoor. Om me heen hoorde ik onophoudelijk dat mensen hun efficiëntie moesten verbeteren om extra waarde te creëren voor het bedrijf. Ik vond dat na verloop van tijd een beetje griezelig. Mensen werden herleid tot handelswaar. Wat doet het met ons bewustzijn als we de hele tijd zo over elkaar praten, vroeg ik me af. Die bezorgdheid werd de kern van mijn boek, en toen het klaar was, heb ik ontslag genomen.”

Soms lijkt onze job het enige waarmee we ons nog identificeren?

“Het is jammer dat we ons leven ophangen aan onze job. In het verleden hebben we hard gevochten voor de achturendag: acht uur werk, acht uur vrije tijd en acht uur rust. Maar dat behoort tot het verleden. Die acht uur werk zijn ongemerkt uitgegroeid tot veel meer. Veel mensen sluiten het werk nooit echt meer af. Ze blijven ook ’s avonds bereikbaar via e-mail. De tijd die we nemen om te koken, met onze kinderen om te gaan of onze grootouders te bezoeken krimpt. Aan boord van het ruimteschip heb ik dat idee radicaal doorgetrokken en heb ik mijn personages zelfs geen ruimte meer gegeven om te dromen. Onze slaap lijkt momenteel immers het enige wat nog gevrijwaard blijft. En ook die wordt bedreigd. Ik merk bijvoorbeeld dat ik een rare fascinatie gekweekt heb voor webshops. Ik zit de hele tijd op mijn gsm te kijken naar dingen die ik zou willen kopen. Zelfs voor ik ga slapen kijk ik nog gauw eens of ik niets interessants zie. Een groot deel van mijn vrije tijd gaat dus op aan het creëren van meerwaarde voor anderen. Het zal trouwens wel geen toeval zijn dat zoveel mensen de laatste tijd last hebben van een burn-out of beslissen te stoppen met werken. Misschien moeten we dat trouwens allemaal doen, met zijn allen op dezelfde dag. Dat zou nog eens een staking zijn.”

De objecten die gevonden worden op de planeet sturen deze geoliede werkmachine helemaal in de war. Hoe moeten we ze interpreteren?

“Aan boord van het ruimteschip heeft alles een functie, zelfs de gedachten van het personeel. Wat ze op de planeet vinden is niet alleen functieloos in de werkcontext, het is ook op plezier gericht. Het is nonbinair, niet levend en niet dood, angstwekkend en bevrijdend tegelijkertijd, bekend en onbekend ook. We lijken veel ervaringen en emoties vergeten te zijn. Ik merkte dat toen ik mijn eerste kind kreeg. Zo’n baby heeft geen besef van dag en nacht, of van werk en vrije tijd. Opeens kwam ik in een andere wereld terecht, waar de tijd anders leek te verlopen en ik opnieuw al mijn zintuigen gebruikte. Na mijn zwangerschapsverlof keerde ik terug naar mijn kantoorbaan en leek ik in een sf-wereld beland te zijn, een wereld die bovendien eiste dat ik eerst en vooral loyaal was aan hem en pas daarna aan die van mijn kind. Dat voelde heel fout aan.”

Waarom diende je boek trouwens aan boord van een ruimteschip te spelen? Kon het geen gewoon kantoor zijn?

“Nee, omdat ik mijn personages uit hun natuurlijke habitat wilde halen, weg van de aarde, om aan te tonen hoe dit verlies op hen inwerkt. Ik heb heel wat gelezen over astronauten en kosmonauten die langere tijd in een ruimtestation verbleven. Een van hen zat daar meer dan een jaar omdat men hem na de ineenstorting van de Sovjetunie een beetje uit het oog verloren was. Toen hij eindelijk weer met zijn beide voeten op aarde stond, kreeg hij de vraag wat hij het meest van al gemist had. Iedereen verwachtte dat hij ‘mijn familie’ zou zeggen, maar het bleek iets heel anders te zijn: water, en meer bepaald helemaal omgeven te zijn door dat water, als in een zwembad. Ook in onze atmosfeer zit het vol waterdeeltjes, dacht ik toen ik dit las. In feite zijn wij allemaal omgeven door water. Wat ik die kosmonaut dus hoorde zeggen was dat hij de aardse atmosfeer had gemist. En dat blijkt een heel menselijk gevoel te zijn. Toen mijn boek gedrukt was, gaf ik een exemplaar aan mijn moeder. Een paar dagen nadien belde ik haar om te horen wat ze ervan vond. Goed hoor, zei ze, maar vergeet niet dat ik later begraven wil worden in de aarde en dat ik niet gecremeerd wil worden. Die heeft het gesnapt, dacht ik.”

Misschien zijn de mensen het chaotische bestanddeel dat de wereld in leven houdt,” zegt een van de mensachtigen op een bepaald moment. Er is dus nog ruimte voor hoop?

“In de discussie over de klimaatwijziging is er een strekking die stelt dat het beter zou zijn voor de aarde als de mens zou verdwijnen. Ik vind dat klinklare onzin. Zo creëer je gewoon een nieuwe hiërarchie, waarin de mens niet meer bovenaan maar wel onderaan staat. Ik denk eerder dat we onszelf als een deel van een groter ecologisch systeem moeten zien, waarin we net zo waardevol of waardeloos zijn als al het andere. Nogal wat klimaatactivisten proberen hun medemensen een slecht geweten aan te praten door hen te verwijten dat ze niet genoeg selectief inzamelen of teveel plastic kopen en vlees eten. Zulke oppervlakkige gedragswijzigingen maken echter niets uit. Wat ik wil doen met mijn boeken is een dieper bewustzijn creëren van de wijze waarop wij ons verhouden tot de rest van de wereld. Beweren dat mensen overbodig zijn is dus ronduit fout. We hebben mensen nodig om de planeet te redden. We zijn niet alleen destructief, we zijn ook inventief en constructief.”

Wat u dus zegt is dat de mens niet zonder de aarde kan en de aarde niet zonder de mens?

“De aarde kan best zonder mensen. Die maalt daar niet om. Maar we zijn wel een mooie toevoeging aan de andere soorten. Dat de mens niet zonder de aarde kan is dan weer zeker. Ken je het verhaal van de astronaute die een doos dure pralines meenam naar het ISS? Bleek dat haar smaakpapillen veranderd waren door het wegvallen van de zwaartekracht en de pralines helemaal niet lekker meer waren. Natuurlijk dromen we ervan om naar Mars te vliegen en daar een basis te bouwen, maar of we daar gelukkig zouden zijn is iets anders. De vraag is dus niet of we zonder de aarde kunnen. Wij zijn de aarde.”

Eerder verschenen op De Morgen