Dinsdag, 14 juli, 2020

Geschreven door: Verkade, Thalia
Brömmelstroet, Marco te
Artikel door: Dijk, Jos van

Het recht van de snelste

Het probleem van de heilige koe

[Recensie] In de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen actiegroepen op allerlei gebied als paddenstoelen uit de grond kwamen, was er ook flink wat beweging voor meer verkeersveiligheid, voorrang voor fietsers, voetgangers, schoolkinderen en een autovrije binnenstad. En allemaal tegen de ‘heilige koe’, de auto. Zo was er de actiegroep ‘Stop de Kindermoord’, die opkwam voor veilige speelruimte voor kinderen in de woonomgeving. Om verwarring met de anti-abortusbeweging te voorkomen werd dat later de Stichting Kinderen Voorrang. Die stichting organiseerde jaarlijks een Nationale Straatspeeldag.  Buurtgroepen en bewonerscomités eisten overal snelheidsbeperkingen, drempels, bredere trottoirs en groen in de oudere wijken. In nieuwe woonwijken werd gebouwd rond woonerven waar auto’s niet of alleen stapvoets mochten rijden. Naast de ANWB kwam er voor de promotie van de fietsersbelangen een ENWB, de Eerste Echte Nederlandse Wielrijdersbond, de voorloper van de nu nog bestaand Fietsersbond. Mede dankzij deze fietsactivisten is Nederland verrijkt met 37.000 kilometer steeds bredere en comfortabeler fietspaden.

In Het recht van de snelste verwijst Thalia Verkade, journaliste voor De Correspondent, naar dit actieverleden. Ze legt ook de vinger op de zere plek bij de behaalde resultaten: heel veel nieuwe verkeersvoorzieningen laten de dominantie van de auto intact. Sterker nog: veel voorzieningen voor het niet-autoverkeer zijn juist bedoeld om de doorstroming van auto’s te bevorderen. Buiten een beperkt aantal autovrije zones is de openbare weg een autoweg. Om te rijden en om te parkeren. Niet om te spelen of elkaar te ontmoeten. Een dag per jaar mag er op straat gespeeld worden. Ook voor een straatfeest eens per jaar moet je vergunning aanvragen. De coronacrisis heeft ook op dit gebied een ander beeld dan het vertrouwde laten zien: kinderen namen de straat zonder autoverkeer in bezit met stoepkrijt en stepjes. Voor even.

Wegomlegging

Thalia Verkade kwam op zoek naar informatie over fietssnelwegen in contact met ‘fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet, die daarover zo zijn bedenkingen bleek te hebben. Samen met hem verkent ze de hedendaagse verkeersproblematiek vanuit verschillende invalshoeken, zoals de planologie, de verkeerskunde, de verkeersveiligheid, de psychologie, het taalgebruik en onze normen en waarden. Dit boek is niet anti-auto, benadrukte ze in De Volkskrant. Ze pleit “voor een wegomlegging in ons denken”. Maar op weg naar die verandering moeten we wel 264 pagina’s lang verhalen verwerken die allemaal uiterst kritisch zijn over de pijnlijke vanzelfsprekendheid van het autogebruik en de positieve discriminatie van dit toch niet onschuldige vervoermiddel.

TijdvoorTijdschriften

Waarom zou je niet anti-auto mogen zijn? Wordt het niet hoog tijd voor een fundamenteel andere benadering van de verkeersproblematiek? Gegeven alle schade door de CO2 uitstoot, de milieuverontreiniging die de gezondheid van omwonenden aantast, het aantal doden en gewonden met blijvend letsel, en dan ook nog de inbeslagname van de publieke ruimte en de verloedering van steden en natuurschoon? Als de auto niet 100 jaar geleden, maar pas nu zou worden uitgevonden, zou die nooit worden geaccepteerd, veronderstelt Verkade. Ik mag hopen dat haar “wegomlegging naar een ander denken” dus ook gaat leiden tot een verandering in gedrag, niet alleen van autogebruikers, maar ook van de planologen, verkeerskundigen en al die anderen die het primaat van de auto als vervoermiddel zo vanzelfsprekend vinden.

Taalgebruik

De vanzelfsprekendheid van de doorstroming van het autoverkeer blijkt ook uit ons taalgebruik. Verkeersberichten zijn autoverkeersberichten, ‘bereikbaarheid’ staat voor  bereikbaarheid per auto. Een verkeersopstopping duidt op te veel auto’s tegelijk op hetzelfde stukje weg.

Het is ook een kwestie van framing van verkeersproblemen, zegt Verkade. Bijvoorbeeld in de verslaggeving over verkeersongelukken. Is het kind “onder de brommer gelopen”, of heeft de brommer het kind aangereden? Zelfs ouders van kinderen die zijn aangereden reageren doorgaans met vertwijfelende vragen over wat het kind anders had moeten doen. Het schuldige slachtoffer. “Flink wat oponthoud door aangereden voetganger”, luidt de kop van een bericht over een 74-jarige die is aangereden door een automobilist. Rottig, die files. Maaltijdbezorgers lopen gevaar in “het verkeer”, waarschuwt de krant, naar aanleiding van de dood van de 15-jarige Utrechter Ruiz Meijer. Daarom moet de leeftijdsgrens voor dit werk worden verhoogd. Waarom de automobilist die hem aanreed op de Amsterdamsestraatweg 80 km. per uur kon rijden vertelt het verhaal niet. Het aantal doden in het verkeer is gedaald, maar is twee doden per dag maatschappelijk wel acceptabel?

Om over na te denken

Thalia Verkade stelt in het heel persoonlijk beschreven verslag van haar zoektocht nog veel meer vragen om over na te denken. Over de framing van autoverkeersongelukken, maar ook over het beleid. Een berekende winst van 45 seconden reistijd, schrijft ze, wordt aan de politiek gepresenteerd als een welvaartswinst. “Want als er elke dag een paar duizend automobilisten 45 seconden reistijdwinst maken, dan tikt dat aan op jaarbasis. Dat zijn minder ‘voertuigverliesuren’.” Nederland is een handelsland. Het vervoer staat bovenaan de prioriteitenlijst. Het snelse voertuig krijgt daarom de meeste ruimte.

Verkade stelt de vraag niet expliciet. Maar is het bredere probleem niet de ongeremde mobiliteit die in een dichtbevolkt land op een gegeven moment wel op grenzen moet stuiten? We raken daar aan een gevoelig punt. Mobiliteit is vrijheid. Een vrijheid die velen bij het huidige welvaartsniveau vanzelfsprekend vinden. Beperking van die vrijheid ligt politiek gevoelig, zoals we nu ook in de reacties op de coronamaatregelen zien. Maar betekent dit dat iedereen boven de 18 met de hoogste snelheid in een minimum van tijd de afstand van A naar B moete kunnen afleggen?

Asociaal

Hoe ons verkeer steeds asocialer werd is de goed getroffen ondertitel van het boek. Verkeer betekent ook zoiets als omgang tussen mensen. Dat idee is volledig verdrongen door de dominantie van machines, een inrichting van de openbare ruimte die vooral bepaald wordt door ingenieurs en technici, en een meerderheid van politici die maar één ding op het netvlies hebben: doorstroming. Het is hoog tijd voor bijdragen uit andere invalshoeken, sociale wetenschappen, de pedagogie, en de ethiek. Het boek dat Thalia Verkade met assistentie van Marco te Brömmelstroet schreef is een goed begin van een noodzakelijke maatschappelijke discussie.

Eerder verschenen op Sargasso